zaterdag 17 juni 2017

199. Regeringsvorming in Nederland (7)

Drie maanden na de verkiezingen van 15 maart 2017 is er nog steeds geen nieuwe regering in Nederland. Niets bijzonders, want dit is iets boven het Nederlandse gemiddelde en ver onder het Belgische wereldrecord. In dit blogbericht beantwoord ik een paar veelgestelde vragen. Zoals: vormen de drie christelijke partijen een bedreiging voor het mensenrecht op zelfbeschikking en voor de gelijkberechtiging van het o.a. homo/lesbisch meerouderschap?

Waarom aarzelt links om mee te regeren met een rechtse meerderheid?
Er bestaat zoals gebruikelijk in Nederland een rechtse meerderheid in de Tweede Kamer. Maar die is niet groot genoeg om zelf te gaan regeren door het uitsluiten van de PVV (zie hieronder). Dat betekent dat ten minste twee links/progressieve partijen mee zouden moeten regeren met de grootste partij, de rechts/liberale VVD , en met de derde partij, het christelijke CDA. Het progressieve D66 is daartoe bereid als een linkse partij meedoet. Diens voorkeur, GroenLinks, is inmiddels afgevallen omdat deze partij de migratie niet wil inperken. De ChristenUnie wil wel meedoen maar dat wil D66 weer niet omdat daardoor christelijke zedenmeesterij dreigt (zie mijn laatste vraag). De sociaal-democratische PvdA is gestraft voor de goede samenwerking met de VVD in de vorige regering met het grootste zetelverlies ooit. En de Socialistische Partij wil niet met de VVD regeren. Linkse partijen willen liever niet met rechts regeren omdat linkse kiezers dat zwaar afstraffen, zoals de PvdA is overkomen. Hopelijk begrijpen mijn vele buitenlandse lezers nu dat de formatie van een nieuwe regering behoorlijk vast zit. Intussen regeert de demissionaire VVD/PvdA regering gewoon door en gaat het uitstekend met een der gelukkigste landen ter wereld.

Waarom mag de PVV niet meeregeren?
De rechtse PVV is de tweede partij van het land geworden. De meeste partijen willen niet met de PVV regeren om zeven redenen. 1. Hun anti-islam- en anti-Marokkanen-standpunt is in strijd met onze grondwet. 2. De PVV verbrak de samenwerking met VVD en CDA aan het begin van de laatste economische crisis waardoor het vertrouwen in die partij zeer ernstig is geschonden. 3. De PVV wil uit de euro en uit de Europese Unie treden, wat de meeste partijen niet willen. 4. De PVV juicht de Brexit en de verkiezing van Trump toe hetgeen de meeste Nederlanders geheel anders zien. 5. De PVV werkt in Europees verband samen met rechts-extremistische, antisemitische en homovijandige partijen; hun opvattingen hebben in Nederland geen aanhang. 6. De PVV is geen democratische partij omdat alleen de leider er lid van kan zijn. 7. De meeste partijen hebben voorafgaand aan de verkiezingen gezegd niet met de PVV te willen samenwerken en zij willen geen serieuze kiezersbelofte breken.  

Is een stem op de PvdA minder waard dan een stem op een andere partij?
Het Angelsaksische 'the winner takes all' standpunt wordt door sommigen ten onrechte als democratisch gezien terwijl het een achterstelling van minderheden inhoudt die strijdig is met het oeroude Nederlandse poldermodel. In dat stelsel wordt zoveel mogelijk gewerkt met coalities van minderheden waaraan zowel kleine partijen als ook partijen die verloren hebben wel degelijk mogen meedoen. Het is begrijpelijk dat de PvdA na een zeer groot zetelverlies terughoudend is om weer in een regering te gaan zitten. Maar als anders geen regering te vormen is dan gaat voor de PvdA het landsbelang meestal voor het partijbelang.

Hoe lang kan een demissionaire regering doorregeren?
Zolang een meerderheid in de Tweede Kamer geen nieuwe verkiezingen uitschrijft, kan dat heel lang voortduren. Zeker nu deze demissionaire regering er goed in geslaagd is om onze economie weer vooruit te helpen na de laatste economische crisis. Wie echt niet begrijpt waarom Nederlandse kiezers zo ontevreden zijn over een zeer geslaagde regering doet er goed aan om mijn blogberichten over divagedrag en consumentengedrag eens te lezen.

Vormen de drie christelijke partijen een gevaar voor andersdenkenden?
De drie christelijke partijen hebben in het verleden telkens weer getracht om hun eigen opvattingen aan andersdenkenden op te leggen. Ook nu dreigt dat weer. Zo zijn zij tegen hulp bij zelfdoding als de betrokkene dat in vrijheid nadrukkelijk wil, het zogenaamde 'voltooide leven'. Ook zijn de christelijke partijen tegen meerouderschap: het opvoeden van kinderen door een of twee moeders samen met een of twee vaders. Dat komt steeds meer voor onder homo/lesbische ouders. Dit maakt een nieuwe regering met een of meer christelijke partijen die andersdenkenden de wet willen voorschrijven minder gewenst.




Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179: Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180: Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181: De anti-elite-paradox, nummer 182: 'De kloof' bestaat niet in Nederland, nummer 183: "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184: CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. 
Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186: Populismegolf gestopt in Nederland (dit bericht is hiervan het meest gelezen), 187: Regeringsvorming in Nederland (1) over het belang van het oeroude poldermodel, 188: Regeringsvorming in Nederland (2) over het divagedrag van kiezers, 189: Regeringsvorming in Nederland (3) over het consumentengedrag van kiezers, 190: Regeringsvorming in Nederland (4) over het links/progressieve misverstand, 191: Regeringsvorming in Nederland (5) over het belang van samenwerkingsstrategieën, en 192: Regeringsvorming in Nederland (6) over het belang van het maatschappelijk middenveld.





zaterdag 10 juni 2017

198. Wat kunnen we van de Britse verkiezingen leren?

De Britse verkiezingen van 8 juni 2017 zijn om een aantal redenen zeer geschikt om te laten zien hoe een werkelijke democratie niet moet functioneren. De Conservatieven zakten onder de meerderheidsgrens (326 zetels) en kregen er slechts 318. Labour steeg met 29 zetels naar 261. De Scottish National Party zakte van 56 naar 35 zetels en de Liberal Democrats stegen van 8 naar 12 zetels. De Brexit-partij UKIP daalde van vier miljoen naar een half miljoen kiezers en kreeg geen enkele zetel. De Conservatieven overwegen nu een minderheidsregering te gaan vormen met steun van een Noord-Ierse (zeer homovijandige) partij met slechts 10 zetels: een zeer zwakke meerderheid dus.

Slechts een minderheid van de Britse stemgerechtigden stemden voor Brexit
De meeste media houden het sprookje in stand dat de Britten voor het vertrek uit de EU stemden. Op 23 juni 2016 stemden 51,9% van de kiezers voor Brexit. De opkomst was slechts 72,2%. Dat betekent dus dat een kleine minderheid van ruim een derde van de stemgerechtigden haar wil kon opleggen aan de overgrote meerderheid van de bevolking. In Schotland stemde 62% tegen Brexit. In Noord-Ierland was dat 56%. Weinig draagvlak dus.

In een rechtsstaat is een twee derde meerderheid vereist om ingrijpende beslissingen te nemen. Brexit toont weer eens aan hoe ondemocratisch referenda kunnen zijn. In 2016 hebben we dat in Nederland kunnen meemaken met het referendum over het Europese associatieverdrag met Oekraïne. Slechts 20% van de stemgerechtigden stemden toen tegen. Mede door onzorgvuldige berichtgeving in de meeste media leeft nog steeds de onterechte indruk dat een meerderheid van de Nederlanders ook tegen zou zijn. In 2017 werd terecht besloten om de uitslag van dit raadgevend referendum niet uit te voeren. Wellicht kunnen de laatste Britse verkiezingen tot een heroverweging van de erg chaotische Brexit leiden.

Brits districtenstelsel verdoezelt werkelijke verhoudingen
In het Brits districtenstelsel gaan alle zetels naar partijen die in de districten de meeste stemmen hebben gehaald. Dat lijkt democratisch maar dat is het niet. Dit beginsel van 'the winner takes all' leidt er immers toe dat minderheden niet vertegenwoordigd worden. Als een partij over het gehele land 40% van de stemmen haalt maar in geen enkel district de grootste is dan krijgt die partij in het Britse stelsel geen enkele zetel. Als bovendien alleen gekeken wordt naar de aantallen stemmers en er niet getoetst wordt of een meerderheid van alle stemgerechtigden wordt gehaald dan kan een zeer kleine meerderheid het voor het zeggen krijgen. Zo'n klein sociaal draagvlak veroorzaakt dat een groot deel van de bevolking zich niet vertegenwoordigd weet in wat een volksvertegenwoordiging moet zijn.

Parlementsverkiezingen zijn geen premiersverkiezingen
De meeste media lijden aan het euvel dat zij doen alsof parlementsverkiezingen hetzelfde zijn als premiersverkiezingen. In werkelijkheid kunnen Britten niet eens stemmen op alle landelijke lijsttrekkers. Dat is alleen weggelegd voor de kiezers in dat ene district waar die landelijke lijsttrekker kandidaat staat. Die lijsttrekker staat kandidaat in een district waar hij/zij er zeker van denkt te zijn dat hij/zij gekozen wordt en hoeft daar dus niet eens echt te wonen. Die overdreven aandacht voor de personen die landelijk lijsttrekker zijn, veronachtzaamt het belang van het te voeren beleid op grond van verkiezingsprogramma's.

Parlementsverkiezingen zijn geen referenda
De conservatieve lijsttrekker May dacht deze vervroegde verkiezingen makkelijk te kunnen winnen wegens een voorsprong in de opiniepeilingen op Labour en door Brexit centraal te stellen. Maar parlementsverkiezingen zijn geen referenda waarin één onderwerp op de agenda staat. Haar voorstel om bejaarden met een huis zwaarder te belasten viel niet in goede aarde, ook bij haar eigen achterban. Door de gewelddadige aanslagen in Londen en Manchester werd de aandacht verlegd naar het veiligheidsbeleid. May had daar een belast verleden door haar bezuinigingen op de politie als minister van binnenlandse zaken.

Schijnheiligheid wordt bestraft
Wie beweert, zoals May, de veiligheid te bevorderen maar in werkelijkheid als minister het aantal politie-agenten heeft teruggebracht van 144.000 in 2009 naar 123.000 in 2016 is op zijn zachtst gezegd niet geloofwaardig. Het roepen van 'law and order' is minder doelmatig dan het inzetten van wijkagenten die van dichtbij radicalisering in de gaten houden. Zoals het degelijke oer-Nederlandse gezegde luidt: voorkomen is nog altijd beter dan genezen.

Mensenrechten kun je niet verdedigen door ze af te schaffen
Gewelddadige aanslagen op onze democratische mensenrechten moeten terecht bestreden worden. Maar als diezelfde May bij dat bestrijden dreigt grondrechten niet in acht zullen te nemen dan verliest een democratische rechtsstaat zijn geloofwaardigheid. Zeker als blijkt dat door grootschalige bezuinigingen op de politie kansen gemist worden om aanslagen te voorkomen. Veel aanslagplegers waren bekend bij de politie die te weinig menskracht had.

Lijsttrekkers die debatten ontlopen, worden gestraft
Net als het geval was bij de Nederlandse verkiezingen van begin dit jaar met Wilders wordt een lijsttrekker die niet deelneemt aan debatten (zoals May) gestraft. De meeste kiezers vinden het laf als men de confrontatie met andere kandidaten ontloopt. En als het gaat om kandidaten die gevoerd beleid moeten kunnen verdedigen, ontlopen zij ook de publieke verantwoording van dat gevoerde beleid. Een doodzonde in een waarachtige democratie.


Naschrift. De top tien blogberichten over Engels/Britse onderwerpen zijn (in volgorde van populariteit) blogbericht nummer 19: "No sex please, we're British!", 17: Disadvantaged by English, 22: Nieuw Holland & Nieuw Zeeland, 20: No Dutch please!, 44: Mediamanipulatie, nummer 140: Brexit? Schotland Exit!, 123: IHEU & Engeland, 79: Alan Turing (1912-1954), de weggestopte held, 66: Pride en blogbericht nummer 152: Brexit? Referendum exit!





zaterdag 3 juni 2017

197. Homo/lesbisch internet en andere vlogberichten

Internet is van groot belang voor homo/lesbische bewegingen wereldwijd. Daardoor kunnen wij homo/lesbisch nieuws op de voet volgen ook al besteden de meeste media daar weinig aandacht aan. Maar er is ook een keerzijde. De homo/lesbische beeldvorming op internet is vaak vooroordeelbevestigend. In mijn blog besteed ik aandacht aan de kwalijke kanten van de (meest Amerikaanse) homoporno op internet. Maar dankzij internet kan ik via mijn blog bijdragen aan het verspreiden van een homo-erotiek die een veelzijdiger werkelijkheid laat zien dan de meeste homoporno. In mijn elfde vlogbericht bespreek ik de nadelen van sommig homo/lesbisch internet en de mogelijkheden om daar oplossingen voor te vinden.




Eerdere vlogberichten
Inmiddels zijn elf vlogberichten verschenen: 1. Aanleiding memoires Rob Tielman2. Boerkini's welkom op het naaktstrand, 3. Homo(zelf)haat, 4. Tegen homoporno en voor homo-erotiek, 5. Geweld en preutsheid in de VS, 6. Nederlandse en puriteinse tradities in de VS, 7. Frieslands 'iepen mienskip', 8. Friezen uitvinders poldermodel, 9. Atlas van Friesland , 10. Homoseksualiteit en homocultuur en 11. Internetdating homo's en beeldvorming.

zaterdag 27 mei 2017

196. Hoe ik uit de kast kwam en andere vlogberichten

Eerder heb ik in mijn blog geschreven over mijn homojeugd, mijn eerste vriendje en over mijn rampzalige vertrek uit de kast. Dat vertrek was meteen het begin van mijn rol in de homo/lesbische beweging in Nederland en wereldwijd. Die ervaring leverde ook een eigen benadering op van homoseksualiteit. Geen opgelegde subcultuur maar een verscheidenheid aan homo/lesbische invullingen van het mensenrecht om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven. Dat vergroot de kans dat homo/lesbische jongeren zich in hun gevoelsgenoten kunnen herkennen en daardoor gelukkiger worden. Ik vertel daar meer over in vlogbericht 10: homoseksualiteit en homocultuur.

Eerdere vlogberichten
Inmiddels zijn negen vlogberichten verschenen: 1. Aanleiding memoires Rob Tielman2. Boerkini's welkom op het naaktstrand, 3. Homo(zelf)haat, 4. Tegen homoporno en voor homo-erotiek, 5. Geweld en preutsheid in de VS, 6. Nederlandse en puriteinse tradities in de VS, 7. Frieslands 'iepen mienskip', 8. Friezen uitvinders poldermodel en 9. Atlas van Friesland.

zaterdag 20 mei 2017

195. Wat kunnen we van de Duitse verkiezingen leren?

Na de Brexit en Trump werden we door de meeste media overstroomd met berichten dat Oostenrijk, Nederland, Frankrijk en Duitsland de volgende slachtoffers zouden worden van een populismegolf. Wat Oostenrijk, Nederland en Frankrijk betreft, is die voorspelling niet uitgekomen. Wat zijn de vooruitzichten voor Duitsland? En waarom is er het huwelijk voor paren van gelijk geslacht nog niet opengesteld? Heeft dat iets met populisme te maken?

Saarland, Sleeswijk-Holstein & Noordrijn-Westfalen
Op 26 maart 2017 werden verkiezingen gehouden in Saarland. De christen-democratische CDU kreeg 41% van de stemmen, de sociaal-democratische SPD 30%, de socialistische Linke 13% en de rechts-populistische AfD slechts 6%. Op 7 mei 2017 was Sleeswijk-Holstein aan de beurt. De CDU kreeg er 32%, de SPD 26%, de Groenen 12%, de liberale FDP 11% en de AfD haalde net de kiesdrempel van 5%. Op 14 mei 2017 haalde in de (met 18 miljoen inwoners) volkrijkste deelstaat Noordrijn-Westfalen de CDU 33%, de SPD 31%, de FDP 13%, de AfD 7% en de Groenen 6%. Wie deze percentages per deelstaat optelt, komt niet uit op 100%. Dat komt door de kiesdrempel van 5% waardoor partijen die kleiner zijn geen zetels halen. Met uitzondering van Sleeswijk-Holstein waar de Fries- en Deenstalige minderheden wel zetels halen, ook als ze onder de 5% blijven steken.

Op het moment dat ik dit schrijf, is de definitieve zetelverdeling nog niet bekend. Maar het beeld is duidelijk: het gevaar van een populismegolf is tot nog toe bij Duitse verkiezingen afgewend. De kans dat die golf alsnog zal toeslaan tijdens de Bondsdagverkiezingen op 24 september 2017 is zeer klein geworden. Heeft dit te maken met mediasensatiezucht of is er nog iets anders aan de hand?

Extreem rechts populisme in Duitsland
Er zijn ten minste twee verklaringen voor de te hoge inschatting van het extreem rechts populisme in Duitsland. In de eerste plaats is extreem rechts na de Tweede Wereldoorlog altijd ongelooflijk verdeeld geweest. En ook nu worden in de rechtspopulistische partij Alternative für Deutschland veel meer tijd en energie gestoken in het bestrijden van elkaar dan in het strijden voor een overigens niet zo eenduidig gemeenschappelijk doel. Iedereen weet dat extreem rechts antisemitisch is. Niet iedereen weet dat dat extreem rechts in Duitsland zeer homovijandig is.

In de tweede plaats voelen veel Duitsers meer voor zekerheid dan voor onzekerheid: "keine Experimente bitte!" Duitsland heeft een al eeuwenoude traditie van mislukte pogingen tot revoluties. Pogingen tot revolutionaire verandering trekken daardoor meer de aandacht van de (veel meer dan in Nederland) sensatiegerichte pers. Dit leidt tot sterke uitvergroting in sommige media waardoor een overdreven vertekening van de werkelijkheid ontstaat  Die is vergelijkbaar met de eerdere verwachtingen over een populistische golf die tot nu toe na de Brexit in de rest van West-Europa is uitgebleven.

Widernatürliche Unzucht
De strafbaarstelling van gelijkgeslachtelijke handelingen verdween in Nederland in 1811. De beruchte Duitse homovijandige paragraaf 175 verdween pas in 1994. De Nederlandse homo/lesbische beweging is de oudste nog bestaande ter wereld. De Duitse begon eerder dan de Nederlandse maar overleefde de nazi-homovervolging niet en was na de Tweede Wereldoorlog veel zwakker dan de Nederlandse. Het aantal dodelijke slachtoffers van de strijd tegen de "widernatürliche Unzucht" (van 1933 tot 1945) in Duitsland loopt in de vele tienduizenden, die in Nederland (van 1940 tot 1945) in de enkele honderden. De nazi's hielden in Duitsland een populistische heksenjacht tegen homo's. Dat was in Nederland op veel kleinere schaal het geval.

Mede door de "Kirchensteuer" (kerkbelasting) is de macht van de Duitse kerken groter dan in veel andere landen die wel tot huwelijksgelijkberechtiging zijn overgegaan. De CDU is niet weg te denken uit de landelijke politiek. En de CDU werkt nauw samen met de zeer conservatief-katholieke CSU in Beieren. Dit rechtse machtsblok is te sterk gebleken voor de versnipperde en zeer zwakke homo/lesbische beweging. Uit eigen ervaring sinds de jaren zeventig weet ik dat ook daar meer tijd en energie wordt gestoken in het elkaar bestrijden dan het behartigen van gemeenschappelijke homo/lesbische belangen. Wat het polderen betreft, zouden de Duitse gevoelsgenoten nog veel van de Nederlandse kunnen leren.


Naschrift. Mijn meest gelezen blogbericht over Duitsland is nummer 156: Hoe de Stasi zakte voor 'Homoseksuaiteit als toetssteen', gevolgd door nummer 117: IHEU & Duitsland en nummer 68: De val van de Berlijnse Muur.



zaterdag 13 mei 2017

194. Wat kunnen we van de Franse verkiezingen leren?

De Franse presidentsverkiezing op 7 mei 2017 is met twee derde van de geldige stemmen gewonnen door Macron. De rechts-extremistische populiste Le Pen verloor met slechts een derde van deze stemmen. Over de Nederlandse verkiezingen op 15 maart 2017 schreef ik dat na de Brexit en Trump de populismegolf gestopt is in Nederland. Wat kunnen we van de Franse verkiezingen leren? En welke rol heeft de homo/lesbische minderheid gespeeld?

Het falen van de homo/lesbische minderheid in Frankrijk
In mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging (1982) stelde ik de vraag waarom de Nederlandse homo/lesbische beweging zoveel meer bereikte dan de Franse. Een van de antwoorden was dat het de Franse beweging ontbrak aan goede zelforganisatie, sleutelfiguren en bondgenoten. De laatste verkiezing bewijst dat dit nog steeds zo is. Uit onderzoek is gebleken dat een derde van de homo/lesbische minderheid van plan was op de homovijandige Le Pen te stemmen die een einde wil maken aan de openstelling van het huwelijk. Hoe is het te verklaren dat zoveel gevoelsgenoten in Frankrijk tegen hun eigen rechten op gelijke wettelijke behandeling in wilden stemmen?

Een verklaring vinden wij in het onderzoek 'Perils of Perception' van Ipsos. Daaruit blijkt dat Fransen van bijna alle Europeanen het percentage islamieten in hun land het hoogst inschatten. Zo'n vier keer te hoog: 31% in plaats van de werkelijke 7,5%. En zij verwachten voor 2020 dat het aantal islamieten 40% zal zijn in plaats van de te verwachten 8,3%. Ter vergelijking: de Nederlanders zitten van alle Europeanen het dichtst bij de werkelijkheid. Al is dat nog altijd drie keer te hoog: 19% in plaats van 6%. Mede uit angst voor overschatte aantallen homovijandige islamieten dreef een derde van de homo/lesbische minderheid in handen van Le Pen die een veel reëlere bedreiging voor de Franse gelijkberechtiging is.

Terwijl het Nederlandse COC als oudste homo/lesbische beweging ter wereld door vooral zelforganisatie en samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten het grootste draagvlak voor gelijkberechtiging ooit bereikte, faalde de Franse beweging. De openstelling van het huwelijk in Frankrijk werd bereikt door decennialang nauw samen te werken met de Partie Socialiste. Deze partijpolitieke eenzijdigheid blijkt zeer kwetsbaar nu de PS in elkaar zakt. Het was wat de homo/lesbische minderheid betreft meer geluk dan strategische wijsheid dat de sociaal-liberale Macron overwon die voor homo/lesbische gelijkberechtiging is. In Nederland was vanuit de homo/lesbische beweging vanouds samenwerking met de sociaal-liberale partijen. Het is uit homostrategische overwegingen te hopen dat dit in Frankrijk ook gaat gebeuren en er zo een einde komt aan de kwetsbare partijpolitieke eenzijdigheid.

Het gevaar van democratie als dictatuur van meerderheden
Vóór de populismegolf van Brexit en Trump, in mijn blogbericht van 23 maart 2014, wees ik op het gevaarlijk misverstand dat democratie een dictatuur van meerderheden zou zijn. Sommigen zijn daar pas na de rampen Brexit en Trump achter gekomen. Stel dat Le Pen de presidentsverkiezing in Frankrijk had gewonnen dan zouden er mensenrechten gesneuveld zijn. Bijvoorbeeld die van de zeer slecht georganiseerde Franse homo/lesbische minderheid waarvan een derde tegen eigen belangen in gestemd heeft. Angst is een slechte raadgever.

Autoritaire leiders zoals Poetin, Erdogan en Trump maken misbruik van een weeffout in het stelsel van direct gekozen presidenten. Hierdoor ontstaat grote spanning tussen de macht van de gekozen volksvertegenwoordiging en die van de president. Er zijn twee kapiteins op hetzelfde schip van staat: het parlement en de president. De macht van zo'n president is gebaseerd op een (soms zeer kleine) meerderheid. Trump is zelfs gekozen door een kleine minderheid van slechts 30% van alle stemgerechtigden! Een volksvertegenwoordiging is dus veel representatiever voor wat er in de bevolking leeft. Uit het oogpunt van democratie als maatschappelijke vormgeving van zelfbeschikking is het daarom wenselijker dat voortaan iedere president door de volksvertegenwoordiging gekozen wordt en niet rechtstreeks.

Het einde aan populisme?
Brexit en Trump werden niet gesteund door een meerderheid van de stemgerechtigden. Dat was bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in Nederland wel het geval. Die laatste verkiezing liet een aantal nederlagen voor het populisme zien. Een grote meerderheid is vóór de EU en de euro, tégen referenda als schijndemocratie en vóór een weerlegging van de populistische klacht dat er "een kloof" zou zijn waardoor "het volk" "niet gehoord" zou worden door "de elite". Door de overwinningen in Oostenrijk, Nederland en Frankrijk is het populisme niet verdwenen. Maar zij hebben wel laten zien dat democratieën uitstekend in staat zijn om de verraderlijke en ondemocratische lokroepen van het zeer angstaanjagende populisme te weerstaan. Mijn volgende blogbericht zal gaan over de Duitse verkiezingen.


Naschrift. Mijn meest gelezen blogberichten over Frankrijk zijn (in volgorde van populariteit): nummer 12, Handicapé par la francophonie, nummer 11, Frankrijk & Nederland en nummer 118, IHEU & Frankrijk.

Naschrift. Nog een punt dat de homo/lesbische stemmers op Le Pen te denken had moeten geven: zij werd gesteund door homovijandig Rusland. Vanuit Rusland werd het nepnieuws verspreid dat Macron homo zou zijn, alsof hem dat ongeschikt zou maken om president te worden. Macron wees er zeer terecht op dat dit onzin is, gebaseerd op homohaat. Wat de Russen betreft, kan dat kloppen. Wat de homo/lesbische minderheid in Frankrijk betreft, lijkt mij de opgeklopte islamangst waarschijnlijker.

zaterdag 6 mei 2017

193. FAQ: de tien meest gestelde vragen

Mijn blog is inmiddels meer dan 180.000 keer bekeken. Hoog tijd om eens aandacht te besteden aan de tien mij meest gestelde vragen via robtielman46@gmail.com .

1. Waarom werf je geen vaste volgers?
Een van mijn vele kritiekpunten op de meeste (a)sociale media is dat zij internetbubbels vormen van mensen die alleen maar kennis nemen van de opvattingen van gelijkgezinden. Ik wil niet preken voor eigen parochie maar juist wereldwijd mensen aanspreken die ook belangstelling hebben voor andersdenkenden. Bovendien schrijf ik over heel verschillende onderwerpen en niet iedereen heeft diezelfde belangstelling. Wie mij vast wil volgen kan iedere zaterdag een nieuw blogbericht lezen via http://robtielmanblogt.blogspot.nl/. En op de informatieve website van Het Roze Huis in Antwerpen kan men mijn blogberichten teruglezen. De meeste lezers vinden mij dankzij Google en de door hen meest gekozen zoekopdracht is Nederlands wereldtaal.

2. Waarom beperk je je niet tot één hoofdonderwerp?
Mijn belangrijkste aandachtsgebieden zijn (in volgorde van populariteit): 1. intimiteit en erotiek tussen mannen,   2. humanisme,   3. mijn eigen homoverleden,   4. Friesland,    5. mediakritiek,6.wereldwijde homovervolging,7.Nederlands wereldwijd,8.homoseksualiteit in Nederland, 9. Amerika en 10. racismediscussie. De links van deze top tien onderwerpen verwijzen naar de meest gelezen blogberichten in die groepen. Ik ben van mening dat men zich te veel beperkt tot één stokpaard. Ik benader de werkelijkheid het liefst vanuit geheel verschillende invalshoeken. Om zo kopklepdenkers op internet wat tegenwicht te bieden.

3. Waarom reageer je niet op iedere actualiteit?
Dit heeft ook te maken met mijn kritiek op de meeste (a)sociale media. Men holt van het ene incident naar het andere zonder enig inzicht in de achtergronden en de hoofdlijnen. Daarom ligt de nadruk in mijn blog op achtergrondverhalen. Actualiteiten kunnen dat goed aanvullen. Neem bijvoorbeeld mijn blogbericht over Russische homovervolgingen. Ik voeg de actualiteiten toe aan het achtergrondverhaal. Datzelfde doe ik met blogberichten over het gebrek aan aandacht voor homo-nieuws, over Turkse troebelen, over het referendum als schijnvertoning, over strategische blunders door 'anti-racisten', over verkiezingen en regeringsvorming in Nederland en over meer actualiteiten die aansluiten bij mijn blog.

4. Waarom heb je kritiek op de meeste homoporno?
Dat bespreek ik uitvoerig in blogbericht 97: Kritiek op homoporno. Dat bericht eindig ik zo.
"Gelukkig is de klantonvriendelijke en vooroordeelbevestigende homoporno bezig zijn eigen graf te graven. Want op mijn zoektochten op internet naar intimiteit tussen mannen en naar homo-erotiek ben ik steeds meer 'huisvlijtjes' tegengekomen: zelfgemaakte plaatjes en filmpjes die beter aansluiten op homoseksuele leefwerelden dan de meeste homoporno. Deze pornofabrieken worden ingehaald door huis-tuin-en-keuken plaatjes en filmpjes die gemaakt worden door vaak jonge homo's die kennelijk beter begrijpen wat gevoelsgenoten graag willen zien. Geen heterootje spelen maar homo's laten zien die van elkaar en van elkaars seksualiteit houden. Geen heteromannen die zichzelf aftrekken met de ogen dicht of kijkend naar heteroporno maar homo's die oprecht opgewonden raken van het idee dat andere homo's daar ook opgewonden van raken. Liever verleiding dan minachting. Geen treurige pornofilmpjes bekijken maar ideeën opdoen om het liefdes- en seksleven nog aantrekkelijker te maken!"

5. Waarom besteed je aandacht aan homo-erotiek?
Het aanbod aan homoporno is veel groter op internet dan aan homo-erotiek. Daardoor ontstaat een vooroordeelbevestigende beeldvorming over homoseks die ver verwijderd is van de werkelijkheid. Mede dankzij mijn blog is homo-erotiek nu veel makkelijker te vinden. Mijn homo-erotische berichten worden goed bekeken. Het best bekeken is mijn blogbericht 98: Liever homo-erotiek dan homoporno. Dat bericht eindig ik als volgt.

"De oplettende lezers en kijkers zal het zijn opgevallen dat ik mij niet echt duidelijk heb uitgesproken over wat volgens mij wel en wat niet homoporno is. In blogbericht 95 schreef ik over met name "afbeeldingen en beschrijvingen van seks" met de "bedoeling om seksueel te prikkelen". In blogbericht 97 liet ik enkele homoseksuele handelingen zien, niet met de bedoeling om seksueel te prikkelen maar om voorlichting te geven. In het begin van dit bericht had ik het over "opdringerige, niets verhullende, voorspelbare, mechanische, naakte, neukende, slecht hetero spelende, kijkersonvriendelijke, nors kijkende en wegkijkende mannen met een stijve". Dat is geen waterdichte grens. Het is ook de vraag of dat zou moeten. Uiteindelijk vind ik dat zowel homo-erotiek als homoporno op internet moeten kunnen als lezers en kijkers van te voren gewaarschuwd zijn zodat ze er niet heel onverhoeds mee worden geconfronteerd. Mij gaat het er in deze serie om de overheersing van homoporno op internet wat terug te dringen ten gunste van meer goede homo-erotiek. Hopelijk lever ik daar een bijdrage aan."

6. Waarom plaats je geen afbeeldingen?
Als ik afbeeldingen zou plaatsen dan krijg ik meteen te maken met auteursrechten. Dat betekent dat ik geld zou moeten vragen aan mijn lezers en dat wil ik niet. Bovendien kan ik nu makkelijk betere afbeeldingen zoeken bij de links. Tenslotte vind ik de teksten veel belangrijker dan de afbeeldingen, die ik vooral uitzoek om mijn betoog met voorbeelden te ondersteunen.

7. Waarom loopt jouw blog beter dan jouw vlog?
Vermoedelijk omdat veel van mijn lezers makkelijker Nederlandse teksten lezen dan dat zij gesproken Nederlands kunnen volgen. Mijn best bekeken vlogbericht is het eerste: Aanleiding memoires Rob Tielman. Van daaruit kan men naar de volgende vlogberichten.

8. Waarom worden niet alle reacties van lezers geplaatst?
Ik plaats alleen die reacties die een aanvulling zijn op wat ik geschreven heb. Veel (a)sociale media zijn een afvalbak geworden en daar wil ik mijn blog niet mee bevuilen.

9. Waarom is jouw blog in het Nederlands?
Dat licht ik toe in blogbericht 71: Nederlands wereldtaal. Ik heb veel gastcolleges gegeven aan opleidingen voor Neerlandistiek in het buitenland. Zo ontdekte ik dat wereldwijd veel meer Nederlands wordt gelezen dan de meeste Nederlanders denken. In bovengenoemd blogbericht schrijf ik daar het volgende over.

"Die wereldwijde verspreiding is mede te danken aan de over grote delen van de wereld bestaande opleidingen Neerlandistiek en aan de Nederlandse Taalunie die hen met raad en daad ondersteunt. Buiten Nederland, België en Suriname wordt in veertig landen aan 175 universiteiten Nederlands gegeven door 700 docenten aan 15.000 studenten en wordt door 6000 leraren Nederlandse lessen gegeven aan 400.000 scholieren op scholen voor basis- en voortgezet onderwijs. Het grootste aantal scholieren (23.000) is te vinden in de Duitse deelstaten die aan ons land grenzen: Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen."

In de meeste Nederlandse media houdt men vrij weinig rekening met anderstaligen die Nederlands willen leren lezen. Daarom probeer ik kenmerkende Nederlandse verschijnselen voor buitenlanders uit te leggen. Zie bijvoorbeeld mijn verhaal over het ontstaan van het poldermodel en de serie over verkiezingen en regeringsvorming in Nederland.

10. Waarom zijn sommige titels in het Afrikaans, Fries, Engels, Frans of Russisch?
Omdat de zoekmachine van Google belangrijk is, gebruik ik vaak begrippen die aansluiten op zoekopdrachten. Zo gebruik ik in de kop van dit blogbericht het begrip FAQ (frequently asked questions) omdat ik hier veelgestelde vragen beantwoord. Mocht men onverhoopt moeite hebben met het lezen van Nederlands dan kan men Google Translate gebruiken.

De titel die de meeste (meestal buitenlandse lezers) heeft getrokken is Gay Twins over eeneiige homotweelingen. Dat is kennelijk een zeer aansprekend onderwerp omdat het iets zegt over de biologische oorsprong van homoseksualiteit. Als tweede eindigde World Press Photo 2014. Dit is de meest homo-erotische foto die een wereldprijs won en tevens kritiek uitte op de Russische antihomopolitiek. Meer daarover kan men vinden in blogbericht 29.

Als derde eindigde mijn serie tegen de meeste homoporno: "Anti Gay Porn". Daarin geef ik voorbeelden hoe het beter kan op een minder pornografische en een meer homo-erotische wijze. Met als onderwerpen (in volgorde van populariteit): is er sprake van schaamte, kijkt men de kijker aan?, homoseks is meer dan neuken en gepijpt worden, homo-erotische safe sex en plezier in homoseks. Deze blogberichten werden vooral bekeken in homovijandige landen waar kennelijk behoefte is aan alternatieven voor meestal Amerikaanse homoporno.

Als vierde eindigde mijn blogbericht over de homovervolging in Rusland: Сочи 2014. De Russen zijn na de Nederlanders en de Amerikanen mijn grootste groep lezers. Als vijfde, meest bekeken berichten met anderstalige titels, eindigde de serie over Friesland: Fryske gemeenteriedsferkiezings, It wrede paradys, Fryske taalfrede, Fryske taalfrede op 'e nij bedrige en Nexit? Fryslânexit! Van de meeste berichten bestaan ook Friese vertalingen.

Als zesde eindigde de serie gericht op Amerikaanse lezers. Die vormen na de Nederlanders de grootste groep lezers. De meest gelezen berichten over Amerika met Engelstalige titels zijn (in volgorde van populariteit): (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam, Hans Brinker and a finger in a leaking dike, Dangerous stamps!, American Democracy 101, American Paradoxes en "War on Christianity"?

Als zevende eindigde de serie gericht op Engelse lezers: "No sex please, we're British!", Disadvantaged by English, No Dutch please! en Brexit? Schotland exit! Als achtste werd, vooral in Frankrijk en België, het bericht bekeken met de provocerende titel: Handicapé par la francophonie. Deze zoekterm is nog niet tot Google doorgedrongen: wellicht te provocerend voor Franstaligen?

Wel goed doorgedrongen in de zoekresultaten van Google is de film Pride, het negende meest gelezen blogbericht met een anderstalige titel. Over alle bovenstaande berichten ben ik tevreden wat de aantallen anderstalige lezers betreft. Dat is helaas niet het geval met de twee berichten met een Afrikaner titel: Afrikaner identiteit en Baie dankie! Het aantal lezers in Zuid-Afrika is heel klein hoewel miljoenen Afrikaanstaligen heel makkelijk Nederlands kunnen lezen. Afrikaans wordt in meerderheid door kleurlingen gesproken maar de taal wordt nog steeds achtergesteld door zelfverklaarde antiracisten die zelf aan zwart racisme doen. Zie mijn serie over het racismedebat: ik schreef daarover het volgende.

"Deze serie berichten wordt veel gelezen dankzij mijn reacties op het debat over Zwarte Piet: blogbericht 61 over Racisme? en nummer 69 over Divagedrag tegen Zwarte Piet werkt averechts. Dit laatste bericht is nu ook beschikbaar in Friese vertaling: Divagedrach tsjin Swarte Pyt wurket averjochts. De soms vermeende discriminatie op grond van afkomst speelde ook een rol in blogbericht 70 over de Turkse troebelen (1) (de sterkste stijger in deze groep). Lezers van dit laatste bericht kwamen vooral binnen via het landelijk platform voor openbaar onderwijs CBOO. De nieuwste berichten in deze serie zijn nummer 110: Strategische blunders door 'antiracisten', nummer 142: Turkse troebelen (2), nummer 161: Turkse troebelen (3) en nummer 185: Turkse troebelen (4)."






zaterdag 29 april 2017

192. Regeringsvorming in Nederland (6)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag, over het consumentengedrag onder veel kiezers, over een meer doelmatige strategie van links/progressieve kiezers en partijen en over samenwerkingsstrategieën. Dit blogbericht gaat over het enorm grote belang van het maatschappelijk middenveld tussen kiezers en overheid. Met als voorbeeld homo/lesbische bewegingen wereldwijd om tot grotere gelijkberechtiging te komen, bijvoorbeeld rond de openstelling van het huwelijk. Dit is het laatste blogbericht in deze serie die vooral gericht is op de twee derde van mijn lezers die in het buitenland wonen.

De film 'Pride': een heldenrol voor de Britse homo/lesbische beweging
In blogbericht 66, Pride, schreef ik over deze historische film uit 2014 die speelt in de jaren tachtig. De homovijandige Britse premier Margaret Thatcher (1925-2013) was van 1979 tot 1990 aan het bewind. Zij moest niets hebben van het sociale middenveld tussen burgers en overheid. Dat had zij gemeen met hedendaagse autoritaire leiders als Poetin en Erdogan. En met voorstanders van referenda die ten onrechte denken dat democratie een dictatuur van meerderheden zou zijn. Juist homo/lesbische minderheden hebben daarom wereldwijd belang bij zelforganisatie en samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten in het maatschappelijk middenveld. Om het mensenrecht op zelfbeschikking te verdedigen.

In de film Pride zien we dat de door velen geminachte homo/lesbische beweging in Londen solidair is met de stakende vakbeweging die door Thatcher eveneens geminacht wordt. De film laat zien dat zelforganisatie in samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten in verwante bewegingen, gericht op zelfbeschikking, soms heel moeilijk is maar uiteindelijk toch overwint. Dit succes leidde jaren later tot de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht in Engeland, Wales en Schotland. Noord-Ierland is nog niet zover.

Nederland en België liepen in huwelijksgelijkberechtiging voorop in 2001 en 2003
De Nederlandse homo/lesbische beweging had als groot voordeel dat het maatschappelijk middenveld door de oude verzuiling in protestantse, katholieke, socialistische en liberale stromingen heel invloedrijk was. De homo/lesbische en ook de humanistische bewegingen konden daardoor wereldwijd voorop lopen. De humanistische door in Nederland en (het eveneens verzuilde) België de grondwettelijke gelijkberechtiging van godsdiensten en de (ongodsdienstige) levensbeschouwing te bereiken. De homo/lesbische bewegingen door in Nederland en België in 2001 en 2003 huwelijksgelijkberechtiging als de eerste landen tot stand te brengen. Inmiddels is dat voorbeeld door meer dan twintig landen gevolgd.

Het belang van het maatschappelijk middenveld voor de regeringsvorming
Als het maatschappelijk middenveld vóór de verkiezingen stembusakkoorden met politieke partijen sluit, vergroten zij de kans dat na verkiezingen hun belangen veilig gesteld zijn. De homo/lesbische en de milieubeweging zijn bij deze laatste Nederlandse verkiezingen de beste voorbeelden daarvan. Belangengroepen die zich na de verkiezingen op de regering vormende partijen richten, lopen de kans achter het net te vissen.

Een gangbaar misverstand is dat alleen partijen die gewonnen hebben aan een nieuwe regering mogen deelnemen. Door de middelpuntvliedende werking van extreme partijen kan dat tot onregeerbare toestanden leiden. Partijen die goede banden hebben met het maatschappelijke midden kunnen die middelpuntvliedende beweging tegengaan en de regeerbaarheid bevorderen. De verliezende VVD is als de grootste partij bij de nieuwe regering betrokken. De verliezende PvdA nog niet terwijl die partij wel goede contacten heeft met het maatschappelijk middenveld. Kiezers die op een verliezende partij hebben gestemd, moeten niet bij voorbaat worden afgeschreven. Zij moeten even zwaar wegen als kiezers op winnende partijen. Het Angelsaksische dogma "the winner takes all" leidt tot maatschappelijke polarisatie en ondervertegenwoordiging van minderheden. En dat is slecht voor iedereen die het mensenrecht op zelfbeschikking verdedigt.



Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2), 189, Regeringsvorming in Nederland (3), 190, Regeringsvorming in Nederland (4) en 191, Regeringsvorming in Nederland (5).


Naschrift. Op 15 mei 2017 en 12 juni 2017 zijn de twee pogingen tot regeringsvorming door VVD, CDA, D66 en GroenLinks mislukt.



zaterdag 22 april 2017

191. Regeringsvorming in Nederland (5)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag, over het consumentengedrag onder veel kiezers en over de mogelijkheid van een meer doelmatige strategie van links/progressieve kiezers en partijen in Nederland. Dit blogbericht gaat over samenwerkingsstrategieën. Met dank aan de ervaringen van onder andere homo/lesbische bewegingen wereldwijd om tot grotere gelijkberechtiging te komen, bijvoorbeeld rond de openstelling van het huwelijk.

Samengaan als slechtere vorm van samenwerking
Velen denken dat samengaan de beste vorm van samenwerking is. Dat is meestal niet het geval. In mijn memoires, Humanisme als zelfbeschikking, bespreek ik mijn ervaringen met samenwerking in humanistische, homo/lesbische en vrouwenemancipatiebewegingen over de hele wereld. Vaak wordt er gestreefd naar zo groot mogelijke organisaties. Hoe groter, hoe meer macht is dan de gedachte. Maar die grote verbanden hebben vaak te kampen met onderlinge spanningen tussen vertegenwoordigers van deelbelangen. Groter is niet beter.

Het is veel strategischer om niet iedereen in één organisatie te proppen maar om samen te werken tussen kleinere organisaties die zich beter kunnen richten op specifieke groepen. Eén partij voor alle links/progressieve Nederlanders is al een eeuw onmogelijk gebleken. En het ziet er niet naar uit dat dit ooit in de toekomst bereikbaar is. Het is ook vraag of het wenselijk is. Wie de veel besproken kloof tussen kiezers en gekozenen wil verkleinen, doet er verstandig aan om niet met een eenvormig aanbod te komen maar met een keuze uit verscheidene partijen waaruit de kiezers kunnen kiezen. Maar dan is het wel noodzakelijk om beter samen te werken. En daaraan ontbreekt het nogal eens, ook in Nederland.

Van stembusakkoorden naar regeerakkoorden
In een stembusakkoord spreken politieke partijen zich vóór de verkiezingen uit om erna gezamenlijk bepaalde doelstellingen in een regeerakkoord vast te leggen. In het verleden afgesloten stembusakkoorden tussen links/progressieve politieke partijen in Nederland haalden geen meerderheid. Dat was anders bij stembusakkoorden waarbij naast politieke partijen ook maatschappelijke organisatie betrokken waren. Zo heeft de Nederlandse homo/lesbische beweging bij de afgelopen verkiezingen stembusakkoorden gesloten die wel geslaagd zijn. Dat brengt mij op de rol van maatschappelijke zelforganisaties bij het tot stand komen van regeerakkoorden. Als men daarmee wacht tot na de verkiezingen dan is dat meestal te laat. Over de rol van het maatschappelijk middenveld tussen kiezers en overheid gaat mijn volgende blogbericht.



Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2), 189, Regeringsvorming in Nederland (3) en 190, Regeringsvorming in Nederland (4).




zaterdag 15 april 2017

190. Regeringsvorming in Nederland (4)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel, over de gevaren van divagedrag en over het steeds meer toenemende consumentengedrag onder kiezers. Dit blogbericht gaat er over hoe de linkse/progressieve kiezers hun belangen beter kunnen behartigen. Met dank aan homo/lesbische bewegingen.

Het links/progressieve misverstand in Nederland
De linkse/progressieve partijen in Nederland hebben last van het hardnekkige misverstand dat zij de belangen van een meerderheid van achtergestelden zouden behartigen. Dat is wel hun bedoeling. Maar een geschiedenis van honderd jaar met het algemeen kiesrecht heeft laten zien dat veel van de achtergestelden tegen hun sociaaleconomische belangen in stemmen. Zo stemden veel protestante en katholieke arbeiders niet op socialistische maar op christelijke partijen. Ook Brexit en Trump hebben laten zien dat veel arbeiders tegen hun sociaal-economische belangen in stemden uit angst voor vreemdelingen.

Een eeuw lang streven naar een partijpolitieke meerderheid is in Nederland nooit geslaagd. Zelf het meest linkse kabinet van Den Uyl (1973-1977) was nog afhankelijk van christelijke partijen. Het is daarom van strategisch belang dat linkse/progressieve partijen ophouden om te denken zij als partijen meerderheden achter zich kunnen krijgen. De geschiedenis van de homo/lesbische beweging in Nederland heb ik beschreven in mijn proefschrift Homoseksualiteit in Nederland, studie van een emancipatiebeweging. Daarin verklaar ik hoe een kleine minderheid toch een meerderheid achter gelijkberechtiging heeft kunnen krijgen. Dat was dankzij een strategie van zelforganisatie en nauwe samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten.

Zelforganisatie
Bij zelforganisatie denken de meeste politieke partijen aan ledenwerving. De geschiedenis van de humanistische, homo/lesbische en vrouwenemancipatie heeft echter laten zien dat ledenwerving een weliswaar zeer noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde is voor zelforganisatie. Moderne sociale bewegingen werken bijvoorbeeld met internet-netwerken. Communicatie met achterbannen werkt niet meer vooral met ledenvergaderingen maar met multimediale netwerken.

De klacht dat politieke partijen hun belang verloren zouden hebben door sterk dalende ledenaantallen is onterecht. Zij kunnen de spil vormen van veel bredere netwerken en daardoor een groter draagvlak houden in de samenleving dan op het eerste gezicht lijkt.

Ook deugt het gangbare verhaal niet dat referenda democratischer zouden zijn dan een parlementaire democratie met politieke partijen. Zoals Poetin en Erdogan aantonen, is het een gevaarlijke misvatting dat dictaturen van meerheden democratisch zouden zijn. Zij tasten de mensenrechten van minderheden en het zelfbeschikkingsrecht van individuen aan. Zie mijn blogbericht 34: Vijf misverstanden over democratie. Dat brengt mij op het belang van samenwerking met sleutelfiguren en bondgenoten, ofwel het maatschappelijke middenveld tussen kiezers en de overheid. Daarover meer in mijn volgende blogbericht.




Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1), 188, Regeringsvorming in Nederland (2) en 189, Regeringsvorming in Nederland (3).


zaterdag 8 april 2017

189. Regeringsvorming in Nederland (3)

In mijn blogserie over regeringsvorming in Nederland schreef ik eerder over het belang van het poldermodel en over de gevaren van divagedrag. Dit blogbericht gaat met name over het steeds meer toenemende consumentengedrag onder kiezers. Vooral de progressieve partijen zijn daarvan het slachtoffer. Bij de verkiezingen van 2006 zakte D66 tot maar drie zetels. Nu is dat weer negentien. Bij de verkiezingen van 2012 zakte GroenLinks tot vier zetels. Nu is dat weer veertien. En bij de verkiezingen van 2017 zakte de PvdA tot negen zetels, een verlies van negenentwintig!. Hoe is die wispelturigheid onder deze progressieve kiezers te verklaren? En wat kunnen deze drie progressieve partijen bijvoorbeeld leren van de strategie van succesvolle homo/lesbische bewegingen wereldwijd?

Wat versta ik onder links, rechts, conservatief en progressief in Nederland?
Twee derde van mijn lezers wonen in het buitenland. Het is ondoenlijk om de verschillen en overeenkomsten tussen alle dertien in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen uit leggen. Daarom beperk ik mij tot de hoofdlijnen.

Een gangbaar model om de politieke partijen in Nederland in te delen werkt met twee tegenstellingen: links-rechts en progressief-conservatief. Links wil dat de overheid een rol speelt bij het verminderen van de verschillen in macht, bezit en inkomen. Rechts wil zo weinig mogelijk overheidsingrijpen. Progressief wil dat alle mensen steeds meer in staat gesteld worden om hun leven zelf zin en vorm te geven. Conservatief wil het behoud van traditionele waarden en normen. In Nederland vindt men dat vooral in de drie christelijke partijen, die het minst vrouw- en homovriendelijk zijn.

Nederland heeft nooit een meerderheidspartij gekend. Als land van minderheden werden altijd coalities gesloten. In de negentiende eeuw waren dat vanaf de Grondwet van 1848 overwegend liberale coalities. In de twintigste eeuw waren tot 1994 altijd de christelijke partijen in de coalities zeer invloedrijk. Na de Tweede Wereldoorlog regeerden christelijke partijen ofwel met rechtse partijen, ofwel met linkse partijen als over rechts niet mogelijk was. Van 1994 tot 2002 en sinds 2012 zitten er geen christelijke partijen in de regering.

Ontstaan van consumentengedrag in de Nederlandse politiek
Als gevolg van de vroegere verzuiling in protestante, katholieke, liberale en socialistische stromingen waren de bijbehorende politieke partijen vrij stabiel in hun achterbannen. Bij verkiezingen vonden tot de jaren zestig geen grote verschuivingen plaats. Dat veranderde met de opkomende ontzuiling vanaf de jaren zestig.Vóór de ontzuiling was het gebruikelijk dat zelfs het consumentengedrag verzuild was. Men ging bij voorkeur alleen winkelen bij ondernemers die tot de eigen zuil behoorden: bijvoorbeeld een katholieke kruidenier.

Door de ontzuiling speelde de achtergrond van de winkeliers geen rol meer. Dit ontzuilend consumentengedrag werkte door op al die voorheen verzuilde gebieden: school, omroep, sportvereniging, krant, tot en met partijkeuze. Maar er is één belangrijk verschil. Als een voorheen verzuilde instelling leegliep dan waren er altijd andere waar men terecht kon. Maar de overheid is van ons allemaal en we kunnen ons land niet voor een ander inruilen als we hier blijven wonen. In een land vol van minderheden betekent dat de vorming van coalities met de nodige compromissen. Vroeger werd het belang van er samen al polderend uitkomen beter begrepen dan nu. Consumenten houden niet van compromissen.

Gevolgen van consumentengedrag in de Nederlandse politiek
Uit de hierboven genoemde wispelturige wisselingen in aantallen Kamerzetels blijkt dat de (meest ontzuilde) progressieve kiezers de partijen waarop zij gestemd hebben het hardst straffen als zij niet precies doen wat die kiezers willen. Die progressieve partijen hebben nog nooit een meerderheid in Nederland gehaald. Dat betekende dus ófwel meeregeren en gestraft worden omdat er compromissen gesloten werden. Ofwel in de oppositie blijven en geen invloed ter verbetering kunnen uitoefenen. Zo benadeelden progressieve kiezers door hun wispelturige gedrag en het klagen over kiezersbedrog hun eigen progressieve belangen.

De enige uitweg uit dit dilemma tussen partijbelang en het landsbelang is het sluiten van stembusakkoorden vóór de verkiezingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de Nederlandse homo/lesbische beweging met die politieke partijen die daartoe bereid zijn. Daardoor is na iedere verkiezing de gelijkberechtiging van de homo/lesbische minderheid altijd het beste verzekerd. Hoe kan deze strategie met stembusakkoorden toegepast worden op de praktijk van de komende kabinetsformatie? Zie hiervoor mijn volgende blogbericht.


Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1) en 188, Regeringsvorming in Nederland (2).





zaterdag 1 april 2017

188. Regeringsvorming in Nederland (2)

In deze serie over regeringsvorming in Nederland besteed ik in dit blogbericht aandacht aan het verschijnsel 'divagedrag'. Daaronder versta ik het zeer luidruchtig klagen over het eigen (kleine) leed onder veronachtzaming van het (veel grotere) leed elders in de wereld.

Dit opzichtig wentelen in het eigen leed ben ik in Nederland voor het eerst tegengekomen in de homo/lesbische beweging in de jaren zeventig. Sindsdien is het heel dramatisch een slachtoffer spelen in Nederland op grote schaal in de mode geraakt. Welke gevolgen heeft dit voor kiezers, politici en media? En kan men misschien iets leren van de ervaringen van de Nederlandse homo/lesbische beweging hiermee?

Geschiedenis van het divagedrag in Nederland
In mijn memoires, Humanisme als zelfbeschikking, beschrijf ik hoe in Nederland de oude verzuiling de emancipatie van minderheden heeft bevorderd. Door zelforganisatie en het samenwerken met sleutelfiguren en bondgenoten in andere minderheden kon men in de humanistische en de homo/lesbische bewegingen veel sneller gelijkberechtiging bereiken dan in andere landen. Het is dan ook geen toeval dat de wereldwijde zelforganisaties van die twee bewegingen in Nederland zijn begonnen. Gelijkheid werd in het poldermodel niet opgevat als van boven opgelegde en afgedwongen gelijkvormigheid maar als vrij algemeen aanvaarde gelijkwaardigheid in veelvormigheid.

In de jaren zestig kwam de verzuiling in een kwaad daglicht te staan. De geschiedenis van emancipatie van minderheden werd vergeten en de verstarring kwam in de beeldvorming voorop te staan. De verworvenheden van de veelvormige samenleving werden als iets heel vanzelfsprekends ervaren en men besefte niet dat de bijbehorende vrijheden elke nieuwe generatie weer opnieuw veilig gesteld moesten worden.    

Door mijn wereldwijde onderzoek voor The Third Pink Book wist ik dat de Nederlandse homo/lesbische beweging er stukken beter voor stond in vergelijking met de rest van de wereld. Daarom schaamde ik mij als buitenlandse homo/lesbische bezoekers overladen werden met klachten door Nederlandse gevoelsgenoten. In plaats van gesterkt door enige behulpzame adviezen voor hun eigen emancipatie verlieten veel buitenlanders Nederland teleurgesteld in mogelijkheden ter verbetering van hun eigen lot. Dat verbeterde pas toen de crisis rond hiv/aids toesloeg. Nederland pakte de strijd tegen die ziekte aantoonbaar stukken beter aan dan de meeste andere landen. Dat hielp buitenlandse homo/lesbische bewegingen om in hun eigen land concrete verbeteringen te bereiken. Ook het streven naar openstelling van het huwelijk werd goed aangepakt. Niet zwelgen in achterstelling maar stelselmatig lobbyen. Huwelijksgelijkberechtiging werd Nederlands beste ideële exportproduct. En door het sluiten van een Regenboog-stembusakkoord voor iedere verkiezing werd de voortgang van de homo/lesbische emancipatie gewaarborgd. Helaas werd deze vervanging van divagedrag door doelmatig lobbyen door de homo/lesbische beweging niet door de rest van Nederland gevolgd.

Zogenaamde puinhopen in een van de gelukkigste landen ter wereld
Nederland werd geregeerd door 'paarse' (rechts/linkse) kabinetten van 1994 tot 2002 en van 2012 tot 2017. Die behoren tot de meest geslaagde regeringen in Nederland. Maar in de beeldvorming wordt gedaan alsof zij tot de slechtste zouden behoren. In werkelijkheid waren de regeringen van 2002 tot 2003 en van 2010 tot 2012 met populistische partijen de echte puinhopen. Hoe is deze geschiedsvervalsing in de media te verklaren?

In blogbericht 62, Geschiedvervalsing, beschrijf ik een goed vergelijkbaar voorbeeld: het vooroordeel dat 'links' de migratiecrisis veroorzaakt zou hebben. In werkelijkheid waren het rechtse ondernemers die in 1969 met steun van een centrum-rechtse regering goedkope arbeidskrachten uit Marokko en Turkije naar Nederland hebben gehaald. In 1983 waren het CDA en VVD die de gezinshereniging mogelijk maakten. Toch kreeg 'links' de schuld. Door te klagen over 'linkse media' werd de kritische taak van feiten toetsende media uit bangigheid veronachtzaamd. Het gepraat over 'moreel leiderschap' werd niet doorgeprikt als een leeg verhaal. Referenda werden voorgespiegeld als democratisch terwijl ze kunnen leiden tot een dictatuur van manipuleerbare meerderheden. Door bestrijding van de zogenaamde 'elite' trachtte in werkelijkheid een andere elite van klaagdiva's de macht te grijpen. Het klagen over een 'kloof' moest verhullen dat die in werkelijkheid niet bestond. De grootste schreeuwers die beweerden 'niet gehoord' te worden, kregen in bange media oneindig veel meer aandacht dan degenen die zich niet wentelden in hun vermeende leed.

Waren er dan geen problemen in rijk en welvarend Nederland? Jazeker! Een goede analyse geeft de televisieserie 'Schuldig' van de humanistische omroep HUMAN. Er is een heel grote schuldindustrie ontstaan rond mensen die niet geleerd hebben om met zelfbeschikking om te gaan. In plaats van deze mensen te begeleiden, worden zij uitgebuit door lieden die zich voordoen als redders in de nood maar hen in werkelijkheid nog verder uitbuiten. Populisten als o.a. Poetin, Erdogan, Farage, Trump en Le Pen misbruiken dit leed als volleerde diva's waardoor de slachtoffers mensen aan de macht brengen die zeggen hen te helpen maar in feite hun afhankelijkheid en hulpeloosheid vergroten.

Een alternatief voor divagedrag is mogelijk
Zijn wij machteloos tegen dit populistisch geweld? De strategie van de homo/lesbische beweging heeft wereldwijd laten zien dat het anders kan. Deze 'verworpenen der aarde' zijn er in geslaagd na eeuwen van vervolging in steeds meer landen gelijkberechtiging tot stand te brengen. Niet door zich klagend te wentelen in eeuwen van achterstelling, zoals veel zelfverklaarde 'anti-racisten' die zichzelf aan anti-blank racisme schuldig maken. Zie mijn blogbericht 110, Strategische blunders door 'anti-racisten'. Maar door een strategie gebouwd op zelforganisatie, sleutelfiguren en bondgenoten. Wat dit betekent voor de regeringsvorming in hedendaags Nederland beschrijf ik in mijn volgende blogbericht: Regeringsvorming in Nederland (3).


Naschrift. Een klassiek voorbeeld van divagedrag werd zichtbaar op 3 april 2017. Een Amsterdams echtpaar dat een kind had verloren, wilde geen gedenksteentje in de stoep dat verwees naar de vervolging van o.a. Joden, Roma & Sinti en homoseksuelen in de Tweede Wereldoorlog. Zij waren zo vol van hun eigen leed, hun verloren kind waaraan zij door dat steentje herinnerd werden, dat zij geen oog meer hadden voor het wereldwijde veel omvangrijkere leed van vervolgingen waarvan vroegere bewoners van hun huis het slachtoffer waren geworden.



Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 187, Regeringsvorming in Nederland (1) en 189 Regeringsvorming in Nederland (3).





zaterdag 25 maart 2017

187. Regeringsvorming in Nederland (1)

Omdat twee derde van mijn lezers in het buitenland wonen, is het belangrijk om eerst uit te leggen hoe regeringsvorming na verkiezingen in het Nederlandse poldermodel werkt. In veel democratisch geregeerde landen geldt de opvatting dat de grootste partij zou moeten gaan regeren. Dat is gebaseerd op de misvatting dat democratie soms een dictatuur van de meerderheid zou mogen zijn. Omdat Nederland eeuwenlang een land van minderheden is geweest, werkt dat hier heel anders. Dit is bovendien een oorzaak waarom de Nederlandse humanistische en homo/lesbische bewegingen wereldwijd voortrekkers waren. 

De oorsprong van het poldermodel
In Nederland woont het grootste deel van de bevolking onder de zeespiegel. Dat bevordert het besef dat men een welbegrepen eigen- en gemeenschappelijk belang heeft om samen te werken met het doel de dijken voldoende hoog te houden. Het belang van samenwerking remt de neiging af om één groep de macht te geven om over andere groepen te heersen, want de strijd tegen het water vraagt om een breed draagvlak. Dat kan alleen maar als men er naar streeft om oplossingen te vinden die door zoveel mogelijk mensen gedragen worden. Dat leidt meestal tot langdurige besluitvorming. Het Nederlands kent daarvoor de oude uitdrukking 'op z'n elfendertigst'. Dit verwijst naar de elf steden en dertig grietenijen (regio's) in Friesland die eerst geraadpleegd moesten worden voor er toen een rechtsgeldig besluit werd genomen. Zie voor de eeuwenlange (van oorsprong Friese) geschiedenis van ons poldermodel mijn blogbericht 16: Hans Brinker and a finger in a leaking dike en mijn vlogbericht 9: Friezen uitvinders van het poldermodel.

Einduitslag verkiezingen 2017
Op 22 maart 2017 kwam de Kiesraad met de einduitslag van de verkiezingen van 2017. Er deden 28 partijen aan mee. Daarvan haalden 13 de kiesdeler van ruim 70.000 stemmen. De opkomst was 81,9%. Wie nu nog klaagt over 'de kloof tussen kiezers en gekozenen', was te lui om ofwel een eigen partij te beginnen ofwel te stemmen. Dit stelsel van evenredige vertegenwoordiging in 150 zetels weerspiegelt de maatschappelijke verhoudingen beter dan welk ander stelsel dan ook. Zie mijn blog: 'De kloof' bestaat niet in Nederland.

Omdat het aan buitenlanders vrijwel onmogelijk is om de verschillen tussen alle partijen uit te leggen, breng ik ze onder in groepen. Die overlappen elkaar soms maar ik kan de ingewikkelde werkelijkheid niet makkelijker maken dan zij is. De oude VVD-PvdA-coalitie verliest 37 zetels en komt op 42 zetels. Dat is opmerkelijk laag voor een coalitie die de economische crisis heeft overwonnen. Op de verklaringen voor dit verlies kom ik hieronder terug, met behulp van het poldermodel. Het helpt een beetje als je de geschiedenis kent.

Links (SP-PvdA-GroenLinks) verliest 20 zetels en komt nu op 37 zetels. De progressieve partijen (D66-PvdA-GroenLinks) verliezen 12 zetels en komen op 42 zetels. De christelijke partijen (CDA-CU-SGP) winnen 6 zetels en komen op 27 zetels. Rechts (VVD) verliest 8 zetels en komt op 33 zetels en is daarmee de grootste partij. Die partij mag daarom het voortouw nemen bij de kabinetsformatie. Als het die partij niet lukt om een meerderheid te vinden dan kan een andere partij dat proberen. De extreem-rechtse partijen (PVV-FvD) winnen 7 zetels en komen daarmee op 22 zetels. Dat veel buitenlandse media dachten dat zij deze verkiezingen zouden winnen, bewijst hoe weinig zij van de Nederlandse politiek hebben begrepen. Zie mijn blog: Populismegolf gestopt in Nederland. Tenslotte zijn er nog 3 kleinere partijen met samen 12 zetels die niet in bovengenoemde clusters passen.

Waarom kreeg de regerende coalitie van VVD en PvdA zo weinig stemmen?
Tijdens de vorige verkiezingen en regeringsvorming (in 2012) werd op meerdere punten in strijd gehandeld met de ongeschreven regels van het hierboven beschreven poldermodel. De indruk werd gewekt dat de verkiezing een strijd was tussen twee partijen alsof de één of de ander zou gaan regeren. Het verschijnsel meerderheidspartij was in de Nederlandse geschiedenis nog nooit voorgekomen omdat altijd een coalitie van minderheden gevormd moesten worden. Toen na de verkiezingen de tegenstanders gedwongen waren om met elkaar te regeren omdat er anders geen meerderheid te vinden was, werd dat door veel kiezers als kiezersbedrog ervaren. Bij de verkiezingen van 2017 werd die fout hersteld omdat vanaf het begin duidelijk was dat een veelpartijencoalitie noodzakelijk was.

De tweede fout in 2012 ontstond omdat men onder grote tijdsdruk stond door de ernstige economische crisis. Daarom werd gekozen voor een uitruilstelsel: beide partijen konden op bepaalde punten hun eigen opvattingen doordrukken omdat de andere partij dat op andere punten kon doen. In poldertermen: de een mocht de dijk verlagen omdat de ander elders de dijk mocht verhogen. Dat verzwakt de polder. Zo ontstond er geen gemeenschappelijk draagvlak en bleef er onvrede over wat er wel bereikt werd. Dat leidde tot de paradox dat Nederland tot een van de gelukkigste landen ter wereld behoort waar men tegelijkertijd zeer ontevreden is. In het volgende blogbericht 188, Regeringsvorming in Nederland (2), bespreek ik wat het divagedrag van veel Nederlandse politici en kiezers hiermee te maken heeft.


Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland, nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen. Zie voor mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen blogbericht 186, Populismegolf gestopt in Nederland, 188, Regeringsvorming in Nederland (2), en 189, Regeringsvorming in Nederland (3).

zaterdag 18 maart 2017

186. Populismegolf gestopt in Nederland

De Nederlandse parlementsverkiezingen van 15 maart 2017 kregen wereldwijd opvallend veel aandacht. Veel buitenlandse media dachten dat de populismegolf na Brexit en Trump ook in Nederland zou toeslaan. Waarom is deze populismegolf in Nederland gestopt? En wat betekent dat voor culturele, ongodsdienstige en homo/lesbische minderheden wereldwijd?

Oekraïne-referendum als mislukte poging tot populistische staatsgreep
In mijn blogbericht 139, Referendum? Schijnvertoning! (1), laat ik zien hoe een heel kleine minderheid van slechts 20% van al de stemgerechtigden getracht heeft om (zogenaamd namens 'het volk')  haar wil op te leggen op de rest van de gehele Nederlandse bevolking.

Referenda lijken heel democratisch. Maar in werkelijkheid gaan zij uit van de gangbare misvatting dat democratie de dictatuur van een meerderheid zou zijn. In mijn blogbericht 34, Vijf misverstanden over democratie, heb ik daarover eerder geschreven: "Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid maar de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm mogen geven aan hun leven zolang zij het recht op zelfbeschikking van anderen niet aantasten. Dit beschermt individuen en minderheden tegen onverdraagzame meerderheden."

Dit is bijvoorbeeld in Nederland met name van belang voor de Friestalige, ongodsdienstige en homo/lesbische minderheden voor wie referenda een regelrechte bedreiging kunnen zijn als hun mensenrechten door onverdraagzame meerderheden bij referenda aangetast kunnen worden. Gelukkig is er na de verkiezingen van 15 maart 2017 een meerderheid in de volksvertegenwoordiging die tegen het houden van referenda is. De nieuwe partijtjes die voor referenda zijn, hebben op één partijtje na geen zetels gewonnen.

Brexit bedreigt Schotland, Noord-Ierland, humanisten en homo/lesbische minderheid
In blogbericht 140, Brexit? Schotland Exit!, beschreef ik meteen na dit referendum dat de kans groot is dat Schotland zou besluiten uit het Verenigd Koninkrijk te willen stappen. Inmiddels kan ik daar Noord-Ierland aan toevoegen. Omdat het Verenigd Koninkrijk nog altijd een staatskerk kent, is het plan om de Europese verdragen voor de mensenrechten op te zeggen met name een bedreiging van de rechtspositie van de Britse humanistische en de homo/lesbische minderheden.

Uit onderzoek is gebleken dat vooral het wegblijven van jongere stemmers de doorslag heeft gegeven voor de Brexit waardoor juist hun toekomst wordt benadeeld door oudere kiezers die verhoudingsgewijs minder belang bij de toekomst hebben. Dit heeft ertoe geleid dat bij de Nederlandse verkiezingen met name door GroenLinks veel aandacht is besteed aan het stemmen door jongeren. De algemene opkomst was 81%, die van jongeren 66%. Dat is nog niet genoeg maar het was voldoende om te helpen voorkomen dat de populisten in Nederland (anders dan met de Brexit) de grootste zouden zijn geworden.

Trump is gekozen door slechts 30% van de stemgerechtigden in de VS
In blogbericht 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, bereken ik dat (door een lage opkomst) een minderheid van slechts 30% van de stemgerechtigden op Trump heeft gestemd. Clinton heeft drie miljoen meer Amerikaanse stemmen gekregen dan Trump.

Omdat de PVV de verkiezing van Trump heeft toegejuicht, heeft dat in het nadeel van die partij gewerkt. Toen na de machtsovername door Trump duidelijk werd tot wat voor chaos dat leidde, zakte de PVV in de peilingen weg waardoor het niet langer de grootste partij was. Nu duidelijk is geworden dat een districtenstelsel en een strijd tussen twee grootste partijen tot ongewenste gevolgen kunnen leiden, beseffen velen in Nederland dat onze volksvertegenwoordiging een betere weerspiegeling is van de samenleving dan die in de VS. Zie voor de eeuwenlange (van oorsprong Friese) geschiedenis van ons poldermodel mijn blogbericht 16: Hans Brinker and a finger in a leaking dike en mijn vlogbericht 9: Friezen uitvinders van het poldermodel.

Turkse aanval op de democratische rechtsstaat wordt in Nederland niet aanvaard
In blogbericht 185, Turkse troebelen (4), beargumenteer ik waarom Nederland terecht geweigerd heeft om Turkse ministers de gelegenheid te geven om in Nederland voor een referendum te pleiten dat Turkije nog meer tot een dictatuur van de meerderheid zou laten verworden. Die grondwetswijziging zou een ernstige aantasting zijn van de meeste mensenrechten van met name Koerden, andersdenkenden en de kwetsbare homo/lesbische minderheid in Turkije. Het feit dat de Nederlandse regering duidelijk heeft gemaakt dat zij ernstige bezwaren heeft tegen de lange arm van Turkije in Nederland heeft wind uit de zeilen genomen van de populistische PVV waardoor die partij niet de grootste is geworden. De agressieve provocaties door de populistische Erdogan en zijn trawanten hebben veel Nederlanders gestimuleerd om te gaan stemmen op partijen die niets van het populisme moeten hebben. Een goed voorbeeld dat hopelijk wereldwijd doet volgen.


Naschrift. Dit blogbericht past in mijn blogserie over de Nederlandse verkiezingen en de gevolgen ervan. Daarin verschenen eerder de blogberichten 179, Moreel leiderschap: wat is dat?, nummer 180, Referendum? Schijnvertoning! (2), nummer 181, De anti-elite-paradox, nummer 182, 'De kloof' bestaat niet in Nederland, nummer 183, "Wij worden niet gehoord!": klopt dat wel? en nummer 184, CDA-aanval op zelfbeschikking. Het laatstgenoemde blogbericht is hiervan het meest gelezen.