zaterdag 3 december 2016

172. Tegen homoporno en vóór homo-erotiek

Mijn vierde vlogbericht gaat over homoporno en homo-erotiek. Onder homo-erotiek versta ik mannennaakt dat geen porno is. Dat is op internet veel minder te vinden dan (meestal Amerikaanse) kwalitatief slechte homoporno. Wat is mijn kritiek op homoporno?

Het geeft een zeer eenzijdig beeld van wat seksueel tussen mannen mogelijk is. Het is meestal heterootje spelen (neuken en gepijpt worden) zonder aandacht voor homostandjes die hetero's niet kennen. De meeste (hetero?)acteurs raffelen vaste standjes af zonder er plezier aan te beleven. Geld verdienen is kennelijk belangrijker dan klantvriendelijkheid. En de wereldwijde homobeweging kijkt weg zonder te beseffen hoe belangrijk het is voor jonge homo's om te zien hoe leuk homoseks kan zijn. En dat terwijl internet ook steeds belangrijker is geworden als vorm van voorlichting over veilige seks. Ik ben niet voor het verbieden van porno maar wil in mijn blog laten zien hoe vrolijk, 'gay', homoseks kan zijn.

Intimiteit en erotiek tussen mannen
Deze blogserie is het meest bekeken. Opmerkelijk genoeg vooral in homovijandige landen. De best bekeken berichten in deze serie zijn: 98 over Liever homo-erotiek dan homoporno, nummer 90 over Homo-erotiek in mannengroepen, blognummer 99 over Homo-erotisch mannennaakt, nummer 92 over Homo-erotische sporters, nummer 96 over de vraag: Wat is (homo)porno? (2), nummer 89 over Gay Twins, nummer 93 over Mannennaakt dat geen porno is, nummer 95 over de vraag: Wat is (homo)porno? (1), nummer 80 over de World Press Photo 2014, en nummer 87 over Mannen zoenen mannen. De blogberichten over homo-erotiek worden meer gelezen dan die over homoporno.


Naschrift. Op 1 december 2016 was het weer Wereldaidsdag. Helaas blijkt in sommige delen van de wereld, waaronder Afrika en Rusland, de verspreiding van de ziekte nog steeds toe te nemen. In mijn blog breng ik daarom in herinnering wat ik daarover schreef in de blogberichten Levensgevaarlijke preutsheid; Towards Russia With Love; Rusland, Cuba en China en (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam

zaterdag 26 november 2016

171. Mijn derde vlogbericht: homo(zelf)haat

Mijn derde vlogbericht gaat over homo(zelf)haat. In mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland (Amsterdan 1982) en in mijn memoires Humanisme als zelfbeschikking (Breda 2016) breng ik veel historische wortels van homohaat in kaart. Mijn blogbericht over homo(zelf)haat laat zien hoe in verleden en heden sommige mannen hun homoseksuele gevoelens trachten te onderdrukken door ze in anderen te vervolgen.

Door mijn werk voor het openbaar onderwijs en de lerarenopleiding voor humanistisch vormingsonderwijs kreeg ik veel te maken met de weerstanden tegen homoseksualiteit op scholen. Ik beschrijf dat in mijn blogbericht over homoseks en jongeren. Ook daardoor merkte ik dat afkeer van homoseksualiteit vaak, niet altijd, veroorzaakt wordt door het onderdrukken van eigen gevoelens.

Voorstanders van de vrijheid van meningsuiting wekken soms de indruk dat die absoluut zou zijn. Dat is in Nederland niet het geval. Oproepen tot discriminatie, haat of zelfs moord zijn in Nederland strafbaar. Wie vrijheid opvat als de afwezigheid van regels maakt vrijheid tot het recht van de sterksten en het onrecht van de zwakkeren. Juist homo's, lesbo's, biseksuelen en transgenders zijn daarvan wereldwijd en helaas ook in Nederland het slachtoffer. Het is daarom goed dat voorlichting over homoseksualiteit inmiddels verplicht is geworden in het Nederlandse onderwijs.




Naschrift. Deze week vonden twee belangrijke gebeurtenissen plaats. Op dinsdag 22 november 2016 bezocht koning Willem Alexander in Amsterdam het zeventigjarige COC. Het was voor het eerst dat een regerend staatshoofd de oudste homo/lesbische beweging ter wereld bezocht. Ik was zeer onder de indruk van de goede sfeer. Alle aanwezigen die ik sprak, waren lovend over de belangstellende rol van de koning. Ook de meeste media besteedden er goede aandacht aan. In mijn blogbericht over mijn rol in het COC beschrijf ik hoe de moeizame strijd voor de zogenaamde 'koninklijke goedkeuring' (erkenning als rechtspersoon) in de jaren zeventig tot een goed einde kwam. Er is heel veel bereikt in zeventig jaar emancipatiestrijd!

Op vrijdag 25 november 2016 vond in Utrecht de presentatie plaats van het nieuwe boek Vrijdenken & humanisme in Nederland. Daarin worden veertig plekken van herinnering in Nederland beschreven uit de geschiedenis van vrijdenken en humanisme. Het boek werd mij aangeboden door de redacteur Bert Gasenbeek. Ik heb in dit boek twee hoofdstukken geschreven over het praktijkgerichte humanistische karakter van de Friese Verlichting en over de geschiedenis van de humanistische invloed op de Nederlandse Grondwet. Er staat ook een hoofdstuk in van Bert Boelaars over Benno Premsela.

zaterdag 19 november 2016

170. Mijn tweede vlogbericht: boerkiniverbod?!

Mijn tweede vlogbericht gaat over het boerkiniverbod. Ik heb daar eerder twee blogberichten over geschreven. Het eerste, Boerkiniverbod? Naaktlopen! (1), gaat over het debat hierover waarbij zowel voor- als tegenstanders het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen aantasten. In het tweede bericht, Boerkiniverbod? Naaktlopen! (2), leg ik uit waarom deze discussie juist in Frankrijk zo uit de hand kon lopen. In mijn pas verschenen memoires, Humanisme als zelfbeschikking, laat ik zien dat zelfbeschikking een goede toetssteen is om dergelijke tegenstellingen te overbruggen.

Aan de ene kant zijn er populisten die de islam willen verbieden en islamieten dreigen te verwijderen uit de vrije westerse wereld. De populistische redenering is dat de 'westerse vrijheid' mag worden verdedigd door de 'onvrije islam' te bestrijden. Dat laat zien dat het begrip vrijheid te vaag is om als toetssteen te dienen.

Aan de andere kant wordt de godsdienstvrijheid aangeroepen om onvrijheid in eigen kring of zelfs daarbuiten te verdedigen. Bijvoorbeeld door godsdienstvrijheid te misbruiken om vrouwen, homoseksuelen en ongodsdienstigen te discrimineren door islamitische kringen. Maar ook onverdraagzame christenen eisen die vrijheid om te discrimineren op. Sinds de overwinning van Trump in de VS dreigt dit overheidsbeleid te worden.

Dit is weer een voorbeeld hoe de uitersten elkaar raken in hun verwerping van het recht van mensen zelf zin en vorm te geven aan hun eigen leven zolang zij dat zelfde recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit mensenrecht staat onder druk, soms op grond van de misvatting dat democratie de dictatuur van de meerderheid zou zijn. Zie bijvoorbeeld Poetin en Erdogan. Daarom is het van groot belang dat met name vrouwen, homoseksuelen en ongodsdienstigen zich altijd goed organiseren en een beroep doen gelijkgezinde bondgenoten en sleutelfiguren om dit tij te keren.


zaterdag 12 november 2016

169. Mijn memoires zijn uit en mijn eerste vlog is er!

Op vrijdag 11 november 2016 vond in het gebouw van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht de presentatie plaats van mijn boek met levensherinneringen: "Humanisme als zelfbeschikking", uitgegeven door de Papieren Tijger in Breda. Er waren 50 genodigden aanwezig. De bijeenkomst werd voorgezeten door Bert Gasenbeek, de directeur van het Humanistisch Historisch Centrum en redacteur van de Humanistische reeks waarin mijn boek verscheen. Bert Boelaars, de biograaf van Benno Premsela, hield een inleiding over het homoseksuele deel van mijn memoires (zie onderaan dit bericht). Rein Zunderdorp, oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond en nu lid van het dagelijks bestuur van de International Humanist and Ethical Union, sprak over het internationaal humanistische deel van mijn boek. Peter Derkx, hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek, besprak het gedeelte dat gaat over het Nederlandse humanisme. Het boek werd aangeboden aan Ernst Hirsch Ballin als oud-voorzitter van de naar hem genoemde commissie die dertig jaar geleden het probleem over de verdeelsleutel van overheidssubsidies voor godsdienst en levensbeschouwing oploste.

Vlog
Naast mijn blog ben ik begonnen met een videoblog, ofwel vlog. Het idee om dat te gaan doen, is afkomstig van Eveline van Dijck en Carel Jansen. Ik ken hen uit de tijd dat ik betrokken was bij respectievelijk de Humanistische Omroep en Homostudies Utrecht. Het is bedoeld als een aanvulling op mijn blog. In de vlogberichten neem ik links op naar blogberichten die over dezelfde onderwerpen gaan. En vanuit mijn blog zal ik naar mijn vlog verwijzen bij dezelfde onderwerpen. Er zijn nu 13 vlogberichten opgenomen en het is de bedoeling om die in de komende weken te plaatsen.

In mijn eerste vlog leg ik uit waarom ik mijn levensherinneringen in een boek heb opgeschreven. Naar aanleiding van mijn zeventigste verjaardag vond ik dat ik teveel boeiende dingen heb meegemaakt om die verloren te laten gaan bij mijn overlijden. In mijn boek schrijf ik vooral die ervaringen op die niet eerder zijn vastgelegd. Anders dan in het boek dat door Bert Gasenbeek en Floris van den Berg is geredigeerd: "Rob Tielman, een begeesterd humanist"; ook uitgegeven bij de Papieren Tijger, Breda 2010. In mijn nieuwe boek besteed ik dus vooral aandacht aan persoonlijke ervaringen die nog niet schriftelijk zijn vastgelegd. Dat doe ik in de hoop dat we daardoor kunnen leren van de geschiedenis. Bijvoorbeeld: hoe komt het dat de homo/lesbische beweging de laatste jaren wereldwijd zoveel meer heeft bereikt dan de humanistische beweging? Wie meer wil weten over mijn motieven om dit boek te schrijven, verwijs ik naar blogbericht 137 dat daarover gaat.




Naschrift. Op 9 november 2016 werd bekend dat Trump de Amerikaanse verkiezingen heeft gewonnen. Op 11 november 2016 schreef ik in Trouw: "Clinton kreeg zo'n 300.000 stemmen meer dan Trump. In Nederland zou hij de verkiezingen verloren hebben." (Inmiddels blijken het meer dan twee miljoen stemmen te zijn).
Mijn blog staat wat verder af van de actualiteit en probeert de achtergronden van het nieuws te belichten. Over de eigenaardigheden van de Verenigde Staten heb ik eerder geschreven. Hieronder geef ik een overzicht van die blogberichten, in volgorde van populariteit onder mijn lezers.
Het aantal Amerikaanse lezers van mijn blog is het grootst na die uit Nederland. In deze groep berichten werd het blogbericht 16 over Hans Brinker and a finger in a leaking dike het meest gelezen. Daarna gevolgd door blogbericht 15 over (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam. Ook veel bekeken werd blogbericht 18 over Dangerous stamps! Met dank aan Postzegelblog, want postzegels kunnen heel veel onthullen over een land, in dit geval de Verenigde Staten. Tenslotte moeten genoemd worden nummer 119 over IHEU & de Verenigde Staten, nummer 101 over American Democracy 101 en nummer 67 over American paradoxes.  





Toespraak door Bert Boelaars op de boekpresentatie op 11 november 2016





Goedemiddag allemaal,


Iedereen aan de zelfbeschikking, zo zou je, populair gezegd, het bevlogen levensideaal van Rob in vier woorden kunnen samenvatten. Dit boek waarin hij het hoe en waarom van die zelfbeschikking aan de hand van zijn persoonlijke levensgeschiedenis uiteenzet is helder geschreven, in de toegankelijke stijl die velen zullen herkennen.
Ruim veertig jaar geleden maakte ik als student sociologie kennis met Rob. Zijn colleges vielen mij op door de open en begrijpelijke presentatie. Ik zocht werk om mijn studie te bekostigen en kon als student assistent bij hem aan de slag. Met veel genoegen hielp ik hem bij de begeleiding van werkgroepen en zo ontdekte ik dat Rob nog enorm veel meer deed dan sociologie doceren. Zijn gedreven inzet om gelijke rechten voor humanisten en homoseksuelen te bevorderen beroerden mij ook persoonlijk. Op die manier raakte ik dan betrokken bij de voorbereiding van Rob zijn proefschrift, over homoseksualiteit in Nederland. Elke week reed ik vanuit Utrecht met hem mee naar Amsterdam, in de veel geroemde Volvo, om in de stoffige kelder van het COC het verwaarloosde archief te ordenen en daarmee toegankelijk te maken voor onderzoek. Toen het Humanistisch Verbond een medewerker zocht voor het tijdschrift Rekenschap en de bijzondere leerstoelen kwam die baan erbij en ging er bijna geen dag voorbij of ik maakte Rob mee in een van zijn vele functies. Die altijd naadloos op elkaar aansloten. Dat boeide mij zeer en vooral ook de prettige manier waarop hij de vele vergaderingen leidde of bijwoonde, rustig en doortastend tegelijk het woord voerde in de media en bovendien de vriendelijkheid zelve bleef, hoeveel drukte er ook om hem heen was. Lees nu zijn levensherinneringen in dit boek en u heeft er een indringend beeld bij.
Pas later vernam ik dat ook Rob in zijn tijd als student werk zocht en vond bij Piet Thoenes, omdat zijn vader weigerde financieel bij te dragen aan de studie. Het verhaal staat in dit boek. Herkenning dus, en het inspireerde mij als ik zag hoe Rob zich ontwikkeld had en zich inzette voor idealen die ook voor mij zeggingskracht hadden. Zijn onvermoeibare strijd voor de rechten van homo’s en humanisten vloeide op een logische manier in elkaar over en hij kon dat ook steeds goed uitleggen. Onder zijn voorzitterschap groeide het Humanistisch Verbond uit tot een succesvolle organisatie met tientallen professionele functionarissen in dienst. Aan de universiteit slaagde Rob erin een eigen vakgebied homostudies te ontwikkelen, met eveneens tal van medewerkers en een niet elders geëvenaarde productie aan studies en onderzoek.
Dit boek zet alles overzichtelijk op een rij. Indrukwekkend en bijna niet te bevatten als ik het allemaal weer zo voorbij zie komen. Het is mooi om te lezen dat veel is verwezenlijkt door de tomeloze inzet van mensen als Rob, zijn geliefde Herman, zijn twee niet familiale vaders Benno Premsela en Jaap van Praag, en tal van anderen. Jammer is uiteraard dat er zorgen blijven, en ook dat Rob zijn succes soms jaloezie wekte wat in enkele gevallen tot persoonlijke teleurstelling heeft geleid. Niettemin veel interessante herinneringen om op terug te kijken in dit boek, vol anekdotes en geschiedenissen die ertoe doen.
Het boek eindigt positief, een happy end dus. In het laatste hoofdstuk bezingt Rob de lofzang op Friesland als het beloofde land, pardon ‘land van belofte’, zo noemt hij het zelf. Als Reviaan valt me de parallel op met Gerard Reve, die net als Rob op een gegeven moment zijn buik vol had van de randstad, en Amsterdam in het bijzonder. Dit ondanks het gegeven dat beide mannen zich vooral hebben ontwikkeld door ín en vanuit Amsterdam actief te zijn. Reve schreef er de boeken waarmee hij wereldberoemd werd in Nederland, en Rob was er vaak bij zijn tweede vader Benno Premsela; hij gaf samen met deze ras Amsterdammer de homo-emancipatie vanuit de hoofdstad vleugels in de jaren zestig en zeventig.
Reve kwam terecht in een dorpje niet ver van Molkwerum waar Rob nu woont. Net als Rob was Reve lyrisch over Friesland. Maar na zo’n tien jaar keerde de zelfbenoemde volksschrijver zich toch van Friesland af, en dat nu is denk ik een groot verschil met Rob, want die woont inmiddels ruim dertien jaar in het Utopia van het noorden, althans naar mijn indruk ervaart hij het zo. De wereldwijde contacten die hij in zijn werkzame leven onderhield worden met dank aan internet nu op digitale wijze voortgezet. Na het failliet van De Gay Krant waarvoor Rob onbezoldigd honderden columns schreef, begon hij in 2013 zijn eigen website. Sedertdien zijn ruim 160 blogs verschenen die volgens de kijkcijfers in alle delen van de wereld worden gelezen. De onderwerpen zijn vaak gerelateerd aan actualiteiten en ik herken geregeld de oude docent sociologie die zijn lezers graag iets van zijn inzichten en opvattingen wil meegeven. Dat doet hij nog steeds op zijn bekende open en toegankelijke wijze, en tot slot daarom nu enkele citaten uit het boek die mij in het bijzonder troffen en die aansluiten bij de belangrijkste thema’s die Rob in zijn leven hebben beziggehouden:
Als Rob in zijn jonge jaren via de universiteit terecht kan bij een bank om geld te lenen voor zijn studie wordt hij prettig geholpen door een medewerker die hem thuis in Zeist ontvangt. Rob schrijft dan: ‘Dankbaar denk ik aan
deze man terug, die uit een heel ander hout gesneden was, dan de graaiende
bankiers, waarmee we later helaas te maken kregen.’
Rob houdt van paradoxen. Hij benoemt er in dit boek aan aantal waaronder die van de ‘vrijheid bevorderende weerstanden’. Hij zegt daarover: ‘Het antihomoseksuele deel van de bevolking houdt de emancipatiebeweging wakker. Het is net als met opvoeden. Kinderen vrij laten, maakt ze niet vrij. Zij worden juist vrij door ze te leren omgaan met vrijheid bevorderende regels.’
Homostudies werd wel verweten niet wetenschappelijk te zijn, omdat de onderzoekers ‘subjectief betrokken’ waren. Daarop stelde Rob aan de critici voor om onderzoek onder hetero’s voortaan door homo/lesbische onderzoekers te laten doen. ‘Dat deed die kritiek snel verstommen’, aldus Rob in dit boek.
Waarin hij verder opmerkt: ‘Men is steeds meer gaan begrijpen dat onderzoek naar uitsluitend het ontstaan van homoseksualiteit en niet naar het ontstaan van bi- en heteroseksualiteit per definitie discriminerend is. Welk zinnig mens denkt discriminatie op grond van een zwarte huidskleur te kunnen bestrijden door onderzoek te doen naar het ontstaan van een zwarte huid?’
Een ander citaat nog: ‘Wie het zelfbeschikkingsrecht van mensen
nastreeft, is vaak geneigd te denken dat vrijheid betekent dat je je niet
organiseert. Maar het gevaar is dat de tegenstanders van vrijheid zich beter
organiseren, waardoor die vrijheid voortdurend bedreigd wordt, mede
door de onverschilligheid van de voorstanders. Vrijheid is niet de áfwezigheid
van zelforganisatie, maar juist de zodanige áánwezigheid daarvan
dat zelfbeschikking gewaarborgd wordt.’
Zelfbeschikking dus als telkens terugkerende mantra in dit boek met levensherinneringen van Rob Tielman. Het is een boeiende uitgave geworden, voor allen die geïnteresseerd zijn in humanistische waarden of de emancipatie van vrouwen, etnische en seksuele minderheden. Proficiat Rob, met dit prachtboek. Uitgeverij De Papieren Tijger zou terecht kunnen zeggen: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.

Bert Boelaars.
 

zaterdag 5 november 2016

168. Mijn rol in de wereldgezondheidsorganisatie WHO

In de tweede helft van november 2016 verschijnt bij uitgeverij de Papieren Tijger in Breda  mijn boek met levensherinneringen: "Humanisme als zelfbeschikking".  Daarmee komt een einde aan de voorpublicaties uit mijn boek. Ik bedank iedereen die door opmerkingen heeft bijgedragen aan verbeteringen.  Hieronder plaats ik de laatste voorpublicatie. Die sluit aan op de vorige, in blogbericht 167. Vanaf volgende week begin ik een videoblog, ofwel vlog, die aansluit op mijn blog.

Wereldgezondheidsorganisatie WHO
Hoe is het te verklaren dat de Wereldgezondheidsorganisatie WHO zoveel doelmatiger is omgegaan met de aidsepidemie dan met de uitbraken van ebola? Een belangrijke reden is dat de homo/lesbische beweging wereldwijd een goede lobbygroep was. Deze zorgde voor zelforganisatie die sleutelfiguren benaderde en samenwerkte met bondgenoten. Binnen de WHO was leiderschap aanwezig in de personen van Jonathan Mann (1947-1998) en Manuel Carballo (1941) waardoor de ziekte en de preventie goed aangepakt konden worden. Zo werd bijvoorbeeld voorkomen dat het Vaticaan zijn zin kreeg om condooms te verwijderen uit de aidspreventie. Daardoor konden vele sterfgevallen voorkomen worden.

In de jaren tachtig en negentig was ik vanuit Homostudies Utrecht voor de WHO adviseur voor aidspreventie onder mannen die seks hebben met mannen (MSM). Dat het woord homo niet werd gebruikt, was van de WHO geen preutsheid. In het door mij geredigeerde boek "Bisexuality & HIV/AIDS; A Global Perspective" (Prometheus Books, Buffalo NY, 1991) leg ik uit dat wereldwijd de meeste mannen die seks hebben met mannen zich niet herkennen in begrippen als homo, gay of bi. Het gaat bij preventie in de eerste plaats om verandering van gedrag. Het gebruik van identiteitsgevoelige woorden kan daarbij als stoorzender werken.

Afrika
In 1989 nam ik in Brazzaville in het het WHO-regiokantoor voor Afrika ten zuiden van de Sahara deel aan een WHO-conferentie over de verspreiding van hiv/aids. Amerikaanse onderzoekers stelden op grond van hun onderzoek onder Afrikaanse vrouwen dat zij veel vaker aids hadden dan westerse vrouwen. Hun hypothese was dat vagina's van Afrikaanse vrouwen veel kwetsbaarder zouden zijn voor hiv-infecties. In de discussie bracht ik zo diplomatiek mogelijk mijn kritiek. Het onderzoek werd gedaan door blanke Amerikaanse mannen en dat verhoogt de betrouwbaarheid van de antwoorden van zwarte Afrikaanse vrouwen niet. Verder werd genegeerd dat veel antropologisch onderzoek in Afrika had aangetoond dat soms heteroseksuele contacten anaal waren als voorbehoedsmiddel of als middel om het maagdenvlies niet te breken. Bekend was toen al dat de anus van zowel mannen als vrouwen veel kwetsbaarder was voor infectie dan de vagina.

De verwijzing naar anale seks ging als een schok door de volle zaal. Inderdaad: 'obsceen taalgebruik' en zelfs 'rassendiscriminatie'. Ik hield staande dat wetenschappers de feiten bij hun echte naam moesten noemen omdat er anders onnodig vele doden zouden vallen door levensgevaarlijke preutsheid. De Amerikaanse onderzoekers waren ervan uitgegaan dat anale seks alleen bij homomannen zou voorkomen. Ook in Nederland leeft dat vooroordeel nog steeds. Over discriminatie gesproken!

Rusland
Rusland heb ik in de jaren tachtig meerdere keren bezocht. Als adviseur aids-preventie van de WHO herinner ik mij talloze vergaderingen waarin mij door Russen werd meegedeeld dat aids een 'kapitalistische en decadente' ziekte was die in de toenmalige Sovjet-Unie niet of nauwelijks voorkwam omdat de enkele homo's die er zouden zijn 'voor hun eigen welzijn' in psychiatrische inrichtingen werden opgenomen. Enkele jaren later bleek aids in de Sovjet Unie heel veel voor te komen met name onder spuitende drugsgebruikers. Zoals bekend houden virussen geen rekening met vooroordelen of seksuele voorkeuren.

In Moskou bezocht ik een mannenbadhuis (баня) waar opvallend veel mannen naar binnen gingen in allerhande politie- en militaire uniformen. Wat ik daar allemaal meemaakte zal ik maar niet beschrijven want voor je het weet, wordt mijn blog nog als porno gebrandmerkt. Laat ik het zo samenvatten dat er alles gebeurde wat in 'decadente' westerse homosauna's ook voorkomt, behalve dan dat er erg veel mannen elkaar afrosten met takkenbossen, maar dat schijnt een algemeen verschijnsel te zijn in Russische badhuizen.

Homovijandigheid komt vooral voor onder die mannen die hun eigen homo- of biseksuele voorkeur trachten te verdringen door die in anderen te bestrijden. Met name de katholieke kerk is daarvan wereldwijd een bekend voorbeeld (zie bijvoorbeeld de inmiddels overleden Nederlandse bisschop en homobestrijder Gijsen die wordt beschuldigd van aanranding van jongens). In sommige landen ziet men dat ook in de vorm van stelselmatige verkrachtingen van mannen door zogenaamde heteromannen in homovijandige gevangenissen, legers en politiebureaus. Rusland is ook in dit opzicht helaas geen uitzondering.

Vanwege de apartheid mocht ik in de jaren tachtig als WHO-adviseur aidspreventie niet actief zijn in Zuid Afrika. Ik heb dat altijd zeer betreurd. Door deze WHO-boycot heeft aids daar veel meer slachtoffers gemaakt dan nodig was. Er zijn in het verleden oproepen geweest om homovijandig Rusland om die reden te gaan boycotten. Zolang het gaat om bijvoorbeeld het niet drinken van Russische wodka kan dat nuttig zijn. Maar wat we zeker niet moeten doen, is het in de steek laten van de vervolgde homo/lesbische minderheid in Rusland. Zij hebben onze steun meer dan ooit nodig.

Rusland, China en Cuba
Inmiddels trekt de Russische jacht op homo/lesbische zondebokken wereldwijd steeds meer aandacht. Ik herlas mijn beschrijving van de toestand in Rusland in het boek "The Third Pink Book; A Global View Of Lesbian And Gay Liberation And Oppression" (Prometheus Books, Buffalo NY, 1993). Toen was ik nog optimistisch over Rusland in vergelijking met landen als Cuba en China. Twintig jaar later is het beeld geheel anders: wat is er gebeurd?

Cuba kwam in de jaren tachtig in opspraak omdat mensen met hiv (waaronder veel homo's) in concentratiekampen werden opgesloten. China reageerde toen zoals ik hierboven over Rusland schreef: aids was een 'kapitalistische en decadente' ziekte die in China niet of nauwelijks voorkwam omdat de enkele homo's die er zouden zijn 'voor hun eigen welzijn' in psychiatrische inrichtingen werden opgenomen. Ik herinner mij nog een WHO-conferentie in Manilla in de jaren tachtig waar de minister van volksgezondheid uit Nieuw Zeeland spontaan in lachen uitbarstte toen haar Chinese collega dat met droge ogen verklaarde. Met moeite kon een diplomatieke rel voorkomen worden.

Als toenmalig voorzitter van Homostudies Utrecht was ik heel blij toen eind jaren tachtig een hoge delegatie uit Cuba zich op de hoogte liet stellen van wetenschappelijke inzichten rond homoseksualiteit. Kennelijk heeft dit enige invloed gehad want het beleid inzake homoseksualiteit is in Cuba daarna aanzienlijk milder geworden. Ook in China heeft een meer wetenschappelijk verantwoord beleid geleid tot ruimere mogelijkheden voor de homo/lesbische minderheid om zich te organiseren. In Rusland daarentegen is de toestand ernstig verslechterd mede onder invloed van de homovijandige orthodoxe kerk.

Onder Jeltsin leek de Russische homo/lesbische subcultuur in de jaren negentig op te bloeien. Mede daardoor voelde men er de noodzaak niet om tot een goede zelforganisatie (самоорганизации) te komen. Een vergelijkbare ontwikkeling deed zich voor in het Duitsland van de jaren twintig. Klaus Müller beschrijft in zijn boek "Doodgeslagen, doodgezwegen; vervolging van homoseksuelen door het nazi-regime 1933-1945" (Schorer Boeken, Amsterdam 2005) hoe kwetsbaar een bovengronds gekomen subcultuur wordt voor vervolging als een doelmatige zelforganisatie ontbreekt. Er was indertijd in de Duitse homo/lesbische minderheid sprake van een grote onderlinge verdeeldheid waardoor de nazi's vrij spel hadden om de dragers van de roze driehoeken in concentratiekampen onder en om te brengen.

Uit "The Third Pink Book" blijkt dat de naoorlogse homo/lesbische beweging in veel landen geleerd heeft om beter samen te werken en bondgenootschappen te sluiten met vooral die sleutelfiguren uit andere sociale bewegingen die opkomen voor ieders mensenrechten en gelijkberechtiging. Wereldwijd zijn de belangrijkste tegenspelers nog altijd dogmatische godsdienstige (katholieke, islamitische en orthodoxe) groepen die niets moeten hebben van het recht van mensen om zelf zin en vorm te geven aan hun leven zolang zij anderen niet in hun mensenrechten aantasten. Het is, ook vanwege de aidspreventie, in ieders belang om de dwingelandij van die groepen in te perken.

Verenigde Staten
Met enkele voorbeelden van de puriteinse invloed in de VS kreeg ik zelf te maken in 1983 toen ik voor het eerst het land wilde bezoeken. Om een visum te krijgen, moest je toen invullen of je homo was en als dat zo was dan werd de toegang tot de VS geweigerd. Ik was uitgenodigd om aan een wetenschappelijke aids-conferentie deel te nemen en ik vroeg toen het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken om advies want ik had geen zin om te liegen en wilde ook niet het land uitgezet worden. Ik kreeg het advies om de vraag niet te beantwoorden en als ik daarover werd ondervraagd te melden dat ik als Nederlands rijksambtenaar volgens mijn regering niet verplicht was die vraag te beantwoorden. Aldus geschiedde en ik mocht er in.

Nadat de vraag naar homoseksualiteit van het visum-formulier verdween, kwam er een vraag naar aids (die overigens pas onlangs is verdwenen). Boston wilde in 1992 een internationale aids-conferentie organiseren waar mensen met aids dus geweigerd zouden kunnen worden! Als toenmalig aids-adviseur van de WHO heb ik er veel genoegen aan beleefd om er aan mee te werken dat dit aids-congres in 1992 naar Amsterdam werd verplaatst. De VS hebben in de beginjaren van de aids-epidemie op puriteinse gronden grote fouten gemaakt waardoor onnodig vele doden zijn gevallen. Zo mocht ik bijvoorbeeld in de vele Amerikaanse radio- en televisie-interviews die ik daar had over het doelmatiger Nederlandse aids-preventiebeleid nooit het woord condoom gebruiken. Op de meeste Amerikaanse scholen is seksuele voorlichting is nog steeds taboe waardoor de VS een verhoudingsgewijs veel groter aantal mensen met hiv/aids, en vrouwen met ongewenste zwangerschappen en abortussen heeft dan Nederland.

Eenzelfde averechts gevolg heeft de 'War on Drugs' die even rampzalig is als de beruchte alcohol-drooglegging uit de vorige eeuw.  Beide hebben vooral in het voordeel van de maffia en drugsbendes gewerkt. Bij mijn eerste privé-bezoek aan San Francisco hadden de gastheren een uitstekende maaltijd bereid en na afloop lagen de lijntjes coke al netjes klaar. Zij konden zich niet voorstellen dat ik als Nederlander (uit een land waar toch alles mocht) hiervoor geen belangstelling zou hebben. Ze waren zeer verbaasd te horen dat het drugsgebruik en hiv/aids door spuitende drugsgebruikers in de repressieve VS relatief veel omvangrijker was (en nog is) dan in het veel liberalere Nederland.

Homoseksualiteit: de ziekte voorbij
Onder die titel werd van 10 tot 12 december 1987 onder andere door Homostudies Utrecht een internationale wetenschappelijke conferentie georganiseerd om homoseksualiteit te doen schrappen van de wereldwijde ziektenlijst. Dat lukte vervolgens op 19 mei 1994. Hier is sprake van een opmerkelijke paradox. Aanvankelijk werd algemeen gevreesd dat aids de homovervolging zou aanwakkeren. Dat is in een aantal landen ook gebeurd. En nog steeds wordt aids misbruikt om homoseksualiteit te criminaliseren terwijl wereldwijd verreweg de meeste slachtoffers heteroseksuelen zijn.

Hier is sprake van vrijheidsbevorderende weerstanden. Ik beschrijf dat in mijn Tresoar-lezing. Vrijheid is niet de afwezigheid van dwang maar de aanwezigheid van zodanige omstandigheden dat de zelfbeschikking van mensen bevorderd wordt. Zelforganisatie is daarvoor van wezenlijk belang. Tegenstand kan daardoor omgezet worden in kracht om vooruit te komen. De wereldwijde homo/lesbische beweging heeft er door samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten voor gezorgd dat de strijd tegen aids ook een strijd tegen discriminatie is geworden.

Nadat ik in 1992 aftrad als voorzitter van Homostudies Utrecht ben ik ook gestopt met mijn werkzaamheden voor de WHO. Deels omdat ik mij meer wilde gaan inzetten voor de wereldwijde humanistische beweging. Maar ook omdat tien jaar strijd tegen aids een te zware last voor mij werd. Ik heb dan ook grote bewondering voor mensen die zich daar tientallen jaren voor hebben ingezet. Ik denk dan wat Nederland betreft bijvoorbeeld aan Riek Stienstra (1942-2007) die als directeur van Schorer van 1974 tot 2007 haar bijdrage heeft geleverd aan aids-preventie en buddyzorg voor mensen met hiv/aids.    



Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten haal ik niet steeds als citaat aan. Voor wie mij wil gaan citeren: er zijn kleine redactionele verschillen tussen blog en boek.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 29 oktober 2016

167. Mijn rol in de wereldwijde homobeweging

In de tweede helft van november 2016 verschijnt bij uitgeverij de Papieren Tijger in Breda  mijn boek met levensherinneringen: "Humanisme als zelfbeschikking". In de afgelopen tijd heb ik een aantal voorpublicaties uit mijn boek in mijn blog geplaatst. Ik plaats hieronder de voorpublicatie die het minst bekeken is omdat het geen kwaad kan om meer aandacht te besteden aan de belangrijkste ontwikkelingen die de wereldwijde homobeweging in de voorbije tientallen jaren heeft doorgemaakt.

Voorgeschiedenis
Maar weinig mensen weten van het bestaan van het International Committee for Sexual Equality ICSE (1951-1960). De belangrijkste man in deze organisatie was de Nederlander Henri Methorst (1909-2007). Het ICSE werd grotendeels bekostigd door het COC waar het hoofdkantoor was gevestigd. In België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland waren lidorganisaties aangesloten. Er werden internationale congressen gehouden in Amsterdam (1951), Frankfurt (1952), Amsterdam (1953), Parijs (1955) en Brussel (1958). De overgang naar de moderne homo/lesbische beweging vanaf 1969 werd niet meer gehaald door afnemende belangstelling. Het leek wel of de generatiewisseling van de jaren zestig en zeventig gepaard ging met meer aandacht voor de eigen nationale problemen en minder voor de noodzaak om tot een wereldwijde samenwerking te komen.

Aan de dood ontsnapt
Toenmalig COC-voorzitter Benno Premsela had wel veel belangstelling voor het buitenland. Op een koude zondagmorgen reed ik februari 1972 door een doodstil Amsterdam over de Keizersgracht naar het huis van Benno Premsela. Hij had een afspraak met enkele voorlopers van de huidige Italiaanse homobeweging Arcigay. Benno sprak vloeiend Italiaans en ik was uitgenodigd om er (dankzij mijn kennis van Latijn en Frans) in het Nederlands een verslag van te maken. Ik reed netjes vijftig en ongeveer honderd meter voor de kruising met de Vijzelstraat sprong het licht op groen. Op de kruising (bij het huidige Stadsarchief waar zich het archief van Benno Premsela bevindt) werd mijn Volvo Amazon in volle snelheid gepakt door een tram die van rechts kwam. Mijn auto en ik werden over de brug tientallen meters meegesleurd voor we stil stonden. De trambestuurder verklaarde later tegen de politie dat hij "door laat oranje" was gereden.

Ik moet heel lang buiten bewustzijn zijn geweest. Want voor de botsing was de kruising uitgestorven en toen ik weer bij kwam stond het zwart van de mensen. Het eerste dat ik mij herinner was dat men riep "hij leeft nog!". Ik werd aangesproken door een Amsterdammer die mij vroeg of hij de autoradio mocht kopen. Toen wist ik het zeker: ik leef nog en ik ben in Amsterdam. Hoe de rest van het verhaal afloopt, kan men lezen in blogbericht 50. Aan de dood ontsnapt... Inmiddels was mijn belangstelling voor de humanistische beweging gewekt waardoor de internationale homo/lesbische beweging lange tijd uit mijn zicht verdween.

ILGA
Pas in 1978 kwam het tot een herstart van de internationale homo/lesbische beweging in het Engelse Coventry met wat nu heet de International Lesbian, Gay, Bisexual, Trans and Intersex Association  ILGA. Op de website ilga.org kan men zien dat er nu meer dan duizend lidorganisaties zijn in 120 landen. Het hoofdkantoor is gevestigd in het Zwitserse Genève, waar de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties zich bevindt. En er zijn regionale organisaties zoals ILGA Europe in Brussel.

Toen ik in 1986 co-president werd van de International Humanist and Ethical Union ging ik mij voor de ILGA interesseren om te zien of ik van dienst kon zijn. Ik bezocht de congressen van ILGA in Kopenhagen (1986), Keulen (1987), Oslo (1988), Wenen (1989) en Stockholm (1990). Het verschil met de IHEU-congressen was zeer groot. De ILGA-congressen waren veel emotioneler en chaotischer. Dat was ook begrijpelijk omdat de meeste congresdeelnemers te maken hadden met grote persoonlijke problemen. Deels door de homovervolging in veel landen en daar kwam de AIDS-crisis nog overheen. ILGA wilde net als de IHEU waarnemer worden bij de Verenigde Naties. Dat was niet eenvoudig door de grote weerstanden tegen homoseksualiteit in de meeste lidstaten van de VN. Tegenstanders gooiden vaak homo- en pedoseksualiteit op één grote hoop. Enkele organisaties van pedoseksuelen waren lid van de ILGA. Vooral die uit Duitsland en de Verenigde Staten roerden zich zeer op ILGA-congressen, hetgeen tot heftige conflicten leidde.

Ik had daar om drie redenen moeite mee. Als humanist was en ben ik van mening dat het zelfbeschikkingsrecht van kinderen beschermd moet worden tegenover volwassenen die zich aan kinderen opdringen. Daarom heb ik ook meegewerkt aan het tot stand komen van de Stockholm-verklaring van 1990 waarin het volgende gesteld werd: "Every child has the right to protection from sexual exploitation and abuse, including prostitution and involvement in pornography". Mijn tweede bezwaar was dat pedoseksualiteit getalsmatig veel meer bij heteroseksuelen voorkomt en dus niet de indruk moet worden gewekt dat het alleen een homo-aangelegenheid is. En mijn derde bezwaar was dat ILGA het strategisch belangrijke waarnemerschap bij internationale organisaties wel kon vergeten als pedo-organisaties er lid van konden blijven. Aan die lidmaatschappen is een einde gekomen. Mede dankzij ILGA is inmiddels een mentaliteitsverandering bij een meerderheid in de VN tot stand gebracht ten gunste van een erkenning dat homorechten ook mensenrechten zijn. 

Pink Book 
Als een belangrijke bijdrage aan de internationale homo/lesbische beweging zie ik het tot stand komen van het tweede en derde Pink Book. In 1988 verscheen het Second ILGA Pink Book, uitgegeven door Homostudies Utrecht. En in 1993 werd The Third Pink Book: A Global View of Lesbian and Gay Liberation and Oppression uitgegeven door uitgeverij Prometheus Books, toen nog gevestigd in Buffalo (New York). Voor het eerst werd in boekvorm voor elk land in kaart gebracht hoe de maatschappelijke en juridische positie van de homo/lesbische minderheid was. Daarbij kon ik gebruik maken van de Nederlandse ambassades wereldwijd en van sommige buitenlandse ambassades in Nederland en België. Opvallend was de brief van 13 april 1987 van de ambassade van (voormalig Belgisch) Congo in Brussel dat "the practice of homosexuality does not exist in Congo". Inmiddels weten we wel beter.

Sindsdien is er geen homo/lesbisch Pink Book meer uitgegeven. Dat is ook wel begrijpelijk gezien de snelle vooruitgang die wereldwijd bereikt is. Neem alleen al het voorbeeld van de huwelijksgelijkberechtiging. Internet biedt nu een veel actueler beeld dan boeken ooit kunnen bieden. Toch hebben deze boeken een belangrijke rol gespeeld. In de eerste plaats omdat het een historisch ijkpunt heeft vastgesteld. Daardoor kunnen wij nu zwart op wit zien hoe snel vooruitgang is geboekt. In de tweede plaats hebben veel advocaten van deze boeken gebruik gemaakt om homo/lesbische vluchtelingen bij te staan die hun homovijandig land zijn ontvlucht en elders om asiel hebben gevraagd. In het volgend blogbericht zal ik ingaan op de rol die ik heb gespeeld bij het schrappen van homoseksualiteit van de lijst met ziekten door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO.




Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten haal ik niet steeds als citaat aan. Voor wie mij wil gaan citeren: er zijn kleine redactionele verschillen tussen blog en boek.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 22 oktober 2016

166. Mijn eerste vriendje (2)

In de tweede helft van november 2016 verschijnt bij uitgeverij de Papieren Tijger in Breda  mijn boek met levensherinneringen: "Humanisme als zelfbeschikking". Ik plaats hieronder de voorpublicatie die het meest bekeken is.

NIJMEGEN ZOMER 1965 

Ik kwam te wonen bij een weduwe op een zolderkamertje waarnaast (gescheiden door een dun wandje) haar zoon van zeventien woonde. Hij was voor mij hoorbaar seksueel actief. Ik raakte hiervan opgewonden en dat was opmerkelijk want ik dacht inmiddels dat ik aseksueel was want meisjes en vrouwen deden mij niets. Ik had wel regelmatig nachtelijke zaadlozingen maar aftrekken deed ik mijzelf nooit. Het ontbrak mij aan opwindende mogelijkheden tot herkenning.

Maar daar kwam snel een einde aan want hij begreep uit mijn toespelingen dat ik een en ander gehoord had en hij wilde mij er graag bij betrekken. Sindsdien waren we onafscheidelijk. Sterker nog: zijn moeder, mijn hospita, stelde zelfs voor dat na een verhuizing naar de Nijmeegse buitenwijk Hatert haar zoon en ik samen op één kamer gingen slapen want dan kon zij een extra kamer verhuren. Ik hielp hem met zijn huiswerk en hij wijdde mij in de seksualiteit in. En we waren het helemaal eens met elkaar dat we geen homo’s waren want verwijfd waren we niet.

Dat ging zelfs zo ver dat we een homostudent die aan de overkant van de straat woonde, gingen plagen. Het was ons opgevallen dat hij vaak ’s middags als er verder niemand thuis was een medestudent op bezoek kreeg en dat dan de gordijnen van zijn studentenkamer dicht gingen. Om hem op heterdaad te betrappen, belde ik een keer aan. Het duurde even voor hij open deed en ik kon vragen om een kopje suiker. Aan zijn snel aangetrokken kleren was te zien dat ons vermoeden klopte. Aan de heimelijke ontmoetingen van de twee jongeheren kwam zo een einde. Achteraf schaam ik mij er voor maar het paste in ons toenmalige streven om vooral niet voor homo’s aangezien te worden.

Dat bracht mij nog in problemen toen mijn hospita probeerde mij te koppelen aan de dochter van de buurvrouw. Studenten waren in die tijd geliefde beoogde partners voor jongedames die aan de man gebracht moesten worden. Om geen wantrouwen te wekken bij mijn hospita moest ik het spelletje wel meespelen maar omdat ik geen enkele belangstelling toonde om verder te gaan dan saaie avondjes naar de bioscoop zag het buurmeisje na verloop van tijd van verdere ontmoetingen af. 

Mijn eerste vriendje en ik waren anderhalf jaar heel gelukkig met elkaar. Hij was dol op popmuziek en ik herinner mij nog goed dat onze eerste seksuele ontmoeting op mijn zolderkamertje werd opgeluisterd door het Beatles-liedje “Here comes the sun”. Iedere keer als ik die muziek hoor, moet ik daar nog steeds aan denken. Achteraf gezien, is de ontdekking van mijn seksualiteit daarom zo’n bevrijding geweest omdat het niet belast werd door de negatieve lading die het begrip homoseksualiteit met zich mee bracht.

De ontkenning van onze homoseksualiteit leidde er toe dat wij onze eigen seksualiteit speels konden verkennen en beleven zonder de eeuwenoude maatschappelijke onderdrukking te hoeven voelen. Bovendien werden we ook niet beïnvloed door opvattingen in de homoseksuele subcultuur over hoe je je als homo had te gedragen. Tot op de dag van vandaag denken veel jongens die hun homoseksualiteit ontdekken dat ze pas echt zichzelf zouden zijn als ze zich nichterig, ‘vrouwelijk’, gaan gedragen. Door het overnemen van maatschappelijke vooroordelen over homoseksualiteit bevestigen zij die vooroordelen. Daardoor maken zij het voor andere jonge homo's moeilijker om uit de kast te komen als die zichzelf niet kunnen herkennen in dat nichterige gedrag.

Om misverstanden te voorkomen: ik heb niets tegen vooroordeelbevestigend gedrag van zich ‘vrouwelijk’ gedragende homo’s. Maar als andere homo’s die zich ‘mannelijk’ gedragen niet uit de kast komen, worden de heersende vooroordelen over homo’s niet doorbroken. Deze vooroordelen komen nog steeds op grote schaal voor en maken de zelfontwikkeling van homo’s onnodig moeilijk. Zelfs een woordenboek als de Dikke Van Dale bezondigt zich eraan. Een “mie” is een zich ‘vrouwelijk’ gedragende homo maar staat er ten onrechte omschreven als een “mannelijke homoseksueel”: precies het tegenovergestelde dus!

Mijn moeder merkte kennelijk mijn opbloeien, hoorde over onze vriendschap en nodigde hem uit om in Hilversum te komen logeren. In één kamer met twee bedden, dat wel. Maar dat was geen probleem omdat we gewend waren om samen in een eenpersoonsbed te slapen. Zij was zo verstandig om het woord homoseksualiteit niet te laten vallen maar genoot van zijn speelse aanwezigheid: “hij is net een jonge hond!” 

Zoals zoveel jongeren die op elkaar verliefd werden, waren wij ons niet bewust van de maatschappelijke gevaren die ons bedreigden. Het beruchte artikel 248-bis (Wetboek van Strafrecht) uit 1911 bestond nog. Dat zou betekend hebben dat ik vanaf mijn 21ste verjaardag, 19 augustus 1967, vanwege mijn meerderjarigheid strafbaar zou zijn door mijn verhouding met mijn eerste vriendje voor de duur van ons leeftijdsverschil, dus tot zijn meerderjarigheid. 

Mijn hospita, zijn moeder, was slecht ter been en kwam daarom nooit de trap op lopen naar onze gedeelde kamer. Tot die ochtend aan het begin van de zomer van 1967 toen wij ons beiden versliepen en zij ons tot haar ontzetting naakt slapend in elkaars armen in één bed aantrof. De rampenzomer 1967 was begonnen.




Naschrift: in mijn blog plaats ik onder andere conceptteksten voor mijn memoires die eind 2016 als boek zullen verschijnen. Mijn eigen blogteksten haal ik niet steeds als citaat aan. Voor wie mij wil gaan citeren: er zijn kleine redactionele verschillen tussen blog en boek.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.