zaterdag 20 mei 2017

195. Wat kunnen we van de Duitse verkiezingen leren?

Na de Brexit en Trump werden we door de meeste media overstroomd met berichten dat Oostenrijk, Nederland, Frankrijk en Duitsland de volgende slachtoffers zouden worden van een populismegolf. Wat Oostenrijk, Nederland en Frankrijk betreft, is die voorspelling niet uitgekomen. Wat zijn de vooruitzichten voor Duitsland? En waarom is er het huwelijk voor paren van gelijk geslacht nog niet opengesteld? Heeft dat iets met populisme te maken?

Saarland, Sleeswijk-Holstein & Noordrijn-Westfalen
Op 26 maart 2017 werden verkiezingen gehouden in Saarland. De christen-democratische CDU kreeg 41% van de stemmen, de sociaal-democratische SPD 30%, de socialistische Linke 13% en de rechts-populistische AfD slechts 6%. Op 7 mei 2017 was Sleeswijk-Holstein aan de beurt. De CDU kreeg er 32%, de SPD 26%, de Groenen 12%, de liberale FDP 11% en de AfD haalde net de kiesdrempel van 5%. Op 14 mei 2017 haalde in de (met 18 miljoen inwoners) volkrijkste deelstaat Noordrijn-Westfalen de CDU 33%, de SPD 31%, de FDP 13%, de AfD 7% en de Groenen 6%. Wie deze percentages per deelstaat optelt, komt niet uit op 100%. Dat komt door de kiesdrempel van 5% waardoor partijen die kleiner zijn geen zetels halen. Met uitzondering van Sleeswijk-Holstein waar de Fries- en Deenstalige minderheden wel zetels halen, ook als ze onder de 5% blijven steken.

Op het moment dat ik dit schrijf, is de definitieve zetelverdeling nog niet bekend. Maar het beeld is duidelijk: het gevaar van een populismegolf is tot nog toe bij Duitse verkiezingen afgewend. De kans dat die golf alsnog zal toeslaan tijdens de Bondsdagverkiezingen op 24 september 2017 is zeer klein geworden. Heeft dit te maken met mediasensatiezucht of is er nog iets anders aan de hand?

Extreem rechts populisme in Duitsland
Er zijn ten minste twee verklaringen voor de te hoge inschatting van het extreem rechts populisme in Duitsland. In de eerste plaats is extreem rechts na de Tweede Wereldoorlog altijd ongelooflijk verdeeld geweest. En ook nu worden in de rechtspopulistische partij Alternative für Deutschland veel meer tijd en energie gestoken in het bestrijden van elkaar dan in het strijden voor een overigens niet zo eenduidig gemeenschappelijk doel. Iedereen weet dat extreem rechts antisemitisch is. Niet iedereen weet dat dat extreem rechts in Duitsland zeer homovijandig is.

In de tweede plaats voelen veel Duitsers meer voor zekerheid dan voor onzekerheid: "keine Experimente bitte!" Duitsland heeft een al eeuwenoude traditie van mislukte pogingen tot revoluties. Pogingen tot revolutionaire verandering trekken daardoor meer de aandacht van de (veel meer dan in Nederland) sensatiegerichte pers. Dit leidt tot sterke uitvergroting in sommige media waardoor een overdreven vertekening van de werkelijkheid ontstaat  Die is vergelijkbaar met de eerdere verwachtingen over een populistische golf die tot nu toe na de Brexit in de rest van West-Europa is uitgebleven.

Widernatürliche Unzucht
De strafbaarstelling van gelijkgeslachtelijke handelingen verdween in Nederland in 1811. De beruchte Duitse homovijandige paragraaf 175 verdween pas in 1994. De Nederlandse homo/lesbische beweging is de oudste nog bestaande ter wereld. De Duitse begon eerder dan de Nederlandse maar overleefde de nazi-homovervolging niet en was na de Tweede Wereldoorlog veel zwakker dan de Nederlandse. Het aantal dodelijke slachtoffers van de strijd tegen de "widernatürliche Unzucht" (van 1933 tot 1945) in Duitsland loopt in de vele tienduizenden, die in Nederland (van 1940 tot 1945) in de enkele honderden. De nazi's hielden in Duitsland een populistische heksenjacht tegen homo's. Dat was in Nederland op veel kleinere schaal het geval.

Mede door de "Kirchensteuer" (kerkbelasting) is de macht van de Duitse kerken groter dan in veel andere landen die wel tot huwelijksgelijkberechtiging zijn overgegaan. De CDU is niet weg te denken uit de landelijke politiek. En de CDU werkt nauw samen met de zeer conservatief-katholieke CSU in Beieren. Dit rechtse machtsblok is te sterk gebleken voor de versnipperde en zeer zwakke homo/lesbische beweging. Uit eigen ervaring sinds de jaren zeventig weet ik dat ook daar meer tijd en energie wordt gestoken in het elkaar bestrijden dan het behartigen van gemeenschappelijke homo/lesbische belangen. Wat het polderen betreft, zouden de Duitse gevoelsgenoten nog veel van de Nederlandse kunnen leren.


Naschrift. Mijn meest gelezen blogbericht over Duitsland is nummer 156: Hoe de Stasi zakte voor 'Homoseksuaiteit als toetssteen', gevolgd door nummer 117: IHEU & Duitsland en nummer 68: De val van de Berlijnse Muur.



zaterdag 13 mei 2017

194. Wat kunnen we van de Franse verkiezingen leren?

De Franse presidentsverkiezing op 7 mei 2017 is met twee derde van de geldige stemmen gewonnen door Macron. De rechts-extremistische populiste Le Pen verloor met slechts een derde van deze stemmen. Over de Nederlandse verkiezingen op 15 maart 2017 schreef ik dat na de Brexit en Trump de populismegolf gestopt is in Nederland. Wat kunnen we van de Franse verkiezingen leren? En welke rol heeft de homo/lesbische minderheid gespeeld?

Het falen van de homo/lesbische minderheid in Frankrijk
In mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging (1982) stelde ik de vraag waarom de Nederlandse homo/lesbische beweging zoveel meer bereikte dan de Franse. Een van de antwoorden was dat het de Franse beweging ontbrak aan goede zelforganisatie, sleutelfiguren en bondgenoten. De laatste verkiezing bewijst dat dit nog steeds zo is. Uit onderzoek is gebleken dat een derde van de homo/lesbische minderheid van plan was op de homovijandige Le Pen te stemmen die een einde wil maken aan de openstelling van het huwelijk. Hoe is het te verklaren dat zoveel gevoelsgenoten in Frankrijk tegen hun eigen rechten op gelijke wettelijke behandeling in wilden stemmen?

Een verklaring vinden wij in het onderzoek 'Perils of Perception' van Ipsos. Daaruit blijkt dat Fransen van bijna alle Europeanen het percentage islamieten in hun land het hoogst inschatten. Zo'n vier keer te hoog: 31% in plaats van de werkelijke 7,5%. En zij verwachten voor 2020 dat het aantal islamieten 40% zal zijn in plaats van de te verwachten 8,3%. Ter vergelijking: de Nederlanders zitten van alle Europeanen het dichtst bij de werkelijkheid. Al is dat nog altijd drie keer te hoog: 19% in plaats van 6%. Mede uit angst voor overschatte aantallen homovijandige islamieten dreef een derde van de homo/lesbische minderheid in handen van Le Pen die een veel reëlere bedreiging voor de Franse gelijkberechtiging is.

Terwijl het Nederlandse COC als oudste homo/lesbische beweging ter wereld door vooral zelforganisatie en samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten het grootste draagvlak voor gelijkberechtiging ooit bereikte, faalde de Franse beweging. De openstelling van het huwelijk in Frankrijk werd bereikt door decennialang nauw samen te werken met de Partie Socialiste. Deze partijpolitieke eenzijdigheid blijkt zeer kwetsbaar nu de PS in elkaar zakt. Het was wat de homo/lesbische minderheid betreft meer geluk dan strategische wijsheid dat de sociaal-liberale Macron overwon die voor homo/lesbische gelijkberechtiging is. In Nederland was vanuit de homo/lesbische beweging vanouds samenwerking met de sociaal-liberale partijen. Het is uit homostrategische overwegingen te hopen dat dit in Frankrijk ook gaat gebeuren en er zo een einde komt aan de kwetsbare partijpolitieke eenzijdigheid.

Het gevaar van democratie als dictatuur van meerderheden
Vóór de populismegolf van Brexit en Trump, in mijn blogbericht van 23 maart 2014, wees ik op het gevaarlijk misverstand dat democratie een dictatuur van meerderheden zou zijn. Sommigen zijn daar pas na de rampen Brexit en Trump achter gekomen. Stel dat Le Pen de presidentsverkiezing in Frankrijk had gewonnen dan zouden er mensenrechten gesneuveld zijn. Bijvoorbeeld die van de zeer slecht georganiseerde Franse homo/lesbische minderheid waarvan een derde tegen eigen belangen in gestemd heeft. Angst is een slechte raadgever.

Autoritaire leiders zoals Poetin, Erdogan en Trump maken misbruik van een weeffout in het stelsel van direct gekozen presidenten. Hierdoor ontstaat grote spanning tussen de macht van de gekozen volksvertegenwoordiging en die van de president. Er zijn twee kapiteins op hetzelfde schip van staat: het parlement en de president. De macht van zo'n president is gebaseerd op een (soms zeer kleine) meerderheid. Trump is zelfs gekozen door een kleine minderheid van slechts 30% van alle stemgerechtigden! Een volksvertegenwoordiging is dus veel representatiever voor wat er in de bevolking leeft. Uit het oogpunt van democratie als maatschappelijke vormgeving van zelfbeschikking is het daarom wenselijker dat voortaan iedere president door de volksvertegenwoordiging gekozen wordt en niet rechtstreeks.

Het einde aan populisme?
Brexit en Trump werden niet gesteund door een meerderheid van de stemgerechtigden. Dat was bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in Nederland wel het geval. Die laatste verkiezing liet een aantal nederlagen voor het populisme zien. Een grote meerderheid is vóór de EU en de euro, tégen referenda als schijndemocratie en vóór een weerlegging van de populistische klacht dat er "een kloof" zou zijn waardoor "het volk" "niet gehoord" zou worden door "de elite". Door de overwinningen in Oostenrijk, Nederland en Frankrijk is het populisme niet verdwenen. Maar zij hebben wel laten zien dat democratieën uitstekend in staat zijn om de verraderlijke en ondemocratische lokroepen van het zeer angstaanjagende populisme te weerstaan. Mijn volgende blogbericht zal gaan over de Duitse verkiezingen.


Naschrift. Mijn meest gelezen blogberichten over Frankrijk zijn (in volgorde van populariteit): nummer 12, Handicapé par la francophonie, nummer 11, Frankrijk & Nederland en nummer 118, IHEU & Frankrijk.

Naschrift. Nog een punt dat de homo/lesbische stemmers op Le Pen te denken had moeten geven: zij werd gesteund door homovijandig Rusland. Vanuit Rusland werd het nepnieuws verspreid dat Macron homo zou zijn, alsof hem dat ongeschikt zou maken om president te worden. Macron wees er zeer terecht op dat dit onzin is, gebaseerd op homohaat. Wat de Russen betreft, kan dat kloppen. Wat de homo/lesbische minderheid in Frankrijk betreft, lijkt mij de opgeklopte islamangst waarschijnlijker.

zaterdag 6 mei 2017

193. FAQ: de tien meest gestelde vragen

Mijn blog is inmiddels meer dan 180.000 keer bekeken. Hoog tijd om eens aandacht te besteden aan de tien mij meest gestelde vragen via robtielman46@gmail.com .

1. Waarom werf je geen vaste volgers?
Een van mijn vele kritiekpunten op de meeste (a)sociale media is dat zij internetbubbels vormen van mensen die alleen maar kennis nemen van de opvattingen van gelijkgezinden. Ik wil niet preken voor eigen parochie maar juist wereldwijd mensen aanspreken die ook belangstelling hebben voor andersdenkenden. Bovendien schrijf ik over heel verschillende onderwerpen en niet iedereen heeft diezelfde belangstelling. Wie mij vast wil volgen kan iedere zaterdag een nieuw blogbericht lezen via http://robtielmanblogt.blogspot.nl/. En op de informatieve website van Het Roze Huis in Antwerpen kan men mijn blogberichten teruglezen. De meeste lezers vinden mij dankzij Google en de door hen meest gekozen zoekopdracht is Nederlands wereldtaal.

2. Waarom beperk je je niet tot één hoofdonderwerp?
Mijn belangrijkste aandachtsgebieden zijn (in volgorde van populariteit): 1. intimiteit en erotiek tussen mannen,   2. humanisme,   3. mijn eigen homoverleden,   4. Friesland,    5. mediakritiek,6.wereldwijde homovervolging,7.Nederlands wereldwijd,8.homoseksualiteit in Nederland, 9. Amerika en 10. racismediscussie. De links van deze top tien onderwerpen verwijzen naar de meest gelezen blogberichten in die groepen. Ik ben van mening dat men zich te veel beperkt tot één stokpaard. Ik benader de werkelijkheid het liefst vanuit geheel verschillende invalshoeken. Om zo kopklepdenkers op internet wat tegenwicht te bieden.

3. Waarom reageer je niet op iedere actualiteit?
Dit heeft ook te maken met mijn kritiek op de meeste (a)sociale media. Men holt van het ene incident naar het andere zonder enig inzicht in de achtergronden en de hoofdlijnen. Daarom ligt de nadruk in mijn blog op achtergrondverhalen. Actualiteiten kunnen dat goed aanvullen. Neem bijvoorbeeld mijn blogbericht over Russische homovervolgingen. Ik voeg de actualiteiten toe aan het achtergrondverhaal. Datzelfde doe ik met blogberichten over het gebrek aan aandacht voor homo-nieuws, over Turkse troebelen, over het referendum als schijnvertoning, over strategische blunders door 'anti-racisten', over verkiezingen en regeringsvorming in Nederland en over meer actualiteiten die aansluiten bij mijn blog.

4. Waarom heb je kritiek op de meeste homoporno?
Dat bespreek ik uitvoerig in blogbericht 97: Kritiek op homoporno. Dat bericht eindig ik zo.
"Gelukkig is de klantonvriendelijke en vooroordeelbevestigende homoporno bezig zijn eigen graf te graven. Want op mijn zoektochten op internet naar intimiteit tussen mannen en naar homo-erotiek ben ik steeds meer 'huisvlijtjes' tegengekomen: zelfgemaakte plaatjes en filmpjes die beter aansluiten op homoseksuele leefwerelden dan de meeste homoporno. Deze pornofabrieken worden ingehaald door huis-tuin-en-keuken plaatjes en filmpjes die gemaakt worden door vaak jonge homo's die kennelijk beter begrijpen wat gevoelsgenoten graag willen zien. Geen heterootje spelen maar homo's laten zien die van elkaar en van elkaars seksualiteit houden. Geen heteromannen die zichzelf aftrekken met de ogen dicht of kijkend naar heteroporno maar homo's die oprecht opgewonden raken van het idee dat andere homo's daar ook opgewonden van raken. Liever verleiding dan minachting. Geen treurige pornofilmpjes bekijken maar ideeën opdoen om het liefdes- en seksleven nog aantrekkelijker te maken!"

5. Waarom besteed je aandacht aan homo-erotiek?
Het aanbod aan homoporno is veel groter op internet dan aan homo-erotiek. Daardoor ontstaat een vooroordeelbevestigende beeldvorming over homoseks die ver verwijderd is van de werkelijkheid. Mede dankzij mijn blog is homo-erotiek nu veel makkelijker te vinden. Mijn homo-erotische berichten worden goed bekeken. Het best bekeken is mijn blogbericht 98: Liever homo-erotiek dan homoporno. Dat bericht eindig ik als volgt.

"De oplettende lezers en kijkers zal het zijn opgevallen dat ik mij niet echt duidelijk heb uitgesproken over wat volgens mij wel en wat niet homoporno is. In blogbericht 95 schreef ik over met name "afbeeldingen en beschrijvingen van seks" met de "bedoeling om seksueel te prikkelen". In blogbericht 97 liet ik enkele homoseksuele handelingen zien, niet met de bedoeling om seksueel te prikkelen maar om voorlichting te geven. In het begin van dit bericht had ik het over "opdringerige, niets verhullende, voorspelbare, mechanische, naakte, neukende, slecht hetero spelende, kijkersonvriendelijke, nors kijkende en wegkijkende mannen met een stijve". Dat is geen waterdichte grens. Het is ook de vraag of dat zou moeten. Uiteindelijk vind ik dat zowel homo-erotiek als homoporno op internet moeten kunnen als lezers en kijkers van te voren gewaarschuwd zijn zodat ze er niet heel onverhoeds mee worden geconfronteerd. Mij gaat het er in deze serie om de overheersing van homoporno op internet wat terug te dringen ten gunste van meer goede homo-erotiek. Hopelijk lever ik daar een bijdrage aan."

6. Waarom plaats je geen afbeeldingen?
Als ik afbeeldingen zou plaatsen dan krijg ik meteen te maken met auteursrechten. Dat betekent dat ik geld zou moeten vragen aan mijn lezers en dat wil ik niet. Bovendien kan ik nu makkelijk betere afbeeldingen zoeken bij de links. Tenslotte vind ik de teksten veel belangrijker dan de afbeeldingen, die ik vooral uitzoek om mijn betoog met voorbeelden te ondersteunen.

7. Waarom loopt jouw blog beter dan jouw vlog?
Vermoedelijk omdat veel van mijn lezers makkelijker Nederlandse teksten lezen dan dat zij gesproken Nederlands kunnen volgen. Mijn best bekeken vlogbericht is het eerste: Aanleiding memoires Rob Tielman. Van daaruit kan men naar de volgende vlogberichten.

8. Waarom worden niet alle reacties van lezers geplaatst?
Ik plaats alleen die reacties die een aanvulling zijn op wat ik geschreven heb. Veel (a)sociale media zijn een afvalbak geworden en daar wil ik mijn blog niet mee bevuilen.

9. Waarom is jouw blog in het Nederlands?
Dat licht ik toe in blogbericht 71: Nederlands wereldtaal. Ik heb veel gastcolleges gegeven aan opleidingen voor Neerlandistiek in het buitenland. Zo ontdekte ik dat wereldwijd veel meer Nederlands wordt gelezen dan de meeste Nederlanders denken. In bovengenoemd blogbericht schrijf ik daar het volgende over.

"Die wereldwijde verspreiding is mede te danken aan de over grote delen van de wereld bestaande opleidingen Neerlandistiek en aan de Nederlandse Taalunie die hen met raad en daad ondersteunt. Buiten Nederland, België en Suriname wordt in veertig landen aan 175 universiteiten Nederlands gegeven door 700 docenten aan 15.000 studenten en wordt door 6000 leraren Nederlandse lessen gegeven aan 400.000 scholieren op scholen voor basis- en voortgezet onderwijs. Het grootste aantal scholieren (23.000) is te vinden in de Duitse deelstaten die aan ons land grenzen: Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen."

In de meeste Nederlandse media houdt men vrij weinig rekening met anderstaligen die Nederlands willen leren lezen. Daarom probeer ik kenmerkende Nederlandse verschijnselen voor buitenlanders uit te leggen. Zie bijvoorbeeld mijn verhaal over het ontstaan van het poldermodel en de serie over verkiezingen en regeringsvorming in Nederland.

10. Waarom zijn sommige titels in het Afrikaans, Fries, Engels, Frans of Russisch?
Omdat de zoekmachine van Google belangrijk is, gebruik ik vaak begrippen die aansluiten op zoekopdrachten. Zo gebruik ik in de kop van dit blogbericht het begrip FAQ (frequently asked questions) omdat ik hier veelgestelde vragen beantwoord. Mocht men onverhoopt moeite hebben met het lezen van Nederlands dan kan men Google Translate gebruiken.

De titel die de meeste (meestal buitenlandse lezers) heeft getrokken is Gay Twins over eeneiige homotweelingen. Dat is kennelijk een zeer aansprekend onderwerp omdat het iets zegt over de biologische oorsprong van homoseksualiteit. Als tweede eindigde World Press Photo 2014. Dit is de meest homo-erotische foto die een wereldprijs won en tevens kritiek uitte op de Russische antihomopolitiek. Meer daarover kan men vinden in blogbericht 29.

Als derde eindigde mijn serie tegen de meeste homoporno: "Anti Gay Porn". Daarin geef ik voorbeelden hoe het beter kan op een minder pornografische en een meer homo-erotische wijze. Met als onderwerpen (in volgorde van populariteit): is er sprake van schaamte, kijkt men de kijker aan?, homoseks is meer dan neuken en gepijpt worden, homo-erotische safe sex en plezier in homoseks. Deze blogberichten werden vooral bekeken in homovijandige landen waar kennelijk behoefte is aan alternatieven voor meestal Amerikaanse homoporno.

Als vierde eindigde mijn blogbericht over de homovervolging in Rusland: Сочи 2014. De Russen zijn na de Nederlanders en de Amerikanen mijn grootste groep lezers. Als vijfde, meest bekeken berichten met anderstalige titels, eindigde de serie over Friesland: Fryske gemeenteriedsferkiezings, It wrede paradys, Fryske taalfrede, Fryske taalfrede op 'e nij bedrige en Nexit? Fryslânexit! Van de meeste berichten bestaan ook Friese vertalingen.

Als zesde eindigde de serie gericht op Amerikaanse lezers. Die vormen na de Nederlanders de grootste groep lezers. De meest gelezen berichten over Amerika met Engelstalige titels zijn (in volgorde van populariteit): (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam, Hans Brinker and a finger in a leaking dike, Dangerous stamps!, American Democracy 101, American Paradoxes en "War on Christianity"?

Als zevende eindigde de serie gericht op Engelse lezers: "No sex please, we're British!", Disadvantaged by English, No Dutch please! en Brexit? Schotland exit! Als achtste werd, vooral in Frankrijk en België, het bericht bekeken met de provocerende titel: Handicapé par la francophonie. Deze zoekterm is nog niet tot Google doorgedrongen: wellicht te provocerend voor Franstaligen?

Wel goed doorgedrongen in de zoekresultaten van Google is de film Pride, het negende meest gelezen blogbericht met een anderstalige titel. Over alle bovenstaande berichten ben ik tevreden wat de aantallen anderstalige lezers betreft. Dat is helaas niet het geval met de twee berichten met een Afrikaner titel: Afrikaner identiteit en Baie dankie! Het aantal lezers in Zuid-Afrika is heel klein hoewel miljoenen Afrikaanstaligen heel makkelijk Nederlands kunnen lezen. Afrikaans wordt in meerderheid door kleurlingen gesproken maar de taal wordt nog steeds achtergesteld door zelfverklaarde antiracisten die zelf aan zwart racisme doen. Zie mijn serie over het racismedebat: ik schreef daarover het volgende.

"Deze serie berichten wordt veel gelezen dankzij mijn reacties op het debat over Zwarte Piet: blogbericht 61 over Racisme? en nummer 69 over Divagedrag tegen Zwarte Piet werkt averechts. Dit laatste bericht is nu ook beschikbaar in Friese vertaling: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts. De soms vermeende discriminatie op grond van afkomst speelde ook een rol in blogbericht 70 over de Turkse troebelen (1) (de sterkste stijger in deze groep). Lezers van dit laatste bericht kwamen vooral binnen via het landelijk platform voor openbaar onderwijs CBOO. De nieuwste berichten in deze serie zijn nummer 110: Strategische blunders door 'antiracisten', nummer 142: Turkse troebelen (2), nummer 161: Turkse troebelen (3) en nummer 185: Turkse troebelen (4)."






zaterdag 29 april 2017

192. Regeringsvorming in Nederland (6)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag, over het consumentengedrag onder veel kiezers, over een meer doelmatige strategie van links/progressieve kiezers en partijen en over samenwerkingsstrategieën. Dit blogbericht gaat over het enorm grote belang van het maatschappelijk middenveld tussen kiezers en overheid. Met als voorbeeld homo/lesbische bewegingen wereldwijd om tot grotere gelijkberechtiging te komen, bijvoorbeeld rond de openstelling van het huwelijk. Dit is het laatste blogbericht in deze serie die vooral gericht is op de twee derde van mijn lezers die in het buitenland wonen.

De film 'Pride': een heldenrol voor de Britse homo/lesbische beweging
In blogbericht 66, Pride, schreef ik over deze historische film uit 2014 die speelt in de jaren tachtig. De homovijandige Britse premier Margaret Thatcher (1925-2013) was van 1979 tot 1990 aan het bewind. Zij moest niets hebben van het sociale middenveld tussen burgers en overheid. Dat had zij gemeen met hedendaagse autoritaire leiders als Poetin en Erdogan. En met voorstanders van referenda die ten onrechte denken dat democratie een dictatuur van meerderheden zou zijn. Juist homo/lesbische minderheden hebben daarom wereldwijd belang bij zelforganisatie en samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten in het maatschappelijk middenveld. Om het mensenrecht op zelfbeschikking te verdedigen.

In de film Pride zien we dat de door velen geminachte homo/lesbische beweging in Londen solidair is met de stakende vakbeweging die door Thatcher eveneens geminacht wordt. De film laat zien dat zelforganisatie in samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten in verwante bewegingen, gericht op zelfbeschikking, soms heel moeilijk is maar uiteindelijk toch overwint. Dit succes leidde jaren later tot de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht in Engeland, Wales en Schotland. Noord-Ierland is nog niet zover.

Nederland en België liepen in huwelijksgelijkberechtiging voorop in 2001 en 2003
De Nederlandse homo/lesbische beweging had als groot voordeel dat het maatschappelijk middenveld door de oude verzuiling in protestantse, katholieke, socialistische en liberale stromingen heel invloedrijk was. De homo/lesbische en ook de humanistische bewegingen konden daardoor wereldwijd voorop lopen. De humanistische door in Nederland en (het eveneens verzuilde) België de grondwettelijke gelijkberechtiging van godsdiensten en de (ongodsdienstige) levensbeschouwing te bereiken. De homo/lesbische bewegingen door in Nederland en België in 2001 en 2003 huwelijksgelijkberechtiging als de eerste landen tot stand te brengen. Inmiddels is dat voorbeeld door meer dan twintig landen gevolgd.

Het belang van het maatschappelijk middenveld voor de regeringsvorming
Als het maatschappelijk middenveld vóór de verkiezingen stembusakkoorden met politieke partijen sluit, vergroten zij de kans dat na verkiezingen hun belangen veilig gesteld zijn. De homo/lesbische en de milieubeweging zijn bij deze laatste Nederlandse verkiezingen de beste voorbeelden daarvan. Belangengroepen die zich na de verkiezingen op de regering vormende partijen richten, lopen de kans achter het net te vissen.

Een gangbaar misverstand is dat alleen partijen die gewonnen hebben aan een nieuwe regering mogen deelnemen. Door de middelpuntvliedende werking van extreme partijen kan dat tot onregeerbare toestanden leiden. Partijen die goede banden hebben met het maatschappelijke midden kunnen die middelpuntvliedende beweging tegengaan en de regeerbaarheid bevorderen. De verliezende VVD is als de grootste partij bij de nieuwe regering betrokken. De verliezende PvdA nog niet terwijl die partij wel goede contacten heeft met het maatschappelijk middenveld. Kiezers die op een verliezende partij hebben gestemd, moeten niet bij voorbaat worden afgeschreven. Zij moeten even zwaar wegen als kiezers op winnende partijen. Het Angelsaksische dogma "the winner takes all" leidt tot maatschappelijke polarisatie en ondervertegenwoordiging van minderheden. En dat is slecht voor iedereen die het mensenrecht op zelfbeschikking verdedigt.



Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2), 189, Regeringsvorming in Nederland (3), 190, Regeringsvorming in Nederland (4) en 191, Regeringsvorming in Nederland (5).


Naschrift. Op 15 mei 2017 is de poging tot regeringsvorming door VVD, CDA, D66 en GroenLinks mislukt.



zaterdag 22 april 2017

191. Regeringsvorming in Nederland (5)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag, over het consumentengedrag onder veel kiezers en over de mogelijkheid van een meer doelmatige strategie van links/progressieve kiezers en partijen in Nederland. Dit blogbericht gaat over samenwerkingsstrategieën. Met dank aan de ervaringen van onder andere homo/lesbische bewegingen wereldwijd om tot grotere gelijkberechtiging te komen, bijvoorbeeld rond de openstelling van het huwelijk.

Samengaan als slechtere vorm van samenwerking
Velen denken dat samengaan de beste vorm van samenwerking is. Dat is meestal niet het geval. In mijn memoires, Humanisme als zelfbeschikking, bespreek ik mijn ervaringen met samenwerking in humanistische, homo/lesbische en vrouwenemancipatiebewegingen over de hele wereld. Vaak wordt er gestreefd naar zo groot mogelijke organisaties. Hoe groter, hoe meer macht is dan de gedachte. Maar die grote verbanden hebben vaak te kampen met onderlinge spanningen tussen vertegenwoordigers van deelbelangen. Groter is niet beter.

Het is veel strategischer om niet iedereen in één organisatie te proppen maar om samen te werken tussen kleinere organisaties die zich beter kunnen richten op specifieke groepen. Eén partij voor alle links/progressieve Nederlanders is al een eeuw onmogelijk gebleken. En het ziet er niet naar uit dat dit ooit in de toekomst bereikbaar is. Het is ook vraag of het wenselijk is. Wie de veel besproken kloof tussen kiezers en gekozenen wil verkleinen, doet er verstandig aan om niet met een eenvormig aanbod te komen maar met een keuze uit verscheidene partijen waaruit de kiezers kunnen kiezen. Maar dan is het wel noodzakelijk om beter samen te werken. En daaraan ontbreekt het nogal eens, ook in Nederland.

Van stembusakkoorden naar regeerakkoorden
In een stembusakkoord spreken politieke partijen zich vóór de verkiezingen uit om erna gezamenlijk bepaalde doelstellingen in een regeerakkoord vast te leggen. In het verleden afgesloten stembusakkoorden tussen links/progressieve politieke partijen in Nederland haalden geen meerderheid. Dat was anders bij stembusakkoorden waarbij naast politieke partijen ook maatschappelijke organisatie betrokken waren. Zo heeft de Nederlandse homo/lesbische beweging bij de afgelopen verkiezingen stembusakkoorden gesloten die wel geslaagd zijn. Dat brengt mij op de rol van maatschappelijke zelforganisaties bij het tot stand komen van regeerakkoorden. Als men daarmee wacht tot na de verkiezingen dan is dat meestal te laat. Over de rol van het maatschappelijk middenveld tussen kiezers en overheid gaat mijn volgende blogbericht.



Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2), 189, Regeringsvorming in Nederland (3) en 190, Regeringsvorming in Nederland (4).




zaterdag 15 april 2017

190. Regeringsvorming in Nederland (4)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag en over het steeds meer toenemende consumentengedrag onder kiezers. Dit blogbericht gaat er over hoe de linkse/progressieve kiezers hun belangen beter kunnen behartigen. Met dank aan homo/lesbische bewegingen.

Het links/progressieve misverstand in Nederland
De linkse/progressieve partijen in Nederland hebben last van het hardnekkige misverstand dat zij de belangen van een meerderheid van achtergestelden zouden behartigen. Dat is wel hun bedoeling. Maar een geschiedenis van honderd jaar met het algemeen kiesrecht heeft laten zien dat veel van de achtergestelden tegen hun sociaaleconomische belangen in stemmen. Zo stemden veel protestante en katholieke arbeiders niet op socialistische maar op christelijke partijen. Ook Brexit en Trump hebben laten zien dat veel arbeiders tegen hun sociaal-economische belangen in stemden uit angst voor vreemdelingen.

Een eeuw lang streven naar een partijpolitieke meerderheid is in Nederland nooit geslaagd. Zelf het meest linkse kabinet van Den Uyl (1973-1977) was nog afhankelijk van christelijke partijen. Het is daarom van strategisch belang dat linkse/progressieve partijen ophouden om te denken zij als partijen meerderheden achter zich kunnen krijgen. De geschiedenis van de homo/lesbische beweging in Nederland heb ik beschreven in mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging. Daarin verklaar ik hoe een kleine minderheid toch een meerderheid achter gelijkberechtiging heeft kunnen krijgen. Dat was dankzij een strategie van zelforganisatie en nauwe samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten.

Zelforganisatie
Bij zelforganisatie denken de meeste politieke partijen aan ledenwerving. De geschiedenis van de humanistische, homo/lesbische en vrouwenemancipatie heeft echter laten zien dat ledenwerving een weliswaar zeer noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde is voor zelforganisatie. Moderne sociale bewegingen werken bijvoorbeeld met internet-netwerken. Communicatie met achterbannen werkt niet meer vooral met ledenvergaderingen maar met multimediale netwerken.

De klacht dat politieke partijen hun belang verloren zouden hebben door sterk dalende ledenaantallen is onterecht. Zij kunnen de spil vormen van veel bredere netwerken en daardoor een groter draagvlak houden in de samenleving dan op het eerste gezicht lijkt.

Ook deugt het gangbare verhaal niet dat referenda democratischer zouden zijn dan een parlementaire democratie met politieke partijen. Zoals Poetin en Erdogan aantonen, is het een gevaarlijke misvatting dat dictaturen van meerheden democratisch zouden zijn. Zij tasten de mensenrechten van minderheden en het zelfbeschikkingsrecht van individuen aan. Zie mijn blogbericht 34: Vijf misverstanden over democratie. Dat brengt mij op het belang van samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten, ofwel het maatschappelijke middenveld tussen kiezers en de overheid. Daarover meer in mijn volgende blogbericht.




Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2) en 189, Regeringsvorming in Nederland (3).


zaterdag 8 april 2017

189. Regeringsvorming in Nederland (3)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel en over de gevaren van divagedrag. Dit blogbericht gaat met name over het steeds meer toenemende consumentengedrag onder kiezers. Vooral de progressieve partijen zijn daarvan het slachtoffer. Bij de verkiezingen van 2006 zakte D66 tot maar drie zetels. Nu is dat weer negentien. Bij de verkiezingen van 2012 zakte GroenLinks tot vier zetels. Nu is dat weer veertien. En bij de verkiezingen van 2017 zakte de PvdA tot negen zetels, een verlies van negenentwintig!. Hoe is die wispelturigheid onder deze progressieve kiezers te verklaren? En wat kunnen deze drie progressieve partijen bijvoorbeeld leren van de strategie van succesvolle homo/lesbische bewegingen wereldwijd?

Wat versta ik onder links, rechts, conservatief en progressief in Nederland?
Twee derde van mijn lezers wonen in het buitenland. Het is ondoenlijk om de verschillen en overeenkomsten tussen alle dertien in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen uit leggen. Daarom beperk ik mij tot de hoofdlijnen.

Een gangbaar model om de politieke partijen in Nederland in te delen werkt met twee tegenstellingen: links-rechts en progressief-conservatief. Links wil dat de overheid een rol speelt bij het verminderen van de verschillen in macht, bezit en inkomen. Rechts wil zo weinig mogelijk overheidsingrijpen. Progressief wil dat alle mensen steeds meer in staat gesteld worden om hun leven zelf zin en vorm te geven. Conservatief wil het behoud van traditionele waarden en normen. In Nederland vindt men dat vooral in de drie christelijke partijen, die het minst vrouw- en homovriendelijk zijn.

Nederland heeft nooit een meerderheidspartij gekend. Als land van minderheden werden altijd coalities gesloten. In de negentiende eeuw waren dat vanaf de Grondwet van 1848 overwegend liberale coalities. In de twintigste eeuw waren tot 1994 altijd de christelijke partijen in de coalities zeer invloedrijk. Na de Tweede Wereldoorlog regeerden christelijke partijen ofwel met rechtse partijen, ofwel met linkse partijen als over rechts niet mogelijk was. Van 1994 tot 2002 en sinds 2012 zitten er geen christelijke partijen in de regering.

Ontstaan van consumentengedrag in de Nederlandse politiek
Als gevolg van de vroegere verzuiling in protestante, katholieke, liberale en socialistische stromingen waren de bijbehorende politieke partijen vrij stabiel in hun achterbannen. Bij verkiezingen vonden tot de jaren zestig geen grote verschuivingen plaats. Dat veranderde met de opkomende ontzuiling vanaf de jaren zestig.Vóór de ontzuiling was het gebruikelijk dat zelfs het consumentengedrag verzuild was. Men ging bij voorkeur alleen winkelen bij ondernemers die tot de eigen zuil behoorden: bijvoorbeeld een katholieke kruidenier.

Door de ontzuiling speelde de achtergrond van de winkeliers geen rol meer. Dit ontzuilend consumentengedrag werkte door op al die voorheen verzuilde gebieden: school, omroep, sportvereniging, krant, tot en met partijkeuze. Maar er is één belangrijk verschil. Als een voorheen verzuilde instelling leegliep dan waren er altijd andere waar men terecht kon. Maar de overheid is van ons allemaal en we kunnen ons land niet voor een ander inruilen als we hier blijven wonen. In een land vol van minderheden betekent dat de vorming van coalities met de nodige compromissen. Vroeger werd het belang van er samen al polderend uitkomen beter begrepen dan nu. Consumenten houden niet van compromissen.

Gevolgen van consumentengedrag in de Nederlandse politiek
Uit de hierboven genoemde wispelturige wisselingen in aantallen Kamerzetels blijkt dat de (meest ontzuilde) progressieve kiezers de partijen waarop zij gestemd hebben het hardst straffen als zij niet precies doen wat die kiezers willen. Die progressieve partijen hebben nog nooit een meerderheid in Nederland gehaald. Dat betekende dus ófwel meeregeren en gestraft worden omdat er compromissen gesloten werden. Ofwel in de oppositie blijven en geen invloed ter verbetering kunnen uitoefenen. Zo benadeelden progressieve kiezers door hun wispelturige gedrag en het klagen over kiezersbedrog hun eigen progressieve belangen.

De enige uitweg uit dit dilemma tussen partijbelang en het landsbelang is het sluiten van stembusakkoorden vóór de verkiezingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de Nederlandse homo/lesbische beweging met die politieke partijen die daartoe bereid zijn. Daardoor is na iedere verkiezing de gelijkberechtiging van de homo/lesbische minderheid altijd het beste verzekerd. Hoe kan deze strategie met stembusakkoorden toegepast worden op de praktijk van de komende kabinetsformatie? Zie hiervoor mijn volgende blogbericht.


Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1) en 188, Regeringsvorming in Nederland (2).