zaterdag 16 november 2013

20. No Dutch please!

In blogbericht 15 van 12 oktober 2013 schreef ik over enkele hardwerkende New Yorkers die de (door de Engelsen weggestopte) Nederlandse oorsprong van de Verenigde Staten na eeuwen bevooroordeelde geschiedschrijving weer goed zichtbaar hebben gemaakt: Nieuw Amsterdam en Nieuw Nederland. In mijn verzameling oude historische atlassen zitten voorbeelden van Engelse uitgaven die op soortgelijke wijze het wereldwijde Nederlandse verleden hebben veronachtzaamd.

Ook veel Nederlanders weten weinig van de vaderlandse geschiedenis overzee. Zo weten de meesten niets of weinig over Nederlands Brazilië terwijl dat in Brazilië zelf veel beter bekend is. Ook onbekend is bij de meeste Nederlanders dat eeuwenlang ten westen van Nieuw Zeeland het eveneens door Nederlanders ontdekte Nieuw Holland ofwel Australië op kaarten te vinden was. En vrijwel niemand in Nederland kent nog de geschiedenis van Nederlands Formosa ofwel het huidige Taiwan.

In eerdere berichten besteedde ik aandacht aan de voormalig Nederlandse gebieden België en delen van Noord-Frankrijk, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. In dit bericht beperk ik mij (in alfabetische volgorde) tot landen die door Nederland zijn afgestaan aan Groot Brittannië.

Delen van hedendaags Ghana (ofwel de Nederlandse Goudkust) waren Nederlands van 1598 tot 1872. Mede door de rol van Nederland in de slavernij is over deze voormalige kolonie het een en ander bekend. Maar er is vaak sprake van onjuiste beeldvorming. Amsterdam zou zijn welvaart aan de slavernij te danken hebben, terwijl de handel in goederen en diensten veel belangrijker was. Nederland zou een grote rol in de handel in slaven gespeeld hebben, terwijl het maar om enkele procenten gaat. Slavernij zou vooral door Europeanen gepleegd zijn, terwijl ook belangrijke daders Afrikanen en Arabieren waren. En slavernij zou een zaak uit het verleden zijn, terwijl die (vooral in islamitische gebieden) nog steeds voorkomt. In de negentiende eeuw wierf het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger hier soldaten, de zwarte Hollanders: Belanda Hitam.

Het westelijk van Suriname gelegen Guyana is een duidelijk voorbeeld van een voormalig Nederlands overzees gebied waarvan de Nederlandse geschiedenis van 1600 tot 1814 in vergetelheid is geraakt door het beleid van de Britse koloniale opvolger. Zo werd de naam van de hoofdstad Stabroek veranderd in Georgetown maar gelukkig is de plaatsnaam New Amsterdam hier nog wel bewaard gebleven. De universiteit van Leiden is begonnen de vergeten geschiedenis van Berbice, Essequebo en Demerery te onderzoeken. De naam Berbice heeft in Nederland nog enige bekendheid dankzij de gelijknamige buitenplaats te Voorschoten en de uitdrukking iemand naar de barbiesjes wensen (iemand naar de hel wensen) hetgeen duidelijk maakt hoe weinig geliefd dit overzees gebied was.

Heel belangrijk is de vergeten geschiedenis van Nederlands India. Het mooi uitgegeven boek van Van der Pol: De VOC in India, een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen (Zutphen, 2011) heeft een breder publiek bereikt. Ook hier heeft de Britse koloniale opvolger het belang van de Nederlandse geschiedenis van 1605 tot 1825 in India zoveel mogelijk gekleineerd. Een hedendaags voorbeeldje van de gevolgen daarvan is de website Dutch India dat gelukkig wel een duidelijke kaart geeft, waaruit de omvang van de Nederlandse invloed alsnog blijkt. De belangstelling voor de Vereenigde Oostindische Compagnie V.O.C (en dus ook voor Nederlands India) is de laatste tijd gestegen. Gelukkig kan sinds kort Nederlands gestudeerd worden in New Delhi zodat hopelijk de aandacht voor deze bijna vergeten geschiedenis ook in India toeneemt.

Veel Nederlandse gebieden in Azië gingen verloren door het Verdrag van Londen uit 1824 in ruil voor de Britse erkenning van Nederlands Oost Indië. Daarmee kwam ook een einde aan de Nederlandse bezittingen in wat nu Maleisië en Singapore is. Over de Nederlandse tijd van 1641 tot 1825 zijn in de stad Malakka nog wat sporen te vinden maar in de rest van Maleisië en Singapore ontbreekt wetenschappelijke aandacht voor het Nederlands en de Nederlandse cultuur. Wederom een voorbeeld van de gevolgen van Britse veronachtzaming van alles wat Nederlands was en is.

Nederlanders ontdekten het eiland Mauritius in 1598 en zij vernoemden het naar prins Maurits. Het eiland bleef Nederlands tot 1710, Frans van 1721 tot 1810 (als Ile de France) en vervolgens Brits na 1810. Zij noemden het eiland weer Mauritius en mede dankzij die naam bleef de Nederlandse tijd in het bewustzijn van de eilanders leven. In 1998 werden 400 jaar betrekkingen tussen Nederland en Mauritius herdacht, werden resten van het  V.O.C.-fort Frederik Hendrik opgegraven en werden postzegels ter herdenking uitgegeven. In Nederland kreeg Mauritius ook bekendheid door het al dan niet door de Nederlanders veroorzaakte uitsterven van de loopvogel Dodo.

Sri Lanka was als Ceylon van 1638 tot 1796 Nederlands. Dankzij nog bestaande gebouwen, de zelforganisatie van de Dutch Burghers en de overblijfselen van het oudvaderlands recht zijn er nog resten uit het Nederlandse tijdperk te vinden. Maar ook in Sri Lanka ontbreekt het aan wetenschappelijke belangstelling voor het Nederlands en de Nederlandse cultuur als gevolg van het Britse gebrek aan waardering voor alles wat Nederlands was en is. Het Britse bewind leidde tot de invoering van "winner takes all" (democratie als dictatuur van de meerderheid). Hierdoor werd  stelselmatig de Tamil-minderheid achtergesteld, met de bekende noodlottige gevolgen van tientallen jaren lange burgeroorlogen.

Standaardwerken als dat van Temminck Groll, The Dutch Overseas; Architectural Survey; Mutual Heritage of four Centuries in three Continents (Zwolle, 2012), en van Ron van Oers, Dutch Town Planning Overseas during VOC en WIC Rule (1600 - 1800) (Zwolle, 2000) stemmen weemoedig over wat er verloren is gegaan of dreigt te gaan aan Nederlandse overzeese cultuur. Maar dat is niet alleen te wijten aan bovengenoemd gebrek aan Britse waardering voor Nederlandse cultuur.

Onlangs werd bekend dat UNESCO dreigt de mooie historische binnenstad van Paramaribo vanwege verwaarlozing te schrappen van de werelderfgoedlijst. Tijdens mijn bezoek aan Suriname enkele jaren geleden schrok ik al van het slechte onderhoud. Uit sommige overheidsgebouwen groeiden zelfs bomen uit de dakgoten. Op een van de gebouwen stond de tekst: "In God we trust". Dat schept weinig vertrouwen in de toekomst!



Naschrift: zie voor een ander vergeten Nederlands overzees gebied de vroeger Nederlandse Maagdeneilanden

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen