zaterdag 22 april 2017

191. Regeringsvorming in Nederland (5)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag, over het consumentengedrag onder veel kiezers en over de mogelijkheid van een meer doelmatige strategie van links/progressieve kiezers en partijen in Nederland. Dit blogbericht gaat over samenwerkingsstrategieën. Met dank aan de ervaringen van onder andere homo/lesbische bewegingen wereldwijd om tot grotere gelijkberechtiging te komen, bijvoorbeeld rond de openstelling van het huwelijk.

Samengaan als slechtere vorm van samenwerking
Velen denken dat samengaan de beste vorm van samenwerking is. Dat is meestal niet het geval. In mijn memoires, Humanisme als zelfbeschikking, bespreek ik mijn ervaringen met samenwerking in humanistische, homo/lesbische en vrouwenemancipatiebewegingen over de hele wereld. Vaak wordt er gestreefd naar zo groot mogelijke organisaties. Hoe groter, hoe meer macht is dan de gedachte. Maar die grote verbanden hebben vaak te kampen met onderlinge spanningen tussen vertegenwoordigers van deelbelangen. Groter is niet beter.

Het is veel strategischer om niet iedereen in één organisatie te proppen maar om samen te werken tussen kleinere organisaties die zich beter kunnen richten op specifieke groepen. Eén partij voor alle links/progressieve Nederlanders is al een eeuw onmogelijk gebleken. En het ziet er niet naar uit dat dit ooit in de toekomst bereikbaar is. Het is ook vraag of het wenselijk is. Wie de veel besproken kloof tussen kiezers en gekozenen wil verkleinen, doet er verstandig aan om niet met een eenvormig aanbod te komen maar met een keuze uit verscheidene partijen waaruit de kiezers kunnen kiezen. Maar dan is het wel noodzakelijk om beter samen te werken. En daaraan ontbreekt het nogal eens, ook in Nederland.

Van stembusakkoorden naar regeerakkoorden
In een stembusakkoord spreken politieke partijen zich vóór de verkiezingen uit om erna gezamenlijk bepaalde doelstellingen in een regeerakkoord vast te leggen. In het verleden afgesloten stembusakkoorden tussen links/progressieve politieke partijen in Nederland haalden geen meerderheid. Dat was anders bij stembusakkoorden waarbij naast politieke partijen ook maatschappelijke organisatie betrokken waren. Zo heeft de Nederlandse homo/lesbische beweging bij de afgelopen verkiezingen stembusakkoorden gesloten die wel geslaagd zijn. Dat brengt mij op de rol van maatschappelijke zelforganisaties bij het tot stand komen van regeerakkoorden. Als men daarmee wacht tot na de verkiezingen dan is dat meestal te laat. Over de rol van het maatschappelijk middenveld tussen kiezers en overheid gaat mijn volgende blogbericht.



Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2), 189, Regeringsvorming in Nederland (3) en 190, Regeringsvorming in Nederland (4).




zaterdag 15 april 2017

190. Regeringsvorming in Nederland (4)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag en over het steeds meer toenemende consumentengedrag onder kiezers. Dit blogbericht gaat er over hoe de linkse/progressieve kiezers hun belangen beter kunnen behartigen. Met dank aan homo/lesbische bewegingen.

Het links/progressieve misverstand in Nederland
De linkse/progressieve partijen in Nederland hebben last van het hardnekkige misverstand dat zij de belangen van een meerderheid van achtergestelden zouden behartigen. Dat is wel hun bedoeling. Maar een geschiedenis van honderd jaar met het algemeen kiesrecht heeft laten zien dat veel van de achtergestelden tegen hun sociaaleconomische belangen in stemmen. Zo stemden veel protestante en katholieke arbeiders niet op socialistische maar op christelijke partijen. Ook Brexit en Trump hebben laten zien dat veel arbeiders tegen hun sociaal-economische belangen in stemden uit angst voor vreemdelingen.

Een eeuw lang streven naar een partijpolitieke meerderheid is in Nederland nooit geslaagd. Zelf het meest linkse kabinet van Den Uyl (1973-1977) was nog afhankelijk van christelijke partijen. Het is daarom van strategisch belang dat linkse/progressieve partijen ophouden om te denken zij als partijen meerderheden achter zich kunnen krijgen. De geschiedenis van de homo/lesbische beweging in Nederland heb ik beschreven in mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging. Daarin verklaar ik hoe een kleine minderheid toch een meerderheid achter gelijkberechtiging heeft kunnen krijgen. Dat was dankzij een strategie van zelforganisatie en nauwe samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten.

Zelforganisatie
Bij zelforganisatie denken de meeste politieke partijen aan ledenwerving. De geschiedenis van de humanistische, homo/lesbische en vrouwenemancipatie heeft echter laten zien dat ledenwerving een weliswaar zeer noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde is voor zelforganisatie. Moderne sociale bewegingen werken bijvoorbeeld met internet-netwerken. Communicatie met achterbannen werkt niet meer vooral met ledenvergaderingen maar met multimediale netwerken.

De klacht dat politieke partijen hun belang verloren zouden hebben door sterk dalende ledenaantallen is onterecht. Zij kunnen de spil vormen van veel bredere netwerken en daardoor een groter draagvlak houden in de samenleving dan op het eerste gezicht lijkt.

Ook deugt het gangbare verhaal niet dat referenda democratischer zouden zijn dan een parlementaire democratie met politieke partijen. Zoals Poetin en Erdogan aantonen, is het een gevaarlijke misvatting dat dictaturen van meerheden democratisch zouden zijn. Zij tasten de mensenrechten van minderheden en het zelfbeschikkingsrecht van individuen aan. Zie mijn blogbericht 34: Vijf misverstanden over democratie. Dat brengt mij op het belang van samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten, ofwel het maatschappelijke middenveld tussen kiezers en de overheid. Daarover meer in mijn volgende blogbericht.




Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2) en 189, Regeringsvorming in Nederland (3).


zaterdag 8 april 2017

189. Regeringsvorming in Nederland (3)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel en over de gevaren van divagedrag. Dit blogbericht gaat met name over het steeds meer toenemende consumentengedrag onder kiezers. Vooral de progressieve partijen zijn daarvan het slachtoffer. Bij de verkiezingen van 2006 zakte D66 tot maar drie zetels. Nu is dat weer negentien. Bij de verkiezingen van 2012 zakte GroenLinks tot vier zetels. Nu is dat weer veertien. En bij de verkiezingen van 2017 zakte de PvdA tot negen zetels, een verlies van negenentwintig!. Hoe is die wispelturigheid onder deze progressieve kiezers te verklaren? En wat kunnen deze drie progressieve partijen bijvoorbeeld leren van de strategie van succesvolle homo/lesbische bewegingen wereldwijd?

Wat versta ik onder links, rechts, conservatief en progressief in Nederland?
Twee derde van mijn lezers wonen in het buitenland. Het is ondoenlijk om de verschillen en overeenkomsten tussen alle dertien in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen uit leggen. Daarom beperk ik mij tot de hoofdlijnen.

Een gangbaar model om de politieke partijen in Nederland in te delen werkt met twee tegenstellingen: links-rechts en progressief-conservatief. Links wil dat de overheid een rol speelt bij het verminderen van de verschillen in macht, bezit en inkomen. Rechts wil zo weinig mogelijk overheidsingrijpen. Progressief wil dat alle mensen steeds meer in staat gesteld worden om hun leven zelf zin en vorm te geven. Conservatief wil het behoud van traditionele waarden en normen. In Nederland vindt men dat vooral in de drie christelijke partijen, die het minst vrouw- en homovriendelijk zijn.

Nederland heeft nooit een meerderheidspartij gekend. Als land van minderheden werden altijd coalities gesloten. In de negentiende eeuw waren dat vanaf de Grondwet van 1848 overwegend liberale coalities. In de twintigste eeuw waren tot 1994 altijd de christelijke partijen in de coalities zeer invloedrijk. Na de Tweede Wereldoorlog regeerden christelijke partijen ofwel met rechtse partijen, ofwel met linkse partijen als over rechts niet mogelijk was. Van 1994 tot 2002 en sinds 2012 zitten er geen christelijke partijen in de regering.

Ontstaan van consumentengedrag in de Nederlandse politiek
Als gevolg van de vroegere verzuiling in protestante, katholieke, liberale en socialistische stromingen waren de bijbehorende politieke partijen vrij stabiel in hun achterbannen. Bij verkiezingen vonden tot de jaren zestig geen grote verschuivingen plaats. Dat veranderde met de opkomende ontzuiling vanaf de jaren zestig.Vóór de ontzuiling was het gebruikelijk dat zelfs het consumentengedrag verzuild was. Men ging bij voorkeur alleen winkelen bij ondernemers die tot de eigen zuil behoorden: bijvoorbeeld een katholieke kruidenier.

Door de ontzuiling speelde de achtergrond van de winkeliers geen rol meer. Dit ontzuilend consumentengedrag werkte door op al die voorheen verzuilde gebieden: school, omroep, sportvereniging, krant, tot en met partijkeuze. Maar er is één belangrijk verschil. Als een voorheen verzuilde instelling leegliep dan waren er altijd andere waar men terecht kon. Maar de overheid is van ons allemaal en we kunnen ons land niet voor een ander inruilen als we hier blijven wonen. In een land vol van minderheden betekent dat de vorming van coalities met de nodige compromissen. Vroeger werd het belang van er samen al polderend uitkomen beter begrepen dan nu. Consumenten houden niet van compromissen.

Gevolgen van consumentengedrag in de Nederlandse politiek
Uit de hierboven genoemde wispelturige wisselingen in aantallen Kamerzetels blijkt dat de (meest ontzuilde) progressieve kiezers de partijen waarop zij gestemd hebben het hardst straffen als zij niet precies doen wat die kiezers willen. Die progressieve partijen hebben nog nooit een meerderheid in Nederland gehaald. Dat betekende dus ófwel meeregeren en gestraft worden omdat er compromissen gesloten werden. Ofwel in de oppositie blijven en geen invloed ter verbetering kunnen uitoefenen. Zo benadeelden progressieve kiezers door hun wispelturige gedrag en het klagen over kiezersbedrog hun eigen progressieve belangen.

De enige uitweg uit dit dilemma tussen partijbelang en het landsbelang is het sluiten van stembusakkoorden vóór de verkiezingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de Nederlandse homo/lesbische beweging met die politieke partijen die daartoe bereid zijn. Daardoor is na iedere verkiezing de gelijkberechtiging van de homo/lesbische minderheid altijd het beste verzekerd. Hoe kan deze strategie met stembusakkoorden toegepast worden op de praktijk van de komende kabinetsformatie? Zie hiervoor mijn volgende blogbericht.


Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1) en 188, Regeringsvorming in Nederland (2).





zaterdag 1 april 2017

188. Regeringsvorming in Nederland (2)

In deze serie over regeringsvorming in Nederland besteed ik in dit blogbericht aandacht aan het verschijnsel 'divagedrag'. Daaronder versta ik het zeer luidruchtig klagen over het eigen (kleine) leed onder veronachtzaming van het (veel grotere) leed elders in de wereld.

Dit opzichtig wentelen in het eigen leed ben ik in Nederland voor het eerst tegengekomen in de homo/lesbische beweging in de jaren zeventig. Sindsdien is het heel dramatisch een slachtoffer spelen in Nederland op grote schaal in de mode geraakt. Welke gevolgen heeft dit voor kiezers, politici en media? En kan men misschien iets leren van de ervaringen van de Nederlandse homo/lesbische beweging hiermee?

Geschiedenis van het divagedrag in Nederland
In mijn memoires, Humanisme als zelfbeschikking, beschrijf ik hoe in Nederland de oude verzuiling de emancipatie van minderheden heeft bevorderd. Door zelforganisatie en het samenwerken met sleutelfiguren en bondgenoten in andere minderheden kon men in de humanistische en de homo/lesbische bewegingen veel sneller gelijkberechtiging bereiken dan in andere landen. Het is dan ook geen toeval dat de wereldwijde zelforganisaties van die twee bewegingen in Nederland zijn begonnen. Gelijkheid werd in het poldermodel niet opgevat als van boven opgelegde en afgedwongen gelijkvormigheid maar als vrij algemeen aanvaarde gelijkwaardigheid in veelvormigheid.

In de jaren zestig kwam de verzuiling in een kwaad daglicht te staan. De geschiedenis van emancipatie van minderheden werd vergeten en de verstarring kwam in de beeldvorming voorop te staan. De verworvenheden van de veelvormige samenleving werden als iets heel vanzelfsprekends ervaren en men besefte niet dat de bijbehorende vrijheden elke nieuwe generatie weer opnieuw veilig gesteld moesten worden.    

Door mijn wereldwijde onderzoek voor The Third Pink Book wist ik dat de Nederlandse homo/lesbische beweging er stukken beter voor stond in vergelijking met de rest van de wereld. Daarom schaamde ik mij als buitenlandse homo/lesbische bezoekers overladen werden met klachten door Nederlandse gevoelsgenoten. In plaats van gesterkt door enige behulpzame adviezen voor hun eigen emancipatie verlieten veel buitenlanders Nederland teleurgesteld in mogelijkheden ter verbetering van hun eigen lot. Dat verbeterde pas toen de crisis rond hiv/aids toesloeg. Nederland pakte de strijd tegen die ziekte aantoonbaar stukken beter aan dan de meeste andere landen. Dat hielp buitenlandse homo/lesbische bewegingen om in hun eigen land concrete verbeteringen te bereiken. Ook het streven naar openstelling van het huwelijk werd goed aangepakt. Niet zwelgen in achterstelling maar stelselmatig lobbyen. Huwelijksgelijkberechtiging werd Nederlands beste ideële exportproduct. En door het sluiten van een Regenboog-stembusakkoord voor iedere verkiezing werd de voortgang van de homo/lesbische emancipatie gewaarborgd. Helaas werd deze vervanging van divagedrag door doelmatig lobbyen door de homo/lesbische beweging niet door de rest van Nederland gevolgd.

Zogenaamde puinhopen in een van de gelukkigste landen ter wereld
Nederland werd geregeerd door 'paarse' (rechts/linkse) kabinetten van 1994 tot 2002 en van 2012 tot 2017. Die behoren tot de meest geslaagde regeringen in Nederland. Maar in de beeldvorming wordt gedaan alsof zij tot de slechtste zouden behoren. In werkelijkheid waren de regeringen van 2002 tot 2003 en van 2010 tot 2012 met populistische partijen de echte puinhopen. Hoe is deze geschiedsvervalsing in de media te verklaren?

In blogbericht 62, Geschiedvervalsing, beschrijf ik een goed vergelijkbaar voorbeeld: het vooroordeel dat 'links' de migratiecrisis veroorzaakt zou hebben. In werkelijkheid waren het rechtse ondernemers die in 1969 met steun van een centrum-rechtse regering goedkope arbeidskrachten uit Marokko en Turkije naar Nederland hebben gehaald. In 1983 waren het CDA en VVD die de gezinshereniging mogelijk maakten. Toch kreeg 'links' de schuld. Door te klagen over 'linkse media' werd de kritische taak van feiten toetsende media uit bangigheid veronachtzaamd. Het gepraat over 'moreel leiderschap' werd niet doorgeprikt als een leeg verhaal. Referenda werden voorgespiegeld als democratisch terwijl ze kunnen leiden tot een dictatuur van manipuleerbare meerderheden. Door bestrijding van de zogenaamde 'elite' trachtte in werkelijkheid een andere elite van klaagdiva's de macht te grijpen. Het klagen over een 'kloof' moest verhullen dat die in werkelijkheid niet bestond. De grootste schreeuwers die beweerden 'niet gehoord' te worden, kregen in bange media oneindig veel meer aandacht dan degenen die zich niet wentelden in hun vermeende leed.

Waren er dan geen problemen in rijk en welvarend Nederland? Jazeker! Een goede analyse geeft de televisieserie 'Schuldig' van de humanistische omroep HUMAN. Er is een heel grote schuldindustrie ontstaan rond mensen die niet geleerd hebben om met zelfbeschikking om te gaan. In plaats van deze mensen te begeleiden, worden zij uitgebuit door lieden die zich voordoen als redders in de nood maar hen in werkelijkheid nog verder uitbuiten. Populisten als o.a. Poetin, Erdogan, Farage, Trump en Le Pen misbruiken dit leed als volleerde diva's waardoor de slachtoffers mensen aan de macht brengen die zeggen hen te helpen maar in feite hun afhankelijkheid en hulpeloosheid vergroten.

Een alternatief voor divagedrag is mogelijk
Zijn wij machteloos tegen dit populistisch geweld? De strategie van de homo/lesbische beweging heeft wereldwijd laten zien dat het anders kan. Deze 'verworpenen der aarde' zijn er in geslaagd na eeuwen van vervolging in steeds meer landen gelijkberechtiging tot stand te brengen. Niet door zich klagend te wentelen in eeuwen van achterstelling, zoals veel zelfverklaarde 'anti-racisten' die zichzelf aan anti-blank racisme schuldig maken. Zie mijn blogbericht 110, Strategische blunders door 'anti-racisten'. Maar door een strategie gebouwd op zelforganisatie, sleutelfiguren en bondgenoten. Wat dit betekent voor de regeringsvorming in hedendaags Nederland beschrijf ik in mijn volgende blogbericht: Regeringsvorming in Nederland (3).


Naschrift. Een klassiek voorbeeld van divagedrag werd zichtbaar op 3 april 2017. Een Amsterdams echtpaar dat een kind had verloren, wilde geen gedenksteentje in de stoep dat verwees naar de vervolging van o.a. Joden, Roma & Sinti en homoseksuelen in de Tweede Wereldoorlog. Zij waren zo vol van hun eigen leed, hun verloren kind waaraan zij door dat steentje herinnerd werden, dat zij geen oog meer hadden voor het wereldwijde veel omvangrijkere leed van vervolgingen waarvan vroegere bewoners van hun huis het slachtoffer waren geworden.



Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1) en 189 Regeringsvorming in Nederland (3).





zaterdag 25 maart 2017

187. Regeringsvorming in Nederland (1)

Omdat twee derde van mijn lezers in het buitenland wonen, is het belangrijk om eerst uit te leggen hoe regeringsvorming na verkiezingen in het Nederlandse poldermodel werkt. In veel democratisch geregeerde landen geldt de opvatting dat de grootste partij zou moeten gaan regeren. Dat is gebaseerd op de misvatting dat democratie soms een dictatuur van de meerderheid zou mogen zijn. Omdat Nederland eeuwenlang een land van minderheden is geweest, werkt dat hier heel anders. Dit is bovendien een oorzaak waarom de Nederlandse humanistische en homo/lesbische bewegingen wereldwijd voortrekkers waren. 

De oorsprong van het poldermodel
In Nederland woont het grootste deel van de bevolking onder de zeespiegel. Dat bevordert het besef dat men een welbegrepen eigen- en gemeenschappelijk belang heeft om samen te werken met het doel de dijken voldoende hoog te houden. Het belang van samenwerking remt de neiging af om één groep de macht te geven om over andere groepen te heersen, want de strijd tegen het water vraagt om een breed draagvlak. Dat kan alleen maar als men er naar streeft om oplossingen te vinden die door zoveel mogelijk mensen gedragen worden. Dat leidt meestal tot langdurige besluitvorming. Het Nederlands kent daarvoor de oude uitdrukking 'op z'n elfendertigst'. Dit verwijst naar de elf steden en dertig grietenijen (regio's) in Friesland die eerst geraadpleegd moesten worden voor er toen een rechtsgeldig besluit werd genomen. Zie voor de eeuwenlange (van oorsprong Friese) geschiedenis van ons poldermodel mijn blogbericht 16: Hans Brinker and a finger in a leaking dike en mijn vlogbericht 9: Friezen uitvinders van het poldermodel.

Einduitslag verkiezingen 2017
Op 22 maart 2017 kwam de Kiesraad met de einduitslag van de verkiezingen van 2017. Er deden 28 partijen aan mee. Daarvan haalden 13 de kiesdeler van ruim 70.000 stemmen. De opkomst was 81,9%. Wie nu nog klaagt over 'de kloof tussen kiezers en gekozenen', was te lui om ofwel een eigen partij te beginnen ofwel te stemmen. Dit stelsel van evenredige vertegenwoordiging in 150 zetels weerspiegelt de maatschappelijke verhoudingen beter dan welk ander stelsel dan ook. Zie mijn blog: 'De kloof' bestaat niet in Nederland.

Omdat het aan buitenlanders vrijwel onmogelijk is om de verschillen tussen alle partijen uit te leggen, breng ik ze onder in groepen. Die overlappen elkaar soms maar ik kan de ingewikkelde werkelijkheid niet makkelijker maken dan zij is. De oude VVD-PvdA-coalitie verliest 37 zetels en komt op 42 zetels. Dat is opmerkelijk laag voor een coalitie die de economische crisis heeft overwonnen. Op de verklaringen voor dit verlies kom ik hieronder terug, met behulp van het poldermodel. Het helpt een beetje als je de geschiedenis kent.

Links (SP-PvdA-GroenLinks) verliest 20 zetels en komt nu op 37 zetels. De progressieve partijen (D66-PvdA-GroenLinks) verliezen 12 zetels en komen op 42 zetels. De christelijke partijen (CDA-CU-SGP) winnen 6 zetels en komen op 27 zetels. Rechts (VVD) verliest 8 zetels en komt op 33 zetels en is daarmee de grootste partij. Die partij mag daarom het voortouw nemen bij de kabinetsformatie. Als het die partij niet lukt om een meerderheid te vinden dan kan een andere partij dat proberen. De extreem-rechtse partijen (PVV-FvD) winnen 7 zetels en komen daarmee op 22 zetels. Dat veel buitenlandse media dachten dat zij deze verkiezingen zouden winnen, bewijst hoe weinig zij van de Nederlandse politiek hebben begrepen. Zie mijn blog: Populismegolf gestopt in Nederland. Tenslotte zijn er nog 3 kleinere partijen met samen 12 zetels die niet in bovengenoemde clusters passen.

Waarom kreeg de regerende coalitie van VVD en PvdA zo weinig stemmen?
Tijdens de vorige verkiezingen en regeringsvorming (in 2012) werd op meerdere punten in strijd gehandeld met de ongeschreven regels van het hierboven beschreven poldermodel. De indruk werd gewekt dat de verkiezing een strijd was tussen twee partijen alsof de één of de ander zou gaan regeren. Het verschijnsel meerderheidspartij was in de Nederlandse geschiedenis nog nooit voorgekomen omdat altijd een coalitie van minderheden gevormd moesten worden. Toen na de verkiezingen de tegenstanders gedwongen waren om met elkaar te regeren omdat er anders geen meerderheid te vinden was, werd dat door veel kiezers als kiezersbedrog ervaren. Bij de verkiezingen van 2017 werd die fout hersteld omdat vanaf het begin duidelijk was dat een veelpartijencoalitie noodzakelijk was.

De tweede fout in 2012 ontstond omdat men onder grote tijdsdruk stond door de ernstige economische crisis. Daarom werd gekozen voor een uitruilstelsel: beide partijen konden op bepaalde punten hun eigen opvattingen doordrukken omdat de andere partij dat op andere punten kon doen. In poldertermen: de een mocht de dijk verlagen omdat de ander elders de dijk mocht verhogen. Dat verzwakt de polder. Zo ontstond er geen gemeenschappelijk draagvlak en bleef er onvrede over wat er wel bereikt werd. Dat leidde tot de paradox dat Nederland tot een van de gelukkigste landen ter wereld behoort waar men tegelijkertijd zeer ontevreden is. In het volgende blogbericht 188, Regeringsvorming in Nederland (2), bespreek ik wat het divagedrag van veel Nederlandse politici en kiezers hiermee te maken heeft.


Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland, nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 188, Regeringsvorming in Nederland (2), en 189, Regeringsvorming in Nederland (3).

zaterdag 18 maart 2017

186. Populismegolf gestopt in Nederland

De Nederlandse parlementsverkiezingen van 15 maart 2017 kregen wereldwijd opvallend veel aandacht. Veel buitenlandse media dachten dat de populismegolf na Brexit en Trump ook in Nederland zou toeslaan. Waarom is deze populismegolf in Nederland gestopt? En wat betekent dat voor culturele, ongodsdienstige en homo/lesbische minderheden wereldwijd?

Oekraïne-referendum als mislukte poging tot populistische staatsgreep
In mijn blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning! (1), laat ik zien hoe een heel kleine minderheid van slechts 20% van al de stemgerechtigden getracht heeft om (zogenaamd namens 'het volk')  haar wil op te leggen op de rest van de gehele Nederlandse bevolking.

Referenda lijken heel democratisch. Maar in werkelijkheid gaan zij uit van de gangbare misvatting dat democratie de dictatuur van een meerderheid zou zijn. In mijn blogbericht 34, Vijf misverstanden over democratie, heb ik daarover eerder geschreven: "Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit beschermt individuen en minderheden tegen onverdraagzame meerderheden."

Dit is bijvoorbeeld in Nederland met name van belang voor de Friestalige, ongodsdienstige en homo/lesbische minderheden voor wie referenda een regelrechte bedreiging kunnen zijn als hun mensenrechten door onverdraagzame meerderheden bij referenda aangetast kunnen worden. Gelukkig is er na de verkiezingen van 15 maart 2017 een meerderheid in de volksvertegenwoordiging die tegen het houden van referenda is. De nieuwe partijtjes die voor referenda zijn, hebben op één partijtje na geen zetels gewonnen.

Brexit bedreigt Schotland, Noord-Ierland, humanisten en homo/lesbische minderheid
In blogbericht 140, Brexit? Schotland Exit!, beschreef ik meteen na dit referendum dat de kans groot is dat Schotland zou besluiten uit het Verenigd Koninkrijk te willen stappen. Inmiddels kan ik daar Noord-Ierland aan toevoegen. Omdat het Verenigd Koninkrijk nog altijd een staatskerk kent, is het plan om de Europese verdragen voor de mensenrechten op te zeggen met name een bedreiging van de rechtspositie van de Britse humanistische en de homo/lesbische minderheden.

Uit onderzoek is gebleken dat vooral het wegblijven van jongere stemmers de doorslag heeft gegeven voor de Brexit waardoor juist hun toekomst wordt benadeeld door oudere kiezers die verhoudingsgewijs minder belang bij de toekomst hebben. Dit heeft ertoe geleid dat bij de Nederlandse verkiezingen met name door GroenLinks veel aandacht is besteed aan het stemmen door jongeren. De algemene opkomst was 81%, die van jongeren 66%. Dat is nog niet genoeg maar het was voldoende om te helpen voorkomen dat de populisten in Nederland (anders dan met de Brexit) de grootste zouden zijn geworden.

Trump is gekozen door slechts 30% van de stemgerechtigden in de VS
In blogbericht 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, bereken ik dat (door een lage opkomst) een minderheid van slechts 30% van de stemgerechtigden op Trump heeft gestemd. Clinton heeft drie miljoen meer Amerikaanse stemmen gekregen dan Trump.

Omdat de PVV de verkiezing van Trump heeft toegejuicht, heeft dat in het nadeel van die partij gewerkt. Toen na de machtsovername door Trump duidelijk werd tot wat voor chaos dat leidde, zakte de PVV in de peilingen weg waardoor het niet langer de grootste partij was. Nu duidelijk is geworden dat een districtenstelsel en een strijd tussen twee grootste partijen tot ongewenste gevolgen kunnen leiden, beseffen velen in Nederland dat onze volksvertegenwoordiging een betere weerspiegeling is van de samenleving dan die in de VS. Zie voor de eeuwenlange (van oorsprong Friese) geschiedenis van ons poldermodel mijn blogbericht 16: Hans Brinker and a finger in a leaking dike en mijn vlogbericht 9: Friezen uitvinders van het poldermodel.

Turkse aanval op de democratische rechtsstaat wordt in Nederland niet aanvaard
In blogbericht 185, Turkse troebelen (4), beargumenteer ik waarom Nederland terecht geweigerd heeft om Turkse ministers de gelegenheid te geven om in Nederland voor een referendum te pleiten dat Turkije nog meer tot een dictatuur van de meerderheid zou laten verworden. Die grondwetswijziging zou een ernstige aantasting zijn van de meeste mensenrechten van met name Koerden, andersdenkenden en de kwetsbare homo/lesbische minderheid in Turkije. Het feit dat de Nederlandse regering duidelijk heeft gemaakt dat zij ernstige bezwaren heeft tegen de lange arm van Turkije in Nederland heeft wind uit de zeilen genomen van de populistische PVV waardoor die partij niet de grootste is geworden. De agressieve provocaties door de populistische Erdogan en zijn trawanten hebben veel Nederlanders gestimuleerd om te gaan stemmen op partijen die niets van het populisme moeten hebben. Een goed voorbeeld dat hopelijk wereldwijd doet volgen.


Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland, nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen.

zaterdag 11 maart 2017

185. Turkse troebelen (4)

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken was van plan om op zaterdag 11 maart 2017 in Rotterdam Turkse Nederlanders toe te spreken. Hij wil dat zij in het komend referendum er vóór stemmen dat de macht van de Turkse volksvertegenwoordiging zeer aanzienlijk wordt beperkt. Daardoor krijgt president Erdogan bijna dictatoriale bevoegdheden. De Nederlandse regering en de meeste politieke partijen waren en zijn tegen een dergelijk bezoek. Maar de 'kwaliteitskranten' NRC, Trouw en Volkskrant gingen ernstig de fout in door te stellen dat dit bezoek wel moest kunnen doorgaan in het kader van de vrijheid van meningsuiting. Waarom deugt dit argument niet en is het zelfs gevaarlijk voor kwetsbare groepen zoals etnische, ongodsdienstige en homo/lesbische minderheden wereldwijd?

DE Turkse Nederlander bestaat niet!
In blogbericht 161, Turkse troebelen (3), van 17 september 2016, schreef ik: "Allereerst is het van belang om niet alle in Nederland wonende Turken op één grote hoop te gooien. In veel media is het gebruikelijk om te melden dat de meerderheid van hen achter Erdogan zou staan. In blogbericht 70, Turkse troebelen (1), heb ik al aangetoond dat dit feitelijk onjuist is. Minstens 40.000 Nederlanders van Turkse afkomst geven aan ongodsdienstig te zijn, 80.000 zijn alevieten (die aangesloten zijn bij de Humanistische Alliantie) en 40.000 zijn christenen. Al deze drie groepen moeten niets hebben van de islamiseringspolitiek van Erdogan. De 70.000 Nederlandse Koerden afkomstig uit Turkije verzetten zich tegen zijn beleid om de Koerden in Turkije als tweederangs burgers te behandelen. En de minstens 10.000 (maar naar alle waarschijnlijkheid veel meer) Gülen-aanhangers worden door hem als terroristen vervolgd. Dat betekent dat een meerderheid van minstens 230.000 van de 400.000 in Nederland wonende Turken om uiteenlopende redenen tegen het beleid van Erdogan en zijn partij is.

Waarom beweren veel media dan het tegendeel? In blogbericht 142, Turkse troebelen (2), heb ik uitgelegd hoe dit misverstand in de media is ontstaan. Het is gebaseerd op het feit dat bij de laatste Turkse presidentsverkiezingen een meerderheid van de in Nederland wonende Turkse stemmers op Erdogan gestemd hebben. De opkomst was zeer laag: slechts 17.000! Dit stemresultaat rechtvaardigt dus niet om te spreken over een meerderheid onder alle in Nederland wonende Turken." Desondanks schreef de NRC op 5 maart 2017: "Bij de vorige verkiezingen stemde 64 procent van de Turkse Nederlanders op de AKP" en schreef Trouw op 7 maart 2017: "Alleen al in Nederland wonen immers zo'n 250.000 Turkse stemgerechtigden. Tijdens de laatste Turkse verkiezingen stemde een kleine 70 procent van die groep op de AKP." Waarom schrijven deze 'kwaliteitskranten' deze feitelijke onjuistheden? In blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning! (1), van 18 april 2016 schreef ik dat veel Nederlandse media net doen alsof een meerderheid van de bevolking of van de stemgerechtigden tegen het Oekraïne-referendum zou zijn terwijl het slechts 20% van de stemgerechtigden is door de lage opkomst. Op 12 mei 2016 gaf de ombudsman van Trouw toe dat dit "slordig" was maar dezelfde soort fout wordt door deze krant nog steeds gemaakt: op 18 maart 2017 voor de zoveelste keer met de zin "Bij de laatste verkiezingen stemde 70 procent van de Nederlandse Turken voor de AKP". Ik vraag mij nu echt af hoe serieus de ombudsman van Trouw door zijn eigen krant genomen wordt! Op 14 maart 2017 geeft de NRC in de rubriek NRC.CHECKT toe dat het eerder door de krant genoemde percentage "grotendeels onwaar" is.

Grondwettelijke vrijheden zijn in Nederland niet absoluut
Een gangbaar misverstand onder journalisten is dat de vrijheid van meningsuiting absoluut zou zijn. Geen enkele grondwettelijke vrijheid is in Nederland absoluut. Indien een vrijheid misbruikt worden om mensenrechten te schenden dan is dat in strijd met de Grondwet en internationale verdragen. Turkse ministers die naar Nederland komen om te bepleiten bij referendum mensenrechten in Turkije te schenden, maken dus misbruik van grondrechten in Nederland. Het feit dat NRC, Trouw en Volkskrant alleen maar kijken naar de vrijheid van meningsuiting in Nederland en niet naar de grootschalige mensenrechtenschendingen in Turkije zijn op zijn minst naïef maar ook weinig solidair met collega-journalisten in Turkije die geen vrijheid van meningsuiting meer hebben.

Wederkerigheidsbeginsel
Dat brengt mij op het wederkerigheidsbeginsel. Iemand die vrijheid misbruikt om de vrijheden van anderen aan te tasten, verliest recht van spreken. Iemand die Nederland beschuldigt van haat jegens minderheden maar zelf in eigen land veel minderheden als terroristen behandeld, heeft geen recht van spreken. In mijn eerdere blogberichten over Turkse troebelen in Nederland heb ik gewezen op het ontkennen van de volkerenmoord op Armeniërs, op het discrimineren van Koerden, andersdenkenden en de homo/lesbische minderheid in Turkije. Turkse ministers die in Nederland gelijkberechtiging opeisen, moeten eerst eenzelfde gelijkberechtiging in eigen land toepassen.   

Datzelfde wederkerigheidsbeginsel zou ook moeten worden toegepast op islamitische landen als Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Die bekostigen moskeeën in Nederland terwijl in die landen geen kerken zijn toegestaan en ongodsdienstigen en homoseksuelen gedood worden. Wie zelf in eigen land mensenrechten schendt, verliest het recht om een beroep te doen op diezelfde mensenrechten in een ander land.

Denk zwijgt als het graf!
De afgelopen dagen wordt de lange arm van Turkije in Nederland uitvoerig besproken in de media. Maar de door Turkse Nederlanders opgericht politieke partij Denk zwijgt in alle talen. Dat sluit aan bij hun eerdere weigeringen om afstand te nemen van de Armeense genocide en van de disrciminatie van Koerden, andersdenkenden en de homo/lesbische minderheid in Turkije. Denk beweert een echte Nederlandse politieke partij te zijn maar gedraagt zich als een willoze marionet van Turkije.


Mediakritiek
Omdat dit blogbericht over de rol van media gaat, komt het in mijn mediakritische serie.
Het best bekeken in deze serie is nummer 80 over de World Press Photo 2014. Dat wordt in populariteit gevolgd door de blognummers 74 over Valse nichten, nummer 34 over Vijf misverstanden over democratie, nummer 139 over Referendum? Schijnvertoning! (1) (de grootste stijger in deze groep), blog nummer 63 over Mediamissers, blog nummer 4 over Levensgevaarlijke preutsheid, blog nummer 44 over Mediamanipulatie, nummer 140 over Brexit? Schotland Exit!, nummer 62 over Geschiedvervalsing en blog nummer 56 over de Mediawet van schijnbare achteruitgang. Het laatste blogbericht was nummer 144 over de vraag: Is homo-nieuws geen nieuws? Het antwoord luidt: de meeste Nederlandse media laten veel steken vallen!



Naschrift.
Het is niet mijn gewoonte om teksten van derden integraal over te nemen. Maar ik maak een uitzondering voor de column van Ephimenco in Trouw van 9 maart 2017 omdat hier iemand aan het woord is die vanuit zijn ervaring met de media uiterst duidelijk beschrijft wat er met een aantal 'kwaliteitskranten' in Nederland aan de hand is.

Verraad
Gisterochtend schreef de Volkskrant in een hoofdcommentaar: ‘Een verbod op Turkse inmenging is in strijd met vrijheid van meningsuiting en voedt Turks nationalisme’. Een dag ervoor ging het commentaar van NRC Handelsblad in eenzelfde richting: ‘Turken moeten ook hier kunnen spreken’. Enkele uren ervoor had Trouw de tendens al aangegeven: ‘Geen grond om Turken te weren.’
Alle drie de landelijke kwaliteitsdagbladen (lees hier de commentaren in de Volkskrant en de NRC) pleitten voor het toelaten van Turkse politici, ministers en hun president op Nederlands grondgebied, om hun eigen politieke propaganda te bedrijven voor een referendum. Excuses: om ‘campagne’ te voeren op het soevereine territorium van een vreemd land, wat tegenstanders in eigen land zeer moeilijk, zo niet onmogelijk wordt gemaakt. 
Argumenten van de commentatoren gaan over grondrechten en vrijheid van meningsuiting die in Nederland ook voor buitenlandse politici moeten gelden. Ook al zijn die ministers en hun president fascistoïde figuren die democratie en rechtsstaat dag in dag uit met voeten treden, Europa en zijn waarden verafschuwen en waar mogelijk beledigen.
In geen enkel van die drie hoofdcommentaren zal men een spoor van solidariteit vinden met de collega’s in Turkije die achter de tralies zitten of door de (bezoekende) politieke macht werkloos zijn gemaakt. Erger: er wordt met geen woord, geen letter en geen komma aan al die journalisten gerefereerd die slachtoffer van Erdogan zijn geworden. Driemaal niets dus voor de crème de la crème van de Nederlandse pers die in woorden liever actief ageert voor het toelaten van de Turkse despoot binnen onze grenzen. Er wordt in feite voor gepleit dat censoren die in eigen land journalisten hun vrijheid van meningsuiting hebben ontnomen, hier de kans moeten krijgen om geesten te vergiftigen, in naam van... de vrijheid van meningsuiting. Een gotspe.

Misschien is het zinnig om op de site van Reporters zonder Grenzen kennis te nemen van hun jongste actie ten gunst van de monddood gemaakte pers in Turkije. Deze organisatie telt in Turkije 28 tv-zenders, 34 radiostations, 5 persbureau’s, 58 kranten, 15 magazines en 29 uitgeverijen die de handlangers van Erdogan hebben gesloten. Meer dan 800 perskaarten zijn vernietigd. Op de NOS-site vertelt correspondent Lucas Waagmeester dat in Turkije 150 journalisten zijn gearresteerd. Ook buitenlandse correspondenten zijn het land uitgezet of hun is de toegang tot Turkije ontzegd. Laatst is Die Welt-correspondent Deniz Yücel voor spionage en terrorisme vastgezet. Geen land in de wereld doet het slechter.


Een teken van solidariteit van de Nederlandse kwaliteitspers met de onderdrukte Turkse collega’s door zich te verzetten tegen de komst van hen die ze monddood hebben gemaakt, hoeft men dus niet te verwachten. Zoek hier de journalist en je vindt alleen een ambtenaar van het meest steriele formalisme. Als de vastgezette Turkse journalisten Nederlands konden lezen, zouden ze de drie hoofdcommentaren met maar een paar woorden samenvatten: verraad aan de eigen beroepsgroep en ethiek.


Naschrift. Op 10 april 2017 maakt de Nederlandse regering bekend dat het weren van een Turkse minister in overeenstemming is met het internationaal recht. Op 17 april 2017 werd bekend dat 70% van de opgekomen 45% van de stemgerechtigde Turken in Nederland voor de vergroting van de macht van Erdogan heeft gestemd. De meeste Nederlandse media maakten duidelijk dat hier dus een een minderheid gaat.