zaterdag 28 december 2013

26. Blogpauze (1)

Toen ik een half jaar geleden begon met het wekelijkse bloggen, vermoedde ik niet dat het zo goed zou aanslaan. Er zijn nu duizenden lezers in Nederland, honderden in de Verenigde Staten, tientallen in (gerangschikt naar aantallen) Rusland, Duitsland, België, Frankrijk, Oekraïne, Zuid Afrika, Servië en het Verenigd Koninkrijk, en enkele lezers in (alfabetische volgorde) Antigua, Australië, Brazilië, Canada, China, Costa Rica, Finland, Griekenland, India, Indonesië, Japan, Maleisië, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Polen, Singapore, Taiwan, Thailand, Tsjechië, Turkije, Venezuela, Zuid Korea en Zweden. Met dank aan de 175 in veertig landen over de hele wereld verspreide opleidingen Neerlandistiek!

Aanvankelijk zag ik erg op tegen het bloggen omdat sociale media vaak uitblinken in het slechtste wat een samenleving zichzelf kan aandoen. Maar het blijkt dat bloggen een ander soort mensen aantrekt: inhoudelijk belangstellend, bereid om met aanvullende inlichtingen en goed onderbouwde tegenoverwegingen te komen, en bogend op veel belangwekkende eigen ervaringen. Kritiek was er ook: "teveel aandacht voor Friesland" en "waarom niet in het Engels?" Opvallend genoeg kwam die kritiek alleen uit de Randstad en niet uit de rest van Nederland en het buitenland.

In mijn eerste blogbericht (van 6 juli 2013) schreef ik al heel duidelijk "dat ik mij niet meer hoef te beperken tot onderwerpen rond homoseksualiteit maar dat ik ook kan gaan schrijven over humanisme, openbaar onderwijs, Nederlandse cultuur (...) wereldwijd, Fryslân en wat me nog meer heeft beziggehouden en zal blijven boeien". Gegeven die doelstelling ligt het voor de hand dat Friesland af en toe aan de orde komt. Ik steek niet onder stoelen of banken dat mijn tienjarig verblijf daar mij beter is bevallen dan ruim 55 jaar in de Randstad. Dat steekt sommigen kennelijk. Maar wie Friesland een beetje kent, weet dat deze kritiek een aansporing is om daar vrolijk mee door te gaan: Fryslân boppe! (Zij die vrezen voor verfoeilijk Fries nationalisme: zie mijn Tresoar Lezing over Friese en homo- & lesbische identiteiten, op te vragen via robtielman46@gmail.com).

Gegeven mijn belangstelling voor Nederlandse cultuur wereldwijd en mijn ervaring met studenten Neerlandistiek in het buitenland, kies ik er bewust voor om in het Nederlands te schijven. Mensen die Nederlands willen leren, ergeren zich eraan dat Nederlanders meestal meteen omschakelen naar het Engels waardoor zij de taal moeilijker leren. Friezen die in dorpen leven, hebben dat gelukkig iets minder. Dat heeft het leren van het Fries voor mij vergemakkelijkt. Het lijkt wel alsof veel Nederlanders zich voor hun taal schamen en het maar raar vinden als buitenlanders trachten Nederlands te leren. Juist in een door internet steeds eentaliger wordende wereld is het belangrijk om de betekenis van kleine talen te onderkennen. Zoals ik in mijn Socrateslezing 1990 heb betoogd, lopen eentaligen het gevaar om taalgevangenen te worden en bevordert veeltaligheid een open houding ten opzichte van verscheidenheid in gelijkwaardigheid.

Een belangrijk voordeel van bloggen boven het schijven van columns in een maandblad is dat voortdurend nieuwe ontwikkelingen kunnen worden verwerkt in oude teksten. Dankzij de links met internetbronnen kan iedereen nagaan waar mijn gegevens vandaan komen. Bovendien kunnen lezers mij over het bloggen rechtstreeks via  robtielman46@gmail.com benaderen met het verzoek om hun reacties al dan niet op te nemen. Tot nu toe heb ik geen enkele reactie hoeven te weigeren.

Er zijn lezers die wel Nederlands lezen maar toch liever in hun eigen taal reageren. Enkele Engelstalige reacties heb ik al opgenomen omdat die meestal door mijn lezers begrepen worden. Maar ook reacties in Afrikaans, Fries, Duits, Frans, Spaans, Portugees, Italiaans, Noors, Esperanto en Russisch kunnen opgestuurd worden. Die zal ik plaatsen en indien nodig kort samengevat vertalen. Leve de veeltaligheid!

Een ander voordeel van bloggen zijn de blogstatistieken. Ik had het al over de landen waar de lezers zitten. Dankzij de blogstatistieken kan ik nu ook nagaan welke blogberichten het meest bekeken zijn. Vanzelfsprekend staan 1. Rob Tielman gaat bloggen en 2. Van column naar blog bovenaan want veel lezers willen weten waarom ik dit doe. Dan volgen 15. (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam  (vooral bekeken in de VS), 11. Frankrijk & Nederland (veel gelezen door Frans-Vlamingen die Nederlands leren) en 21. It wrede paradys (geliefd bij Friezen).

Ook leuk om te weten: de meeste lezers gebruiken Firefox (66%), Chrome (11%), Internet Explorer (10%) en Safari (9%). De meest gebruikte besturingssystemen onder mijn lezers zijn Mac (59%), Windows (28%), iPad (5%), iPhone (2%) en Linux (2%). En er komen veel lezers binnen dankzij Google, Speld, Postzegelblog, CBOO en lezers die over mijn blog schrijven op Facebook.

Mijn derde blogbericht (van 20 juli 2013) eindigde ik met: "En nu maar kijken of het schrijven van blogs het schrijven van memoires remt of bevordert!" En uitgerekend dat bleek het enige nadeel van het bloggen: het kostte mij meer tijd dan verwacht waardoor het schrijven van mijn memoires vertraging opliep. Mede dankzij het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO is daar een oplossing voor gevonden. Maandelijks schrijf ik een blogbericht over (openbaar) onderwijs dat daarnaast zowel in mijn memoires als op http://www.openbaaronderwijs.nl/ zal verschijnen.

Ik overweeg eveneens maandelijks afleveringen uit mijn memoires in mijn blog te gaan opnemen. Dat betreft dan de andere twee hoofdlijnen in mijn memoires: homoseksualiteit en humanisme, elke hoofdlijn in een eigen lettertype. Daarnaast blijft er dan ook ruimte om maandelijks in te gaan op actuele ontwikkelingen in het lettertype dat ik nu gebruik. Maar eerst moet ik de opgelopen achterstanden wegwerken door enkele weken voorrang te geven aan het schrijven van mijn memoires. Daarom las ik de komende vijf weken een blogpauze in en verschijnt mijn eerstvolgende blogbericht op zaterdag 1 februari 2014. Alvast een goede jaarwisseling en een gelukkig 2014 gewenst!




Voor wie vijf weken erg lang is: (her)lees mijn Burgemeester Dales Lezing van 25 januari 2000 eens. In februari 2014 besteed ik aandacht aan mijn Nijmeegse ervaringen... 

Zie ook: Wikipedia over Rob Tielman

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda. 

zaterdag 21 december 2013

25. Godgeklaagd!

In Nederland is godslastering niet langer strafbaar. De Eerste Kamer besloot onlangs op 3 december 2013 een einde te maken aan deze al geruime tijd niet meer gebruikte wet. De jarenlange discussie over dit onderwerp ging in het algemeen over de gekwetste gevoelens van godsdienstigen in Nederland en niet over dodelijke gevolgen voor velen in de rest van de wereld. Boris van der Ham en Rein Zunderdorp stelden dit terecht aan de orde in de Volkskrant van 9 december 2013. Het is daarom goed dat onlangs het IHEU Freedom of Thought Report 2013 is uitgekomen. Hieronder een nadere beschouwing over belangrijke bevindingen.

Op grond van met name de artikelen 18, 19 en 20 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zou men mogen verwachten dat ongodsdienstigen wereldwijd gelijk behandeld zouden worden als godsdienstigen. Uit dit IHEU-rapport blijkt het tegendeel: vrijwel overal is sprake van lichte tot ernstige vormen van discriminatie. In 13 (allemaal islamitische) landen staat zelfs de doodstraf op het niet geloven in een god. In 39 landen kan godslastering tot gevangenisstraffen leiden en in Iran, Pakistan en Saoedi Arabië kan zelfs de doodstraf opgelegd worden.

De auteur Matt Cherry en redacteur Bob Churchill moeten een behoorlijke klus gehad hebben aan dit onderzoek in alle landen van de wereld. (Ik miste alleen de Dominicaanse Republiek en Vanuatu). Zelf heb ik ruim twintig jaar geleden een vergelijkbaar onderzoek gedaan naar de sociale en juridische posities inzake homoseksualiteit in alle toenmalige landen ter wereld: World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book; Buffalo NY, 1993; 247-342. Ik kreeg de medewerking van alle Nederlandse ambassades in het buitenland en van de meeste buitenlandse ambassades in Nederland of België. In die tijd werden mij vaak brieven geschreven met de strekking: "the practice of homosexuality does not exist in the Congo" (13 april 1987). Mensen met de nodige ervaringen ter plekke berichtten mij het tegendeel...

Een groot probleem was dat de wetgeving en de praktijk van alledag mijlenver uit elkaar konden liggen. Zo herinner ik mij uit de jaren tachtig dat in Polen homoseksualiteit in het wetboek van strafrecht niet voorkwam maar dat de politie regelmatig razzia's hield op de zogenoemde banen (homo-ontmoetingsplaatsen). Ik maakte dat een keer 's avonds mee in een parkje in Poznan: iedereen holde plotseling in paniek weg, ik hield mij van de domme, bleef rustig op een bankje zitten en moest mijn paspoort laten zien. Toen bleek dat ik een Nederlander was, werd mij verteld dat dit een ontmoetingsplaats van "Kriminelle" zou zijn. Mijn zo naïef mogelijk gestelde vraag of criminaliteit nog voorkwam in een socialistische heilstaat als Polen bracht de agenten in grote verwarring en ik kon gaan.

Tijdens mijn onderzoek kreeg ik het sterke vermoeden dat er een nauwe samenhang is tussen enerzijds het vervolgen van homoseksualiteit en anderzijds het schenden van het recht zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven zolang men het zelfbeschikkingsrecht van anderen respecteert. Ik heb dat verder uitgewerkt in mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010).

Dankzij dit nieuwe IHEU-onderzoek kan ik dat nu bevestigen: in de meeste landen waar op homoseksualiteit de doodstraf staat, geldt dat ook voor ongodsdienstigheid: Afghanistan, Iran, Jemen, Mauritanië, Maldiven, Nigeria, Saoedi Arabië, Somalië en Soedan. Maar geldt ook het omgekeerde: is daar waar het gelijkgeslachtelijk huwelijk is opengesteld, er (in dit IHEU-rapport) ook sprake van een gelijke behandeling van (on)godsdienstigen?

Het klopt voor maar drie landen: België, Nederland en Uruguay. Maar het klopt niet voor veertien landen: Argentinië, Brazilië, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Nieuw Zeeland, Noorwegen,  Portugal, Spanje, Zuid Afrika, Zweden en delen van Mexico en van de Verenigde Staten. Dit onlogische resultaat verbaast mij zeer. Wijst dat op een veel betere belangenbehartiging van homo/lesbische bewegingen dan van ongodsdienstige? Of wijst dat op een betwistbare indeling in dit rapport?

Die laatste vraag beantwoord ik aan de hand van de categorie "Free and Equal" uit het IHEU-rapport door na te gaan of in al die landen sprake is van vrijheid en gelijkheid voor homoseksuelen: België (ja), Benin (juridisch ja maar soctaal betwistbaar), Fiji (geen erkenning van homo/lesbische relaties), Jamaica (op homoseksualiteit staat 10 jaar gevangenisstraf en er vinden veel moorden op homo's plaats en de meeste moordenaars worden niet vervolgd), Japan (homoseksualiteit is een maatschappelijk taboe), Kosovo (idem), Kiribati (homoseksualiteit is verboden), Nauru (idem), Nederland (ja), Niger (homoseksualiteit is een maatschappelijk taboe), Sao Tomé (idem), Sierra Leone (op homoseksualiteit staat levenslang), Taiwan (er wordt aan de openstelling van het huwelijk gewerkt), Uruguay (ja), Zuid Korea (geen erkenning van homo/lesbische relaties). Kortom: de categorie "Free and Equal" in dit IHEU-rapport is hooguit theorie maar geen praktijk.

Terecht besteedt het IHEU-rapport veel aandacht aan de vraag of er in onderzochte landen sprake is van vrije media want die zijn van belang om de handhaving van mensenrechten te bewaken. Maar ik zou het bij een volgende versie van het rapport toejuichen als ook vrouwen- en homorechten meegenomen worden in de beantwoording van de vraag of landen ook echt "Free and Equal" zijn. Wellicht helpt het om de lidorganisaties van de International Humanist and Ethical Union meer bij dit onderzoek te betrekken, zoals nu af en toe gebeurd is.

In de categorie "Severe Discrimination" vallen in het IHEU-rapport landen als Algerije, Birma, Centraal Afrikaanse Republiek, Congo, Ethiopië, Kameroen, Kazakstan, Laos, Libanon, Palestina, Rusland, Sri Lanka, Tunesië, Tsjaad, Turkije, Uzbekistan, Vietnam, Wit-Rusland en Zimbabwe. Daar kan men zich iets bij voorstellen. Maar in het IHEU-rapport zijn landen als Denemarken, Duitsland, Nieuw Zeeland en IJsland in datzelfde rijtje terecht gekomen! En dat omdat zij (anders dan Nederland onlangs) nog geen einde hebben gemaakt aan de dode letter van een wet op de godslastering. Is dat niet wat kort door de bocht? Kortom: een belangwekkend IHEU-rapport maar voor verbetering vatbaar!




Inmiddels wordt atheïsme in Saudi Arabië als vorm van terrorisme beschouwd en kan met de doodstraf bestraft worden.

Er is een boek verschenen over atheïstische Arabieren: Arabs Without God.

De European Humanist Federation heeft kritiek op de Europese Unie inzake godslastering.

Een bevriende deskundige die de onderstaande landen uit eigen ervaring goed kent, schreef mij over het IHEU-rapport:   
"1. South Africa: generally accurate, but misses the influence of increasingly vocal civil society groups, increasingly open access to social networking and international media.
2. United States of America: rather a simplistic view of an enormous country with legal complexities rarely found in others, since each State has legal independence in limited areas, provided that the state law/constitution does not contravene the Federal one; the past years' decisions by the administration and Supreme Court have often overidden church based social objections [don't ask/ don't tell, Defense of Marriage Act overturned, equal rights for same sex military spouses]; major impetus in the 'Obamacare' opposition comes from Republican dominated states where traditional religious views often hold sway, and from hierarchical church groups in matters relating to coverage for contraception and abortion.  
3. Germany has a unique intertwining of state and religion; issues surrounding Gay rights remain unresolved, such as 2nd parent adoption and full equality of marriage despite an extremely high level of social tolerance for openly sexually different people [not a level ever addressed anywhere in the report]. 
4. Israel: the section reflects the difficulties without acknowledging some successes, including the status 'y'dua batsibbur' --known in the community [like common law] and the state recognition for an array of purposes, largely not on the political radar; especially through the effective Supreme Court, Israel has gradually reduced religious prerogatives, which is unacknowledged; Secularism is accepted."

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 14 december 2013

24. Pieter Admiraal (1929-2013)

Mijn vorig bericht werd geplaatst in het weekeinde dat de hele wereld vol was van het overlijden van Nelson Mandela. Dit bericht verschijnt in het weekeinde dat hij begraven wordt. Waarom schrijf ik nu niet over zijn dood maar wel over het overlijden van iemand waar vrijwel geen aandacht aan is besteed?

Wie mijn blog het afgelopen half jaar heeft gevolgd die weet dat ik mij niet houd aan de wetten van de (sociale) media waar bijna iedereen van het ene nieuwtje naar het andere voortholt.  Mijn blog heeft iets tegendraads: juist aandacht besteden aan zaken die vergeten dreigen te worden.

Een van mijn aandachtsvelden in dit blog is de wereldwijde Nederlandse invloed. Zeker als het gaat om het recht van mensen om zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan zolang men het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantast. Een goed voorbeeld is de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht in 2001. Sindsdien is deze gelijkberechtiging in Nederland  gevolgd door (in alfabetische volgorde) Argentinië, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Portugal, Spanje, Uriguay, Zuid Afrika, Zweden en delen van Mexico en van de Verenigde Staten. Binnenkort wordt openstelling van het huwelijk verwacht in Duitsland, Engeland, Finland, Luxemburg, Taiwan, Vietnam en Wales. Zie: Wikipedia same sex marriage.

Een soortgelijke ontwikkeling doet zich voor bij de wettelijke erkenning van het recht om zelf te beschikken over een menswaardig levenseinde. Dat begon in Nederland gevolgd door België, Luxemburg en Quebec (Canada). Hulp bij zelfdoding is nu wettelijk mogelijk in Zwitserland en in de Amerikaanse deelstaten Montana, Oregon, Vermont, en Washington. In veel landen of deelstaten doen zich ontwikkelingen in deze richting voor. Zie ook: Wikipedia legality of euthanasia. Zowel in Nederland als wereldwijd heeft de op 30 november 2013 overleden Pieter Admiraal een belangrijke rol gespeeld. Omdat aan zijn overlijden vrijwel geen aandacht is besteed, doe ik dat in dit blogbericht.

Pieter Admiraal studeerde in 1956 af als arts aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1972 aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Van 1964 tot zijn pensionering in 1994 was hij als anesthesioloog verbonden aan het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. Sinds 1994 was hij erelid Medische Staf Reinier de Graaf Delft en vanaf 2005 drager van de Reinier de Graaf Penning. Hij was van 1970 tot 1973 voorzitter en daarna erelid van De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie. De NVA schrijft over hem: "Hij kan zonder enige overdrijving de vader van de Nederlandse palliatieve zorg genoemd worden".

De directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, schreef mij: "Hij was erelid van de NVVE en één van de wegbereiders van de euthanasiewet. Door al in 1984 een boekje te schrijven, vanuit zijn professie als anesthesioloog, over hoe medisch gezien een euthanasie moet worden uitgevoerd is hij de initiator van de medische techniek van een zorgvuldige levensbeëindiging. Tot vlak voor zijn overlijden heeft hij zich nog actief bemoeid met de nieuwe richtlijn ‘Euthanasie’. We zullen hem en zijn opbouwende kritische inbreng missen."

Als president van de International Humanist and Ethical Union ontmoette ik hem op het IHEU congres van 1992 in Amsterdam toen hem de International Humanist Award werd uitgereikt "for advocating the right of self-determination in the field of voluntary euthanasia". Ik maakte hem sindsdien mee als Laureate of the International Academy of Humanism, Honorary Associate of Rationalist International, en als bestuurslid van het Center for Inquiry Low Countries.

Van iemand die zijn hele leven heeft gestreefd naar het feitelijk en wettelijk mogelijk maken van een menswaardige dood verwacht men wellicht dat hij somber gestemd was maar het tegendeel is het geval. Uit eigen ervaring kan ik het daarom volledig eens zijn met datgene wat collega's over hem schreven: "Pieter Admiraal was niet alleen een gedreven maar ook een markante persoonlijkheid die bekend stond om zijn humor en zijn acteertalent. Wij voelen ons bevoorrecht zo'n bijzondere persoonlijkheid en collega in ons midden te hebben gehad, en koesteren zijn nagedachtenis."

Pieter Admiraal heeft over de hele wereld meer dan 300 lezingen gegeven over het belang van het medisch-wetenschappelijk verantwoord begeleiden van mensen die een einde willen (doen) maken aan hun uitzichtloos en ongeneeslijk lijden. Zijn betekenis werd in 1994 erkend toen hij benoemd werd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Zijn strijd voor menswaardig sterven heeft velen uit hun lijden verlost en zal dat blijven doen ook na zijn dood. Alleen al om die reden mag zijn overlijden niet onopgemerkt voorbij gaan!



De docu Afscheid van een vriend van Karin Junger en Carel Jansen over Pieter Admiraal staat niet integraal op internet maar is te bestellen bij Beeld en Geluid:  
http://zoeken.beeldengeluid.nl/internet/index.aspx?chapterid=1164&filterid=974&contentid=7&searchID=3667211&columnorderid=-1&orderby=1&itemsOnPage=10&defsortcol=12&defsortby=2&pvname=personen&pis=expressies;selecties&startrow=5&resultitemid=46&nrofresults=53&verityID=/64956/65616/67777/120709@expressies

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 7 december 2013

23. Onderwijsverleden

In mijn eerste blogbericht, van 6 juli 2013, kondigde ik aan te gaan schrijven over (onder andere) openbaar onderwijs. Omdat ik 25 jaar voorzitter ben geweest van het landelijk platform openbaar onderwijs CBOO ligt dat ook voor de hand. Maar toen kwam het oordeel van Yahoo dat mijn blog 'obscene' taal zou bevatten (zie blogbericht 4 van 27 juli 2013). Dat werd gevolgd door de Russische blokkade van mijn blog (zie blogbericht 6 van 10 augustus 2013). En vervolgens kreeg ik wereldwijd reacties van lezers over Vlaanderen, Frankrijk, Zuid Afrika, de Verenigde Staten, de Britse vooroordelen over 'the Dutch' en de vele vaak 'vergeten' voormalige overzeese gebieden van Nederland. Dan ben je zo 23 weken verder zonder regelmatig over het openbaar onderwijs geschreven te hebben.

In CBOO weekbericht 48 van 28 november 2013 wordt verwezen naar een plan om daarin in de nabije toekomst verandering te brengen: "Blogbericht 11 van zaterdag 14 september spitst hij toe op een vergelijking van het openbaar onderwijs van Frankrijk en Nederland; zeer de moeite waard! De frequentie van blogs over het openbaar onderwijs gaat Rob Tielman opvoeren. Op termijn is het de bedoeling dat ze gepubliceerd worden op de website van het Studiecentrum Openbaar Onderwijs, waarvan Rob Tielman bestuurslid is. Vooralsnog volgen er vooraankondigingen via CBOO-berichten als in de blogs het openbaar onderwijs ter sprake komt."

In blogbericht 3 van 20 juli 2013 meldde ik druk bezig te zijn met het schrijven van mijn memoires. Een deel daarvan gaat over het onderwijs dat ik gevolgd en gegeven heb. Dat is hopelijk verhelderend om te begrijpen hoe ik tegen het openbaar onderwijs aankijk. Daarom begin ik met een stukje uit mijn memoires dat al klaar is. Een voorpublicatie dus!

Voor een goed begrip van onderstaande tekst is het nodig om een paar dingen te weten. Mijn vader heeft van zijn zestiende tot zijn achttiende in een Duits kamp gezeten waar hij (door een Brits vergissingsbombardement) met een bijna afgezet been uit is gekomen. Kort na de bevrijding ontmoette hij een katholiek buurmeisje uit de Graaf Florislaan in Hilversum waar zijn ouders een pension hadden voor dames op leeftijd. Mijn ouders moesten begin 1946 trouwen (ik was wat toen 'een moetje' werd genoemd).  Mijn atheïstische vader werd door zijn katholieke schoonvader en diens kerk gedwongen om mij katholiek op te voeden. Ik begin mijn memoires met het beschrijven van mijn eerste tien herinneringen.

HILVERSUM ZOMER 1951

Mijn vierde herinnering is de dag in 1951 waarop ik als vijfjarige kleuter huilend door mijn moeder werd achtergelaten in een kille kleuterschool aan de Lage Naarderweg in Hilversum. Afgedwongen door de Roomse kerk moest ik katholiek worden opgevoed. Dat was zeer tegen de zin van mijn godsdiensthatende vader en grootouders, waar wij (door de naoorlogse woningnood gedwongen) inwoonden. 
Aan deze nonnenschool heb ik de vreselijkste herinneringen. De nonnen gedroegen zich als kinderhaters. Godsdienst betekende voor deze nonnen vooral angst kweken voor de hel. Ik herinner mij nog dat ik een moedervlekje had. Dat werd door de nonnen vals aangegrepen om te dreigen. Het zou het begin van kanker kunnen zijn. Als ik een doodzonde zou begaan die ik niet zou biechten, zou ik voor eeuwig in de hel moeten lijden.

Sociologen vragen zich wel eens af hoe het komt dat tweederde van de Nederlanders op katholieke of protestante scholen heeft gezeten terwijl in feite maar eenderde van de Nederlanders kerkelijk blijkt te zijn. Ik vermoed op grond van mijn eigen ervaring dat het godsdienstig onderwijs een weerstandswerver tegen godsdienst moet zijn geweest.

Ondanks haar katholieke achtergrond slikte mijn moeder niet alles wat de kerk haar opdrong. Ik herinner mij uit 1952 een gesprek van haar met de pastoor waarin ze dreigde om mij van de Jozef-jongensschool aan de Koninginneweg in Hilversum af te halen: "eerst mij dwingen om de kinderen naar een katholieke school te sturen en dan ook nog eens schoolgeld opeisen terwijl wij van de steun moeten leven omdat mijn man door zijn slechte been geen werk kan vinden!" Dat werkte, mijn moeder werd vrijgesteld om schoolgeld te betalen voor mij en mijn jongere zusje.
Mijn geweldloze moeder sloeg mij nooit en aanvaardde het ook niet dat op de katholieke school kinderen geslagen werden. De onderwijzer van de derde klas die mij in 1954 met een houten lineaal een tik op mijn vingers had gegeven, werd in mijn aanwezigheid bestraffend toegesproken en bleef voortaan van mij af.
Omdat de pastoor op de lagere school godsdienstonderwijs gaf en hij de beste jongetjes 'beloonde' door hen op zijn schoot te nemen, zorgde ik er voor om in dit vak niet uit te blinken. Zijn onderwijs bestond uit niet veel meer dan uit het hoofd leren van de r.k. catechismus. Het enige dat ik mij ervan nog herinner was: "Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om hier en in het hiernamaals gelukkig te worden." Maar echt gelukkig was ik niet op de lagere school.

De belangrijkste oorzaak was dat ik veel te leergierig was. Als het schooljaar begon, had ik de meeste schoolboeken al doorgewerkt. Nadat mijn katholieke opa, die mij als "uit zonde geboren kind" nooit had willen ontmoeten, in 1952 aan kanker was overleden, kreeg ik van mijn oma zijn 25-delige "Katholieke Encyclopaedie" uit de dertiger jaren. Daaraan beleefde ik meer genoegen dan aan de hele lagere school.
Een tweede oorzaak was het feit dat ik in alle vakken goed was behalve rekenen. Noch op de lagere, noch op de middelbare school heeft een docent zich afgevraagd waarom ik in rekenen zo slecht was. Pas op de universiteit ben ik daar zelf achtergekomen. In de jaren vijftig en zestig draaide alles nog om het hoofdrekenen. Het getal 21 werd in mijn hoofd door het woord "een-en-twintig" het getal 12. Had ik op een Engelstalige school gezeten dan was het getal "twenty-one" gewoon 21 geworden. Mijn hele schooltijd wilde ik architect worden maar dat ging niet door met zulke slechte cijfers voor rekenen en wiskunde. Achteraf gezien een geluk bij een ongeluk want ik heb mij dankzij de studie in de sociologie breder kunnen ontplooien.
Een derde oorzaak was het verplichte biechten. Hele klassen werden als schapen naar de biechtstoel gedreven. Ik was een vreselijk braaf jongetje maar daar wilden de meeste biechtvaders niets van weten. Zij bleven doorvragen of ik geen onzedelijke gedachten had gehad over meisjes of misschien wel jongens. De dreigende hel en verdoemenis hingen boven mijn hoofd als ik geen zonden zou biechten. In uiterste nood bedacht ik dan maar dat ik thuis een snoepje had gejat uit de pot met snoepjes, die wij overigens thuis helemaal niet hadden! Mij is nooit duidelijk geworden welke Roomse redenering achter deze zondenjacht stak die tot leugentjes uit bestwil leidden.

Op het R.K.Lyceum aan de Emmastraat in Hilversum werd ik tussen 1958 en 1964 intellectueel wat meer uitgedaagd. De jaren zestig zorgden voor een wat liberaler katholiek klimaat. Al herinner ik mij dat een door de leerlingen zeer gewaardeerde docent staatshuishoudkunde op staande voet werd ontslagen omdat hij ging scheiden, en een docente omdat zij ging trouwen. Ook de Roomse redeneringen hierachter heb ik nooit tot de mijne kunnen maken.
Er werd op deze katholieke middelbare school niet aan seksuele voorlichting gedaan en gezien de toen heersende vooroordelen over homoseksualiteit was dat in mijn geval misschien nog beter ook. Maar ik herinner mij wel dat meisjes af en toe plotseling om "gezondheidsredenen" een weekje naar Engeland moesten. Pas later begreep ik dat abortus in het spel was. Het woord condoom heb ik op school nooit gehoord.
Mijn hele schooltijd was een strijd tussen godsdienst en godsdiensthaat die uiteindelijk geleid heeft tot mijn keuze voor humanisme en pluriform openbaar onderwijs. 


Naschrift: op zaterdag 1 februari 2014 wordt deze onderwijsreeks voortgezet met blogbericht 27. "Dachautje spelen"

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 30 november 2013

22. Nieuw Holland & Nieuw Zeeland


In mijn vorige blogbericht vroeg ik mij af waarom mijn blog door zo weinigen in Australië en Nieuw Zeeland gelezen wordt. De Nederlandse ambassade in Singapore was zo aardig om mij er op te wijzen dat Nederlandse diplomaten internet gebruiken via het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag en zij verschijnen derhalve in mijn blogstatistieken als lezers in Nederland. Het kan dus heel goed zijn dat Nederlandse diplomaten in Australië en Nieuw Zeeland mijn blog wel ontdekt hebben. In dit bericht beantwoord ik enkele vragen die mij gesteld werden.

Hoe komt het dat Australië vroeger Nieuw Holland werd genoemd?
Dat heeft te maken met de belangrijke rol die Nederlandse zeevaarders hebben gespeeld bij het in kaart brengen van dit nog niet door Europeanen ontdekte werelddeel. Australië werd in 1606 ontdekt door Willem Janszoon (±1570-1630) met het schip Duyfken. Ook Dirk Hartog (1580-1621), Abel Tasman (1603-1659) en Willem de Vlamingh (1640-1698) hebben bijgedragen aan de verkenningen van deze kusten. Aanvankelijk (van 1618 tot 1644) werd het nieuw ontdekte land Eendrachtsland genoemd naar het schip De Eendracht van Dirk Hartog. Vervolgens werd de naam Nieuw Holland gebruikt, vermoedelijk omdat toen het nabijgelegen Nieuw Zeeland zo genoemd werd en Hollanders niet bij Zeeuwen wilden achterblijven. In de loop van de negentiende eeuw werd de naam Australië gebruikelijk, afgeleid van het Latijnse woord voor Zuidland: Terra Australis.

Deze Nederlandse ontdekkingsreizen hebben er toe geleid dat een aantal Nederlandse namen nog in hedendaags Australië zijn terug te vinden. Enkele belangrijke namen (met ontdekkingsjaartal) zijn: Kaap Keerweer (1606), Dirk Hartogseiland (1616), Kaap Leeuwin (1622), Arnhem Land (1623), Nuyts Land (1627), De Witt Land (1628) en Van Diemen's Land (1642) dat sinds 1856 Tasmania heet. Bij mij thuis hangt een oude kaart van Nieuw Holland en de meeste bezoekers hebben geen idee waar dat is. Voor een vollediger overzicht zie: Nederlandse plaatsnamen in Australië.

Waarom bleef het bij de verkenning van kusten en kwam het niet tot het vestigen van handelsposten zoals gebruikelijk was bij de Vereenigde Oostindische Compagnie?
Anders dan de Britten (die er gevangenen gingen onderbrengen) hadden de Nederlanders geen belangstelling voor volksvestigingen maar wilden zij vooral handel drijven. De meerdere kustverkenningen leidden tot de slotsom dat er weinig te handelen viel, ook al door de vijandigheid van de oorspronkelijke bevolking. De schipbreuk in 1629 van de Batavia en de vreselijke nasleep verhoogde de feestvreugde rond het nieuw ontdekte land niet. Zie voor een overzicht van de geschiedenis van Nieuw Holland: VOC in Australië.

Er is ook een Australische geheime Nederlandse geschiedenis: er zijn aanwijzingen dat aan de westkust van toenmalig Nieuw Holland honderden schipbreukelingen van Nederlandse schepen zich vermengd hebben met de oorspronkelijke bevolking en dat maakt dat niet de Britten maar de Nederlanders de eerste Europese bewoners van Australië zijn. Zoals ik in mijn blogbericht 20 van 16 november 2013 betoog, is ook hier sprake van Britse pogingen om de wereldwijde Nederlandse geschiedenis te verdonkeremanen. De hardnekkigste geschiedvervalser op dit punt was wel de Engelsman George Collingridge (1847-1931) die in zijn boek The Discovery of Australia in 1895 iedere Nederlandse betrokkenheid bij het vroegere Nieuw Holland ontkende en de Portugezen als ontdekkers aanwees maar later als bedrieger ontmaskerd werd.

Het aantal Nederlanders in Australië blijft tot de Tweede Wereldoorlog beperkt. De Nederlandse emigratie naar Australië neemt daarna aanzienlijk toe: tussen 1946 en 1961 gaat het om ongeveer 126.000 Nederlanders. Zij vormen daarmee na de Engelstaligen, Italianen en Duitsers de vierde groep immigranten. Opvallend is dat de Nederlanders met 30% de grootste groep vormen van mensen die er niet kunnen aarden en weer terugkeren naar het land van herkomst. Het leven in Australië valt velen zwaar tegen. Daarbij komt dat de omstandigheden in Nederland aanzienlijk verbeteren in de jaren zestig en zeventig. Er wonen nu ruim 300.000 Dutch Australians in het voormalige Nieuw Holland, waar een Dutch Australian Cultural Centre bestaat maar geen universitaire opleiding Neerlandistiek.

Hebben Nieuw Zeeland en Australië een ongeveer gelijke Nederlandse geschiedenis?
Abel Tasman ontdekte het in 1642 en sinds 1645 wordt het Nieuw Zeeland genoemd naar de vele Zeeuwen die een grote rol speelden in de Vereenigde Oostindische Compagnie. Net als in Australië kwam het niet tot de vestiging van Nederlandse handelsposten omdat in dit geval de Maori's vijandig hebben gereageerd op de Nederlandse schepen. En ook hier was er aanvankelijk sprake van kleineren door Britten van de betekenis van Nederlanders bij het ontdekken en verkennen van kusten van Nieuw Zeeland. Het was de Nieuw Zeelander Grahame Anderson die met zijn boek The Merchant of the Zeehaen: Isaac Gilsemans and the Voyages of Abel Tasman (Wellington, 2001) het grote belang van de nauwkeurige beschrijving van kusten van Nieuw Zeeland aantoonde.

De meest bekende Nederlandse namen in Nieuw Zeeland zijn die van het land zelf en de Kaap Maria van Diemen. En net zoals in het buurland kwam de Nederlandse immigratie pas na de Tweede Wereldoorlog echt op gang. Er zijn nu 100.000 Dutch New Zealanders. Zij worden vertegenwoordigd door The Federation of New Zealand Netherlands Societies. Aan de Nederlandse bijdrage aan Nieuw Zeeland wordt enige aandacht besteed. Maar ook hier ontbreekt een universitaire opleiding Neerlandistiek.

Mijn vader heeft in de jaren vijftig overwogen om naar Australië te emigreren omdat hij in de Tweede Wereldoorlog in een Duits kamp gehandicapt was geraakt en daardoor lang in Nederland werkloos thuis zat. Maar al snel bleek dat hij met zijn handicap in Australië niet welkom was en de sociale voorzieningen er aanzienlijk slechter waren dan in Nederland. Gezien het (onder Britse invloed) homovijandige klimaat in Australië, waar het huwelijk voor paren van gelijk geslacht (anders dan in Nieuw Zeeland) nog steeds niet opengesteld is, ben ik heel blij dat die plannen toen niet zijn doorgegaan!



Naschrift: Op 25 oktober 2016 werd in Australië herdacht dat de Nederlander Dirk Hartog als eerste Europeaan in Australië vier eeuwen geleden voet aan wal zette op wat nu Dirk Hartog Island heet.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 23 november 2013

21. It wrede paradys

Landverhuizen is van alle tijden en plaatsen. De meeste mensen en maatschappijen zijn kort van geheugen waardoor het wiel telkens weer opnieuw uitgevonden moet worden. Mijn eigen 'landverhuizing' was tien jaar geleden van de Hollandse Randstad naar het voor Hollanders verre Friesland. Gelukkig hebben de meeste Friezen meer besef van hun eigen geschiedenis dan de meeste Hollanders waardoor landverhuizers in Friesland meer welkom zijn dan vrijwel overal elders. Dankzij mijn Friese vriend had ik Friesland de afgelopen veertig jaar al vele malen bezocht dus wist ik waar ik aan begon en kon ik de taal al goed verstaan. Dat voordeel hebben veel landverhuizers niet en daarom gaat het vaak mis, zoals we aan het opkomend populisme in Europa kunnen merken.

Zo had ik Simmer 2000 al meegemaakt toen Friezen om útens uit alle hoeken van de wijde wereld weer op bezoek kwamen in hun heitelân. Na de Tweede Wereldoorlog voelden vele Friese jongeren bij gebrek aan werk zich gedwongen om te verhuizen naar hoofdzakelijk Australië, Brazilië, Canada, Nieuw Zeeland, de Verenigde Staten en Zuid Afrika. Zoals Geert Mak beschrijft in zijn boek Hoe God verdween uit Jorwerd  namen werktuigen het werk uit handen van landarbeiders die daardoor overbodig werden. Hylke Speerstra heeft in zijn boek It wrede paradys de wederwaardigheden van Fryske lânferhuzers beschreven. Mij viel op dat de betrokkenheid van en met hen in Fryslân groter was en is dan tussen de overige Nederlandse emigranten en Nederland. Hoe komt dat?

De Nederlandse Gouden Eeuw werd in belangrijke mate mogelijk gemaakt door Joden die vluchtten uit Spanje en Portugal, door Vlamingen, Brabanders en Walen die vluchtten uit de zuidelijke Nederlanden en door Hugenoten die vluchtten uit Frankrijk. Allemaal waren zij slachtoffers van katholieke onverdraagzaamheid die zo onbedoeld bijdroeg aan een voor die tijd ongekende verdraagzaamheid in de noordelijke Nederlanden. Het samengaan van gedeelde vrijheidsstrijd en welvaart door wereldhandel maakte de Gouden Eeuw mogelijk.

Landverhuizers die nu alleen maar naar Nederland komen voor geldelijk gewin en die waarden aanhangen die strijdig zijn met mensenrechten vormen geen verrijking maar een bedreiging voor de ontvangende samenleving. Daarom is het belangrijk dat het land van aankomst een sterke open identiteit heeft en vanaf het begin duidelijk maakt binnen welke randvoorwaarden men welkom is. Anders dan in de rest van Nederland heeft Friesland verhoudingsgewijs weinig gastarbeiders binnengehaald en meer vluchtelingen opgevangen die elders vervolgd werden. Door een grotere spreiding over de 400 kleine dorpen werd bovendien voorkomen dat de nieuwkomers (zoals het geval was in de grote steden in de Randstad) elkaar in afzondering gingen opzoeken.

Friesland onderscheidt zich in nog meer opzichten van de rest van Nederland. Juist als kleine minderheid van 650.000 Friezen te midden van 23 miljoen Nederlandstaligen (in Vlaanderen en Nederland) weegt het behoud van de eigen identiteit heel zwaar. Niet in de vorm van vreemdelingenhaat maar door op te komen voor het recht van een minderheid zelf zin en vorm te geven aan de eigen taal en cultuur zolang men andere mensen in hun zelfbeschikking niet aantast.

Zo is het belangrijk dat iedereen in Friesland de taal leert verstaan en de plaatselijke omgangsvormen respecteert. Zie bijvoorbeeld de leuke Inburgeringsgids voor Hollanders: nieuwefriezen.nl van Marja Boonstra. Afkomstig uit Holland ben ik mij steeds meer gaan schamen voor mijn vroegere landgenoten sinds ik in Friesland woon. Sommige Hollandse toeristen gedragen zich onbeschoft en behandelen Friese dorpsbewoners soms alsof ze achterlijk zijn. Als deze Hollanders "dat Friese boerentaaltje" trachten na te bootsen dan doen ze een Saksische tongval na waaruit alleen maar blijkt dat zij zelf achterlijk zijn en bijvoorbeeld nog nooit naar de mooie cd Sielesâlt met Friese fado's van Nynke Laverman geluisterd hebben. Dat wordt mede veroorzaakt door de landelijke radio en televisie die de tweede rijkstaal, het Frysk, veel te weinig aandacht geven

De onderlinge betrokkenheid (mienskip ofwel gemeenschapszin) is in Friesland groot en dat verklaart zowel de behoefte om in verbinding te blijven met Friezen om utens als de welkome ontvangst van nije Friezen zoals ik. In de grote steden van de Randstad is vaak verdraagzaamheid verworden tot onverschilligheid en dat tast de gemeenschapszin aan.

Onder de niet-Friese Nederlanders die in de negentiende en twintigste eeuw emigreerden naar landen als Australië, Canada, Nieuw Zeeland, de Verenigde Staten en Zuid Afrika is sprake van wisselende betrokkenheid met Nederland. In blogbericht 15 van 12 oktober 2013 heb ik al beschreven dat Amerikanen van Nederlandse afkomst in Nieuw Amsterdam en Nieuw Nederland zich al eeuwenlang zich betrokken voelen bij hun land van herkomst. Dat is ook het geval met de ruim 300.000 leden van de vroegere Dutch Reformed Church in de VS en Canada. De ruim vijf miljoen Dutch Americans vormen in de VS een herkenbare groep.  En aan universiteiten in New York, Albany, Berkeley, Los Angeles en Denver kan Nederlands gestudeerd worden. In Canada is dat ook het geval in onder meer Toronto, Edmonton en Waterloo.

Voor Zuid Afrika verwijs ik naar mijn blogberichten 13 en 14 van 28 september en 5 oktober 2013. De Nederlandse emigranten konden daar makkelijk integreren met de 7 miljoen Zuid Afrikanen die Afrikaans als moedertaal hebben. Er zijn veel universiteiten waar Nederlands gestudeerd wordt (zoals in Kaapstad, Stellenbosch en Johannesburg); deze onderhouden goede banden met universiteiten in Nederland en Vlaanderen.

Opvallend genoeg is dat niet het geval in Australië en Nieuw Zeeland. Daar wonen 300.000 Australiërs en 100.000 Nieuw-Zeelanders van Nederlandse afkomst maar aan geen enkele universiteit kan daar Nederlands gestudeerd worden. Mij was al opgevallen dat tussen de duizenden lezers van dit blog vrijwel niemand in Australië of Nieuw Zeeland te vinden is. Zou dit wijzen op een gebrek aan betrokkenheid met het land van herkomst? En zo ja: hoe is dit verschil met de andere emigratielanden te verklaren? Dit is dus een oproep aan "down under" om te reageren!


Zie voor Fries nieuws wereldwijd: It Nijs.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 16 november 2013

20. No Dutch please!

In blogbericht 15 van 12 oktober 2013 schreef ik over enkele hardwerkende New Yorkers die de (door de Engelsen weggestopte) Nederlandse oorsprong van de Verenigde Staten na eeuwen bevooroordeelde geschiedschrijving weer goed zichtbaar hebben gemaakt: Nieuw Amsterdam en Nieuw Nederland. In mijn verzameling oude historische atlassen zitten voorbeelden van Engelse uitgaven die op soortgelijke wijze het wereldwijde Nederlandse verleden hebben veronachtzaamd.

Ook veel Nederlanders weten weinig van de vaderlandse geschiedenis overzee. Zo weten de meesten niets of weinig over Nederlands Brazilië terwijl dat in Brazilië zelf veel beter bekend is. Ook onbekend is bij de meeste Nederlanders dat eeuwenlang ten westen van Nieuw Zeeland het eveneens door Nederlanders ontdekte Nieuw Holland ofwel Australië op kaarten te vinden was. En vrijwel niemand in Nederland kent nog de geschiedenis van Nederlands Formosa ofwel het huidige Taiwan.

In eerdere berichten besteedde ik aandacht aan de voormalig Nederlandse gebieden België en delen van Noord-Frankrijk, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. In dit bericht beperk ik mij (in alfabetische volgorde) tot landen die door Nederland zijn afgestaan aan Groot Brittannië.

Delen van hedendaags Ghana (ofwel de Nederlandse Goudkust) waren Nederlands van 1598 tot 1872. Mede door de rol van Nederland in de slavernij is over deze voormalige kolonie het een en ander bekend. Maar er is vaak sprake van onjuiste beeldvorming. Amsterdam zou zijn welvaart aan de slavernij te danken hebben, terwijl de handel in goederen en diensten veel belangrijker was. Nederland zou een grote rol in de handel in slaven gespeeld hebben, terwijl het maar om enkele procenten gaat. Slavernij zou vooral door Europeanen gepleegd zijn, terwijl ook belangrijke daders Afrikanen en Arabieren waren. En slavernij zou een zaak uit het verleden zijn, terwijl die (vooral in islamitische gebieden) nog steeds voorkomt. In de negentiende eeuw wierf het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger hier soldaten, de zwarte Hollanders: Belanda Hitam.

Het westelijk van Suriname gelegen Guyana is een duidelijk voorbeeld van een voormalig Nederlands overzees gebied waarvan de Nederlandse geschiedenis van 1600 tot 1814 in vergetelheid is geraakt door het beleid van de Britse koloniale opvolger. Zo werd de naam van de hoofdstad Stabroek veranderd in Georgetown maar gelukkig is de plaatsnaam New Amsterdam hier nog wel bewaard gebleven. De universiteit van Leiden is begonnen de vergeten geschiedenis van Berbice, Essequebo en Demerery te onderzoeken. De naam Berbice heeft in Nederland nog enige bekendheid dankzij de gelijknamige buitenplaats te Voorschoten en de uitdrukking iemand naar de barbiesjes wensen (iemand naar de hel wensen) hetgeen duidelijk maakt hoe weinig geliefd dit overzees gebied was.

Heel belangrijk is de vergeten geschiedenis van Nederlands India. Het mooi uitgegeven boek van Van der Pol: De VOC in India, een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen (Zutphen, 2011) heeft een breder publiek bereikt. Ook hier heeft de Britse koloniale opvolger het belang van de Nederlandse geschiedenis van 1605 tot 1825 in India zoveel mogelijk gekleineerd. Een hedendaags voorbeeldje van de gevolgen daarvan is de website Dutch India dat gelukkig wel een duidelijke kaart geeft, waaruit de omvang van de Nederlandse invloed alsnog blijkt. De belangstelling voor de Vereenigde Oostindische Compagnie V.O.C (en dus ook voor Nederlands India) is de laatste tijd gestegen. Gelukkig kan sinds kort Nederlands gestudeerd worden in New Delhi zodat hopelijk de aandacht voor deze bijna vergeten geschiedenis ook in India toeneemt.

Veel Nederlandse gebieden in Azië gingen verloren door het Verdrag van Londen uit 1824 in ruil voor de Britse erkenning van Nederlands Oost Indië. Daarmee kwam ook een einde aan de Nederlandse bezittingen in wat nu Maleisië en Singapore is. Over de Nederlandse tijd van 1641 tot 1825 zijn in de stad Malakka nog wat sporen te vinden maar in de rest van Maleisië en Singapore ontbreekt wetenschappelijke aandacht voor het Nederlands en de Nederlandse cultuur. Wederom een voorbeeld van de gevolgen van Britse veronachtzaming van alles wat Nederlands was en is.

Nederlanders ontdekten het eiland Mauritius in 1598 en zij vernoemden het naar prins Maurits. Het eiland bleef Nederlands tot 1710, Frans van 1721 tot 1810 (als Ile de France) en vervolgens Brits na 1810. Zij noemden het eiland weer Mauritius en mede dankzij die naam bleef de Nederlandse tijd in het bewustzijn van de eilanders leven. In 1998 werden 400 jaar betrekkingen tussen Nederland en Mauritius herdacht, werden resten van het  V.O.C.-fort Frederik Hendrik opgegraven en werden postzegels ter herdenking uitgegeven. In Nederland kreeg Mauritius ook bekendheid door het al dan niet door de Nederlanders veroorzaakte uitsterven van de loopvogel Dodo.

Sri Lanka was als Ceylon van 1638 tot 1796 Nederlands. Dankzij nog bestaande gebouwen, de zelforganisatie van de Dutch Burghers en de overblijfselen van het oudvaderlands recht zijn er nog resten uit het Nederlandse tijdperk te vinden. Maar ook in Sri Lanka ontbreekt het aan wetenschappelijke belangstelling voor het Nederlands en de Nederlandse cultuur als gevolg van het Britse gebrek aan waardering voor alles wat Nederlands was en is. Het Britse bewind leidde tot de invoering van "winner takes all" (democratie als dictatuur van de meerderheid). Hierdoor werd  stelselmatig de Tamil-minderheid achtergesteld, met de bekende noodlottige gevolgen van tientallen jaren lange burgeroorlogen.

Standaardwerken als dat van Temminck Groll, The Dutch Overseas; Architectural Survey; Mutual Heritage of four Centuries in three Continents (Zwolle, 2012), en van Ron van Oers, Dutch Town Planning Overseas during VOC en WIC Rule (1600 - 1800) (Zwolle, 2000) stemmen weemoedig over wat er verloren is gegaan of dreigt te gaan aan Nederlandse overzeese cultuur. Maar dat is niet alleen te wijten aan bovengenoemd gebrek aan Britse waardering voor Nederlandse cultuur.

Onlangs werd bekend dat UNESCO dreigt de mooie historische binnenstad van Paramaribo vanwege verwaarlozing te schrappen van de werelderfgoedlijst. Tijdens mijn bezoek aan Suriname enkele jaren geleden schrok ik al van het slechte onderhoud. Uit sommige overheidsgebouwen groeiden zelfs bomen uit de dakgoten. Op een van de gebouwen stond de tekst: "In God we trust". Dat schept weinig vertrouwen in de toekomst!



Naschrift: zie voor een ander vergeten Nederlands overzees gebied de vroeger Nederlandse Maagdeneilanden

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 9 november 2013

19. "No sex please, we're British!"

Vanaf het begin van mijn blog op 6 juli 2013 kwamen de meeste buitenlandse lezers uit Rusland. Tot mijn bericht op 3 augustus 2013, dat blijkbaar voor de homohatende Russische geheime dienst te onthullend was. Vanaf die dag werd mijn blog in Rusland geblokkeerd. Sindsdien kwamen de meeste lezers uit de Verenigde Staten, van het vasteland van West-Europa en uit Zuid-Afrika. Een opvallende afwezige was tot voor kort het Verenigd Koninkrijk. Hoe zou dat komen?

Op grond van mijn bericht van 26 oktober 2013 zou het kunnen lijken dat men vanuit het Engels een negatieve houding meekrijgt tegenover het Dutch. Maar dat klopt niet als ik kijk naar mijn honderden lezers in de Verenigde Staten. Of zou er nog altijd onder Britten weerstand bestaan tegen openlijke homoseksualiteit, al is dat niet zo erg meer als tijdens het proces in 1895 tegen Oscar Wilde? Door dat proces kreeg een Engelse uitdrukking voor homoseksualiteit bekendheid: "the love that dare not speak its name". In Groot Brittannië stond tot 1861 de doodstraf op seks tussen mannen en daarna bleef homoseks (ook tussen volwassenen) strafbaar tot 1967. In Nederland eindigden al deze straffen in 1811 met dank aan de Franse en Bataafse Revoluties.

In de toenmalige Britse wetgevingsdiscussie speelde het begrip sodomy een belangrijke rol. Het is een onterechte verwijzing naar het bijbelverhaal over Sodom en Gomorra want dat gaat niet over homoseksualiteit maar over schending van het gastrecht door verkrachting.  Zie mijn hoofdstuk: "Homoseksualiteit als toetssteen: islam, christendom en humanisme onderling vergeleken" in: Bert Gasenbeek en Floris van den Berg (red); Rob Tielman, een begeesterd humanist", uitgegeven door Uitgeverij Papieren Tijger (Breda 2010). 

Ruim twintig jaar geleden heb ik onderzoek gedaan naar de sociale en juridische positie rond homoseksualiteit in alle landen ter wereld. Zie de World Survey on the Social and Legal Position of Gays and Lesbians; in: The Third Pink Book; Buffalo NY, 1993; 247-342. Een belangrijke bevinding was dat anti-homoseksuele wetgeving vooral te vinden was in dertig landen met een islamitische meerderheid (in negen landen gepaard gaand met de doodstraf!) en in veertig landen die de homovijandige wetgeving uit Groot Brittannië in koloniale tijden opgelegd hadden gekregen.

Ik heb mijn onderzoeksgegevens nog even gelegd naast een hedendaags overzicht van homo/lesbische rechten per land en dan blijkt dat de volgende landen de van oorsprong Britse strafbaarstelling van homoseksualiteit nog altijd kennen: Antigua, Bangladesh, Barbados, Botswana, Brunei, Birma, Cook Eilanden, Gambia, Ghana, Grenada, Guyana, Jamaica, Kameroen, Kenia, Kiribati, Malawi, Maleisië, Maldiven, Mauritius, Namibië, Nauru, Nigeria, Oeganda, Pakistan, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Lucia, Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Solomon Eilanden, Sri Lanka, Soedan, Tonga, Trinidad, Tuvalu, Zambia en Zimbabwe. Het Britse Gemenebest speelt nog steeds een kwalijke rol.  In India is homoseksualiteit eind 2013 weer strafbaar gesteld, en in 2014 werd weer op grote schaal vervolgd. Om nog maar te zwijgen over het inmiddels ingevoerde levenslang in Oeganda, de toegenomen vervolging in Nigeria, Gambia en Zimbabwe, en de dreigende steniging van homo's in Brunei. Ook in (deels Afrikaanstalig) Namibië wordt de homohaat weer aangewakkerd. Datzelfde geldt voor KeniaGhana, Jamaica en Maleisië. De VN heeft kritiek op de ontwikkelingen in Gambia.

Ik herinner mij uit eigen ervaring in de jaren tachtig de homosauna's in Amsterdam en Bangkok waar mannen vrijelijk met elkaar konden omgaan terwijl tegelijkertijd in mannensauna's in de nabij gelegen steden Londen en Singapore de seksuele spanning te snijden was maar waar niets kon gebeuren omdat overal de spionnen van de politie rondliepen.  Die hadden kennelijk niets beters te doen of kwamen wellicht op die manier aan hun trekken. Gelukkig zijn er landen waar homo/lesbische netwerken bij de politie bestaan want die voorkomen een hoop ellende binnen en buiten de politie.

Er zijn enkele voormalige Engelse kolonies die de strafbaarstelling van homoseksualiteit aanvankelijk opgelegd kregen maar later afschaften, hoewel de sociale weerstand daar nog altijd groot is in (delen van) Australië, Canada, India, Nieuw Zeeland, Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Alleen het laatste land heeft van alle bovengenoemde landen net zoals Nederland een landelijk geldende grondwettelijke gelijkberechtiging en openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Inmiddels heeft Engeland maart 2014 ook het huwelijk opengesteld maar woedt de homohaat voort in de voormalige Engelse kolonies...

Ik wil niet zwartepieten maar het is wel opvallend dat een hoogleraar mensenrechten uit Jamaica onlangs Nederland beschuldigde van terugkeer naar de slavernij vanwege een traditioneel kinderfeestje maar die, voor zover ik kon nagaan, nog nooit geprotesteerd heeft tegen de moorddadige aanvallen op homo's op haar eigen eiland. (Haar universiteit wilde niet meewerken dus was ik aangewezen op internet om dit uit te zoeken). De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft zich inmiddels tegen de schending van homorechten uitgesproken.

Ook opvallend is dat vooral de Afrikaanse landen in dit lijstje roepen dat homoseksualiteit een koloniaal westers verschijnsel zou zijn terwijl het juist de aan hen opgelegde Britse homovijandige wetgeving is geweest die een einde wilde maken aan de vele tradities van Afrikaanse (en Aziatische) gelijkgeslachtelijke riten en relaties. En dan heb ik het nog niet gehad over de Amerikaanse fundamentalistische christenen die de homohaat in Afrika, zoals in OegandaNigeria en D.R.Congo, aanjagen. Over kolonialisme gesproken!



De titel "No sex please, we're British!" is ontleend aan een Engels blijspel uit de jaren zeventig.

De International Humanist and Ethical Union heeft terecht gewezen op de wetenschappelijk en ethisch onterechte gronden waarop homoseksualiteit strafbaar wordt gesteld.

Zie hier voor de verdere ontwikkelingen in:  Oeganda.

De VN Mensenrechtencommissie stelt een onderzoek in naar homodiscriminatie. Zie hier de stemverhouding. Ook hier zit de meeste weerstand bij islamitische en Afrikaanse staten alsmede bij Rusland.

Opvallend is dat in homovijandige landen veel naar homoporno wordt gekeken!

De toestand in Nigeria verslechtert.

Een wetenschappelijk rapport waar homohaters veel van kunnen leren in de Daily Maverick van 8 juli 2015.

Een nieuwe, mogelijk gunstige ontwikkeling in  Jamaica. Intussen komen steeds meer Jamaicaanse homovluchtelingen naar Nederland. Op 28 april 2017 werd het voor homoseksuele asielzoekers uit Jamaica makkelijker gemaakt om hier asiel te verkrijgen.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 2 november 2013

18. Dangerous stamps!

Dankzij Postzegelblog weten we nu dat in de VS bijna een serie van 15 heel gevaarlijke postzegels was uitgegeven. Op die zegels stonden namelijk sportende kinderen! In de rest van de wereld zou men kunnen denken: wat is daar gevaarlijk aan? Gezien het overgewicht van Amerikaanse kinderen zou je eerder vermoeden dat het gebrek aan lichaamsbeweging een gevaar voor de volksgezondheid is. Verkeerd gedacht: op de postzegels ontbraken namelijk de helmen en de kniebeschermers! Gelukkig heeft de vernietiging van al die zegels een levensbedreigende toestand voorkomen...

We kunnen er om lachen maar eigenlijk is het om te huilen. Tijdens mijn vele bezoeken aan de VS bleef ik mij verbazen over de alom aanwezige smetvrees en de heersende angst om aansprakelijk gesteld te worden. Het begon al met de visumaanvragen waarin tot in de jaren tachtig gevraagd werd of je homo bent. Met dank aan het hoofd van de federale politiedienst FBI, John Edgar Hoover (een levenslang diep in de kast zittende homo) en zijn rechterhand (en kastgenoot) Clyde Tolson. Zoals ik al in mijn bericht van 3 augustus over Rusland heb gesteld: hoe homovijandiger, hoe waarschijnlijker dat iemand zijn eigen gevoelens aan het onderdrukken is.

In dit verband moeten ook Joseph McCarthy en zijn beruchte, later aan aids overleden, rechterhand  Roy Cohn genoemd worden. Hoewel men bij dit paar apart meestal aan hun nietsontziende communistenjacht uit de jaren vijftig denkt, hadden de heren ook hun pijlen op homoseksuelen gericht want zij konden immers gechanteerd worden en waren dus staatsgevaarlijk. (Zie:  McCarthyism, in: Encyclopedia of Homosexuality; NewYork & Londen, 1990.) Om nog maar te zwijgen over de wetenschappelijk bewezen onzin dat homoseksualiteit besmettelijk zou zijn.

In Nederland werd de kromme logica van deze schijnheilige ervaringsdeskundigen in de jaren zestig briljant doorbroken door COC-voorzitter Benno Premsela in gesprek met de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Molly Geertsema: als je open bent over je homoseksualiteit kun je er ook niet mee gechanteerd worden. Zie: Bert Boelaars, Benno Premsela, voorvechter van homo-emancipatie, Bussum 2008, blz. 199. Anders gezegd: niet homoseksualiteit is een veiligheidsrisico maar het verbieden ervan. Iets dat 50 jaar geleden tot Nederland doordrong, nu pas tot de VS en nog steeds niet tot Rusland.

Eenmaal in de VS werd ik overstroomd door reclame voor de heilzaam geachte werking van bacteriëndodende middelen. Zou men in de VS niet weten dat de mensheid zou uitsterven zonder bacteriën? Ik kreeg het vermoeden dat men kinderen het liefst zo lang mogelijk zou opvoeden in couveuses uit angst voor alle besmettingen en mogelijke gevaren die hen zouden bedreigen. Vandaar ook dat hierboven vermelde heilige geloof in helmen en kniebeschermers: er is weinig vertrouwen in het menselijk vermogen om door uitdagingen sterker te worden. Een maatschappij die bestaat uit overbeschermde kinderen is niet weerbaar maar weerloos.

Daar komt de angst bij om aansprakelijk gesteld te worden. Mijn Amerikaanse vrienden bezworen mij om niet in de (volgens hen) slechte Europese gewoonte te vervallen om anderen te helpen als zij in problemen kwamen. Dat zou tot miljoenenclaims kunnen leiden. In Amerikaanse huurauto's had ik weinig aan de achteruitkijkspiegels door de lappen tekst die daarop stonden om onder de wettelijke aansprakelijkheid uit te komen. En dan zwijg ik nog maar over de waarschuwingen om geen levende wezens in de oven of magnetron te stoppen, om niet uit te glijden over mogelijk natte vloeren of mij te branden aan hete bekertjes met koffie of soep. Het is daarom begrijpelijk dat de Amerikaanse gezondheidszorg veel duurder is dan de Europese door alle rechtszaken waartegen artsen zich moeten verzekeren.

Al die smetvrees en angst voor bedreigingen staat op het eerste gezicht in schril contrast met het vrije wapenbezit dat veel meer slachtoffers eist dan alle ongelukken door achteruitkijkspiegels, natte vloeren en hete bekertjes bij elkaar. Maar toch ligt het in elkaars verlengde: wie zich voortdurend bedreigd voelt, durft de deur niet uit zonder zware bewapening. Het ligt voor de hand dat die angst gevoed wordt door alle geweld op televisie en in films. Ik ben vredelievend opgevoed en ik haak af als geweld wordt opgediend. Daardoor kan ik nog maar weinig Amerikaanse films en tv-programma's uit kijken.

De verheerlijking van het geweld in de vermaakindustrie is omgekeerd evenredig met de  publieke verwerping van naakt. Ik herinner mij uit de VS nog een rel rond een kopie van het beeld David van Michelangelo dat volgens omwonenden aangekleed moest worden. Om nog maar te zwijgen van de Amerikaanse acties om koeien en paarden te kleden. Zelfs in het zeer homovriendelijke Provincetown bij Boston werd ik door de politie te paard betrapt bij het naaktzonnen buiten het zicht van iedereen. In Buffalo NY liep ik voor het eerst in mijn leven in de VS een Finse sauna naakt binnen: opschudding alom! In beide gevallen kon ik aan de gevangenis ontsnappen door de onschuldige onwetende Europeaan te wezen waar naaktstranden en bloot in sauna's gebruikelijk zijn, wat gelukkig door enkele Amerikaanse omstanders die Europa bezocht hadden met schroom werd bevestigd.

Dat de puriteinse naakthaat gepaard gaat met grootschalige pornoverslaving was mij al eerder in godsdienstig Nederland opgevallen. Maar dat het publieke taboe op seksualiteit samenhangt met de verslaving aan geweld en aan het vrije wapenbezit, daar kwam ik in de VS pas achter. Zo is het te verklaren dat Facebook wel onthoofdingen laat zien maar geen vrouwen die kinderen de borst geven. Om een boodschap uit de VS aan de VS voor te houden: make love, not war!



Amerikaans filmgeweld is sinds 1950 verdubbeld 

Zie hier een documentaire over de naoorlogse strijd van de Amerikaanse regering tegen homo's.

Begin 2016 heeft de VN postzegels uitgeven ter bevordering van de gelijk behandeling van homo/lesbische minderheden wereldwijd. Onder andere Rusland heeft daar problemen mee.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 26 oktober 2013

17. Disadvantaged by English

Veel mensen denken dat het een voordeel is om in een wereldtaal op te groeien. Toch kan dat ook nadelen hebben. Wereldtaalsprekers voelen vaak de noodzaak niet om andere talen te leren. En eentaligheid is een nadeel vergeleken met veeltaligheid. In een groot aantal landen bestaat de slechte gewoonte om in films en op televisie de oorspronkelijke taal te vervangen door de ingesproken eigen taal. Dat is zeer te betreuren omdat daardoor de mogelijkheid vervalt om dankzij de ondertiteling andere talen te leren verstaan of spreken en om vertalingen op juistheid na te gaan.

Eentaligheid gaat vaak samen met blindheid voor culturele verscheidenheid. Ik herinner mij een homo/lesbische conferentie in Mexico waar ook Spaansonkundige Amerikanen aanwezig waren die de Mexicanen van racisme beschuldigden omdat zij het Spaanse woord negro (zwart) gebruikten dat de Amerikanen als het scheldwoord nigger verstonden. Uit eigen ervaring weet ik dat ongevoeligheid voor taalverschillen in Rusland kan leiden tot het misverstand dat communisme (коммунизм) hetzelfde zou betekenen als het vrijwel gelijk uitgesproken humanisme (гуманизм). En veel Engelstaligen denken dat Sinterklaas en Santa Claus eenzelfde persoon zouden zijn!

Dat eentaligheid met bijbehorende culturele bijziendheid tot vooroordelen kan leiden, heb ik zelf meegemaakt tijdens een rechtstreeks uitgezonden televisiedebat in de VS over het Nederlandse aids-beleid. Ik werd toen door een Afro-American politicus voor een racist uitgescholden vanwege onze needle exchange policy: het beleid om schone naalden te verstrekken aan spuitende gebruikers van drugs. Dat beleid is heel doelmatig gebleken om verspreiding van hiv te voorkomen. In veel landen heeft het verbod daarop tot een dramatische verspreiding van aids geleid. Zijn (op de toestand in de VS gebaseerde) veronderstelling was dat het vooral zwarten zouden zijn die in Nederland drugs spoten, hetgeen niet het geval is, en dat het inwisselen van besmette voor schone naalden het drugsgebruik zou bevorderen, hetgeen evenmin klopt. Zijn idee was dat het verbieden van iets de beste manier zou zijn om het tegen te gaan: een misverstand dat ik veel in de VS ben tegengekomen en niet alleen daar. Eenzelfde misverstand over vermeende preventieve werking bestaat rond de volstrekt ondoelmatige doodstraf.

Talen zijn geen communicerende vaten: meer kennis van één taal leidt niet tot minder kennis van een andere. Integendeel: hoe meer talen men leert hoe makkelijker men andere talen kan leren. En met die nieuwe talen leert men andere culturen kennen. Waardoor het zicht op de eigen cultuur verdiept wordt. Alles bijeen heb ik een jaar van mijn leven in de VS doorgebracht. Daardoor heb ik Nederland beter leren begrijpen. En heb ik ervaren hoe slecht het is om in een land te leven waar mede door hun eentaligheid de meeste mensen niet in staat zijn om verder te kijken dan hun neus lang is. Zo herinner ik mij dat tijdens mijn bezoek aan de Franstalige Canadese stad Montreal dronken jongeren uit de VS de Franstaligen voor domkoppen uitscholden omdat zij geen Engels spraken terwijl daardoor vooral duidelijk werd dat zijzelf domkoppen waren omdat zij niet met een anderstalige omgeving konden omgaan.

Wie de wereldopenheid en het welzijn in Canada vergelijkt met de bekrompenheid, het geweld en de sociaal-culturele armoede in grote delen van de VS, kan zich afvragen of de tweetaligheid van Canada aan een groter welzijn heeft bijgedragen. Wat zou er gebeurd zijn als een Nederlandstalig Nieuw Nederland deel zou hebben uitgemaakt van een tweetalige VS? Bijvoorbeeld zoals het Friestalige Friesland met zijn meer Scandinavisch gerichte cultuur een verrijking voor Nederland was en is?

In de Gouden Eeuw was Nederland een van de machtigste landen ter wereld. In de strijd om die positie over te nemen, werd in Engeland getracht de beeldvorming over Nederland en het Nederlands zo negatief mogelijk te beïnvloeden. Bekend is de gangbare opvatting onder Engelstaligen dat het Nederlands de lelijkste taal ter wereld zou zijn door de g-klank. De meeste Engelstaligen weten niet dat diezelfde klank in heel veel talen voorkomt, van onder andere Arabisch, Duits, Hebreeuws, Perzisch, Pools, Russisch tot Spaans. Helaas weten veel Nederlanders weer niet dat die g-klanken in het Engels vaak als Kh worden geschreven waardoor in Nederland verkeerde, g-loze vertalingen of uitspraken ontstaan rond namen als Ibn Khaldoen, Khadaffi, Khamenei, Khartoem, Khatami, Khomeini en Khrushchev.

De vroeger zo geprezen veeltaligheid in Nederland loopt helaas terug door een toenemende eenzijdige oriëntatie op het Engels als enige vreemde taal waardoor je nu in Nederlandse kranten uit het Engels vertaalde teksten kunt lezen waarin de Danube (de Donau ofwel Duna) door Hongarije zou stromen en de Vistula (de Weichsel ofwel Wisla) door Polen.

Als ik Engels als moedertaal zou hebben dan zou ik mij schamen om het discriminerend taalgebruik rond het op zichzelf al onjuiste woord Dutch dat eigenlijk Netherlandic zou moeten zijn: double Dutch (onzin), Dutch bargain (oneerlijke handel), Dutch build (dik), Dutch comfort (schale troost), Dutch concert (tumult), Dutch courage (dronkenmansmoed), Dutch defense (overgave), Dutch gold (namaakgoud), Dutch kiss (opgedrongen kus), Dutch luck (onverdiend geluk), Dutchman's headache (dronkenschap), Dutchman's land (vermeend land aan de einder), Dutch medley (door elkaar heen praten), Dutch palate (slechte smaak), Dutch praise (vervloeking), his Dutch is up (hij is kwaad), I'm a Dutchman if I do (dat zal ik nooit doen), it's all Dutch to me (ik begrijp er niets van), to dutch (wegrennen) en dan ben ik er nog een aantal vergeten. Het is dat Nederlanders geen ras vormen want anders zouden we Engelstaligen nog van racisme kunnen beschuldigen!


Zie voor een vervolg: No Dutch Please!

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 19 oktober 2013

16. Hans Brinker and a finger in a leaking dike

In de jaren tachtig en negentig heb ik honderden lezingen over Nederland gegeven in de VS. Het was een goede manier om meer te leren over het bijzondere van mijn eigen land. En over de VS vanzelfsprekend. De meeste aanwezigen bij mijn lezingen bleken het verhaal van Hans Brinker te kennen. Velen dachten dat Hans de vinger in een lekkende dijk stak om Holland te redden maar dat is echter in het boek van Mary Mapes Dodge een naamloos zoontje van een sluiswachter. Sprak ik voor een homo/lesbisch gehoor dan leidde mijn woordspeling vaak tot gegniffel maar voor veel Amerikanen is de subculturele betekenis van het woord dike voor lesbo kennelijk onbekend of men hield zich discreet in.

Waarom zegt dit vingerverhaal meer over de VS dan over Nederland? Amerikanen zijn dol op individuele helden die hun land of de wereld redden van de ondergang. Nederlanders geloven meer in polderen: to solve a problem by sharing enlightened self-interests. Het loutere feit dat men het begrip polderen niet kent, verklaart al veel. De VS is gegroeid door pioneers die land veroverden op anderen. Nederland groeide door gezamenlijk een land te ontwikkelen dat grotendeels onder de zeespiegel ligt en door zeevaarders en handelaars die eveneens gezamenlijk de wereldhandel ontwikkelden in 's werelds eerste multinational: de Vereenigde Oostindische Compagnie V.O.C. .

Engels is een wereldtaal geworden door veel landen te bezetten. Nederlands was een handelstaal en men had op een enkele uitzondering na er geen zakelijk belang bij om andere talen te verdringen. Integendeel: het is voor de handel juist goed om veeltalig te zijn en de eigen taal als geheimtaal achter de hand te houden. Zo schakelen mijn partner Herman en ik in het buitenland wel eens over op het Fries als wij vertrouwelijke dingen willen bespreken en we vermoeden dat er Nederlanders in de buurt zijn. Hoewel de Friese taal tussen het Engels en het Nederlands in ligt, leert de ervaring dat de meeste Engels- en Nederlandstaligen het niet onmiddellijk verstaan.

In de vroege Middeleeuwen bewoonden de Friezen de gehele Noordzeekust van wat nu Vlaanderen en Holland is tot in Duitsland en in de laatste duizend jaar tot aan wat nu Denemarken is. De Romeinen beschrijven aan het begin van onze jaartelling dat de Friezen terpen, human made hills, opwierpen tegen hoogwater om er te wonen en het vee te stallen.  Omdat de zeespiegel bleef stijgen begon men rond de lagere gebieden dijken te maken en zo ontstonden de polders, areas below see level surrounded by dikes. Polders konden niet gered worden door individuele vingers in dijken te steken maar alleen door gezamenlijk en planmatig de handen uit de mouwen te steken.

Iedereen zal begrijpen dat dergelijke gebieden alleen tegen het water beschermd zijn als de dijken overal voldoende hoog zijn. Zo ontstond in Nederland een diep geworteld besef van het gemeenschappelijk welbegrepen eigenbelang. Datzelfde besef leefde bij de vele scheepsbemanningen die eeuwenlang de wereldzeeën introkken: ze zaten met z'n allen in hetzelfde bootje. En dat besef werd nog versterkt door het feit dat de kleine Nederlandse staat en cultuur omringd werden (en worden) door grotere en machtige staten en culturen: de Engelse, de Duitse en de Franse.

Het is vanuit die achtergrond goed te verklaren dat de Nederlandse jurist Hugo de Groot, Hugo Grotius, een grondlegger is van het internationaal recht. Wie klein is, heeft baat bij een rechtsorde die de vrijheid van de zwakkeren beschermt. Mij viel op dat in de VS een ander vrijheidsbegrip overheerst: de afwezigheid van regels. De paradox is dat daardoor de vrijheid van de sterkeren groter wordt en die van de zwakkeren kleiner: de wetten van het oerwoud. In een polder en op een schip hebben de sterkeren er belang bij dat iedereen sterk genoeg is om de kleine gemeenschap te helpen verdedigen tegen de veel grotere gemeenschappelijke vijand: het omringende water.

In de ogen van veel Nederlanders leidt de Amerikaanse maatschappij aan een extreem egocentrisme waardoor gemeenschappelijke belangen in gevaar komen. Als velen het eigen wapenbezit als een grondrecht beschouwen dan neemt de maatschappelijke onveiligheid toe. Als men toelaat dat armen geen gezondheidszorg krijgen dan bedreigt dat de gezondheid van de rijken omdat voor iedereen besmettelijke ziekten onvoldoende bestreden worden. Als conservatieve christenen gods water over gods akker willen laten lopen dan steunen zij feitelijk het darwinisme dat zij zo bestrijden: the survival of the fittest.

Dit egocentrisme wordt nog versterkt door het districtenstelsel waarin geldt: the winner takes all. Daardoor wordt democratie opgevat als de dictatuur van de meerderheid. In Nederland, waar eeuwenlang nooit een meerderheidspartij heeft bestaan, wordt echte democratie juist opgevat als de maatschappelijke vormgeving van het beginsel dat mensen zelf zin en vorm geven aan hun bestaan zolang zij het zelfbeschikkingsrecht van anderen niet aantasten.

Americans love to see themselves as the champions of liberty. The actual lack of liberty of the poor, of ethnic minorities, of gays and lesbians eager to marry, of those who want to use recreational drugs or voluntary euthanasia contradicts with the concept of liberty as the human right to determine your own life as long as everybody respects the right to self determination of others. Those who fled the tyranny in other parts of the world shouldn't make the same repressive mistake in the country that helped them out of oppression!



See for more information on the history of Nieuw Amsterdam and New York: The Source of New York's Greatness

Oktober 2014 werd gevierd dat Nederland en de VS 400 jaar handel met elkaar voeren.

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.

zaterdag 12 oktober 2013

15. (Anti) Holland Mania & Nieuw Amsterdam

Al jaren zijn de Verenigde Staten van Amerika hopeloos verdeeld tussen een conservatief christelijk en een progressief vrijzinnig deel van de bevolking. Beide stromingen hebben Nederlandse wortels. Kan beider Nederlandse achtergrond een oplossing bieden om uit de gegroeide Amerikaanse problemen te komen?

De Pilgrim Fathers waren Engelse puriteinse protestanten die van 1609 tot 1620 in de opstandige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verbleven en vervolgens een kolonie in Amerika vestigden. Dit wordt door conservatieve christenen als het begin van de geschiedenis van de VS gezien. In die geschiedschrijving heeft het verblijf in Leiden en het vertrek uit Delfshaven bijna mythische vormen aangenomen. De opstand in de Nederlanden tegen de Spaanse onderdrukking wordt vergeleken met de Amerikaanse vrijheidsstrijd tegen Engelse koloniale uitbuiting. Godsdienstvrijheid, protestantse ethiek, democratie en gemeenschapszin zouden dankzij het verblijf van de Pilgrim Fathers in de Nederlandse republiek ten grondslag liggen aan de VS. En het Leidens Ontzet van 3 oktober 1574 zou model hebben gestaan voor Thankgivings Day om de Amerikaanse eenheid te bevorderen, aldus deze vorm van Holland Mania . Zie voor een overzicht van Hollandliefde rond 1900 in de VS : Atlantic World Holland Mania .

Progressief vrijzinnig, liberal, Amerika ziet haar oorsprong eerder in de Nederlandse aanwezigheid van 1609 tot 1664 in wat toen Nieuw Amsterdam en Nieuw Nederland heette en nu New York en omstreken is. Het is de verdienste van de Holland Society of New York , het New Netherland Institute , Charles Gehring , Janny VenemaAnnette Stott en Russell Shorto dat de door de Engelsen ondergeschoffelde geschiedenis van Nederland in Amerika weer de nodige aandacht krijgt. De meest belangwekkende boeken hierover vind ik: Annette Stott; Holland Mania, the Unknown Dutch Period in American Art and Culture; Woodstock NY 1998, Janny Venema; Beverwijck, a Dutch Village on the American Frontier 1652-1664; Albany 2003, en Russell Shorto; The Island at the Center of the World, the Epic Story of Dutch Manhattan and the Forgotten Colony that Shaped America; New York 2004. De Dutch American invloed op de VS is veel groter dan de meeste Nederlanders beseffen. Zie bijvoorbeeld de lijst van belangrijkste Dutch Americans . Er wonen nu meer dan vijf miljoen Amerikanen van Nederlandse afkomst in de VS. En Nederland is de derde grootste investeerder in de VS.

[ A longtime American friend now living in Johannesburg added: "You might look into the ownership of the Dutch West Indies Company which was rich in another non-conforming group, Jews. Early on Willemstad, Curacao, boasted a large enough congregation to build a replica of the Amsterdam Sephardic synagogue. In 1652/3 it became the departure point for the Jews who arrived in Nieuw Amsterdam as the first seed of Jewish life there."]

Met enkele voorbeelden van de puriteinse invloed in de VS kreeg ik zelf te maken in 1983 toen ik voor het eerst het land wilde bezoeken. Om een visum te krijgen, moest je toen invullen of je homo was en als dat zo was dan werd de toegang tot de VS geweigerd. Ik was uitgenodigd om aan een wetenschappelijke aids-conferentie deel te nemen en ik vroeg toen het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken om advies want ik had geen zin om te liegen en wilde ook niet het land uitgezet worden. Ik kreeg het advies om de vraag niet te beantwoorden en als ik daarover werd ondervraagd te melden dat ik als Nederlands rijksambtenaar volgens mijn regering niet verplicht was die vraag te beantwoorden. Aldus geschiedde en ik mocht er in.

Nadat de vraag naar homoseksualiteit van het visum-formulier verdween, kwam er een vraag naar aids (die overigens pas onlangs is verdwenen). Boston wilde in 1992 een internationale aids-conferentie organiseren waar mensen met aids dus geweigerd zouden kunnen worden! Als toenmalig aids-adviseur van de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) heb ik er veel genoegen aan beleefd om er aan mee te werken dat dit aids-congres in 1992 naar Amsterdam werd verplaatst. De VS hebben in de beginjaren van de aids-epidemie op puriteinse gronden grote fouten gemaakt waardoor onnodig miljoenen doden zijn gevallen. Zo mocht ik bijvoorbeeld in de vele Amerikaanse radio- en televisie-interviews die ik daar had over het veel doelmatiger Nederlandse aids-preventiebeleid nooit het woord condoom gebruiken. Seksuele voorlichting is nog steeds op de meeste Amerikaanse scholen taboe waardoor de VS een verhoudingsgewijs veel groter aantal ongewenste zwangerschappen en abortussen heeft dan Nederland.

Eenzelfde averechts gevolg heeft de War on Drugs die even rampzalig is als de beruchte alcohol-drooglegging uit de vorige eeuw.  Beide hebben vooral in het voordeel van de maffia en drugsbendes gewerkt. Bij mijn eerste privé-bezoek aan San Francisco hadden de gastheren een uitstekende maaltijd bereid en na afloop lagen de lijntjes coke al netjes klaar. Zij konden zich niet voorstellen dat ik als Nederlander (uit een land waar toch alles mocht) hiervoor geen belangstelling zou hebben. Ze waren zeer verbaasd te horen dat het drugsgebruik in de repressieve VS verhoudingsgewijs veel groter was (en nog is) dan in liberaal Nederland.

De hedendaagse puriteinse beeldvorming over Nederland zou lachwekkend zijn als het niet zo treurig was om als bejaardenmoordenaars afgeschilderd te worden vanwege ons beleid van vrijwillige euthanasie. Waarom zouden die puriteinen naar het verderfelijke Nederland willen luisteren om uit de Amerikaanse politieke problemen te kunnen komen? Daarover meer in mijn volgende blogbericht. An Anti Holland Mania Cliffhanger!



Zie voor het vervolg: Hans Brinker and a finger in a leaking dike.

See for more information on the history of Nieuw Amsterdam and New York: The Source of New York's Greatness

See for more information on Dutch-American relationships:
The John Adams Institute Amsterdam

Mijn memoires "Humanisme als zelfbeschikking, levensherinneringen van een homohumanist" zijn november 2016 uitgegeven bij de Papieren Tijger Breda.